Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Huidige tekst

Artikel 12 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Geldt sinds 1 juli 1971

  1. 1

    De Commissie kan andere personen dan de schuldeiser, die voor haar zijn verschenen tot het verstrekken van inlichtingen, verzoeken hun verklaring onder ede af te leggen.

  2. 2

    De in het vorige lid bedoelde personen leggen voor het doen van hun verklaring op de bij de wet bepaalde wijze de eed of de belofte af de waarheid en niets dan de waarheid te zullen verklaren.

  3. 3

    Ter aanvulling van onvolledig bewijs kan de Commissie aan de schuldeiser een eed opleggen omtrent de waarheid van door hem verstrekte inlichtingen of gedane mededelingen. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.