Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Huidige tekst

Artikel 16 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Geldt sinds 1 juli 1971

  1. 1

    De indiening van de vorderingen van de obligatiehouders geschiedt bij het kantoor van de Vereeniging of bij een, door de Vereeniging aan te wijzen kantoor, door schriftelijke opgave van naam, aantal, nummer en nominale waarde van de obligaties, vergezeld van de waardepapieren zelf, bestaande uit mantel, talon en niet-verzilverde coupons.

  2. 2

    De houders zijn bevoegd een ontvangbewijs te vorderen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.