Regeling zorgverzekering

Rzv

Huidige tekst

Artikel 2.50 Rzv

Geldt sinds 1 april 2014

  1. 1

    De registratiehouder kan bij de Minister een aanvraag indienen om een geneesmiddel aan te wijzen ingevolge artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering.

  2. 2

    De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van een door de Minister vast te stellen formulier. Daarbij worden de gegevens en de bescheiden verschaft die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn. De datum van ontvangst wordt aan de aanvrager meegedeeld.

  3. 3

    Indien de overgelegde gegevens en bescheiden onvoldoende zijn, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn de aanvraag aan te vullen.

  4. 4

    De Minister hoort over de aanvraag het Zorginstituut.

  5. 5

    De Minister beslist binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Minister de aanvrager uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

  6. 6

    De inhoud van het voorgenomen besluit, voor zover betrekking hebbend op de aanvraag, wordt aan de aanvrager meegedeeld. Daarbij wordt tevens het oordeel van het Zorginstituut toegezonden en wordt de motivering vermeld, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. Aan de aanvrager wordt meegedeeld welke rechtsmiddelen hem ter beschikking staan.

  7. 7

    Het tweede tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de registratiehouder verzoekt om herziening van een besluit ingevolge het eerste lid en hij daartoe nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aanvoert.

  8. 8

    Indien de Minister voornemens is een geneesmiddel ambtshalve aan te wijzen ingevolge artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering dan wel zodanige aanwijzing te wijzigen, deelt hij de registratiehouder uiterlijk een maand voor de beoogde datum van inwerkingtreding de zakelijke inhoud van het voorgenomen besluit mede. Het vierde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  9. 9

    Indien het een geneesmiddel betreft met dezelfde werkzame bestanddelen, van dezelfde sterkte en in dezelfde farmaceutische vorm als een geneesmiddel dat reeds ingevolge artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering is aangewezen, zijn het tweede tot en met vierde lid, het zesde lid, tweede volzin, en het zevende en achtste lid niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:300Parket bij de Hoge Raad, 26 maart 2021 (civiel recht)

    Gezondheidsrecht; onrechtmatige overheidsdaad. Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Clustering van onderling vervangbare geneesmiddelen ter vaststelling van vergoedingslimiet (art. 2.8 lid 5…

  • ECLI:NL:HR:2019:1788Hoge Raad, 15 november 2019 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut bij voeging in procedure over uitleg Regeling zorgverzekering? HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306.

  • ECLI:NL:PHR:2019:999Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2019 (civiel recht)

    Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut bij voeging in procedure over uitleg Regeling zorgverzekering? HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AX8839Parket bij de Hoge Raad, 20 oktober 2006 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen de Staat en een geneesmiddelfabrikant over de vraag of de Staat uit hoofde van een onrechtmatige daad aansprakelijk is in verband met een onder het oude…

  • ECLI:NL:RVS:2025:764Raad van State, 26 februari 2025 (bestuursrecht)

    Deze conclusie gaat over het onderscheid tussen een algemeen verbindend voorschrift (AVV) en een concretiserend besluit van algemene strekking (CBAS). Het onderscheid tussen deze twee besluiten is…

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:4113Rechtbank Den Haag, 2 april 2014 (civiel recht)

    afwijzing vordering tot buitenwerkingstelling van het ambtshalve genomen besluit van de minister om drie geneesmiddelen te verwijderen van Bijlage 1, onderdeel A van de Regeling zorgverzekering

  • ECLI:NL:RBARN:2010:BP0931Rechtbank Arnhem, 22 december 2010 (civiel recht)

    Geschil tussen farmaceuten en zorgverzekeraars. Volgens de farmaceuten is het toepassen door de zorgverzekeraars van een preferentiebeleid ten aanzien van geneesmiddelen met bepaalde werkzame stoffen…

  • ECLI:NL:RBAMS:2008:BC5569Rechtbank Amsterdam, 6 februari 2008 (civiel recht)

    Onjuiste beslissing minister om antiviraal middel Tamiflu niet op te nemen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem? Tamiflu is een antiviraal middel en is ontwikkeld ten behoeve van de preventie en…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.