Regeling wapens en munitie

Huidige tekst

Artikel 6 Regeling wapens en munitie

Geldt sinds 1 juli 2014

  1. 1

    Het voorschrift, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan uitsluitend betrekking hebben op: a.een korte wapenstok als bedoeld in artikel 12 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013; b.een pistool als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a of b, van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013; c.de munitie als bedoeld in artikel 3 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013; d.pepperspray als bedoeld in artikel 6 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013; e.andere wapens en munitie dan genoemd onder a tot en met d.

  2. 2

    Indien het voorschrift betrekking heeft op een pistool als bedoeld in het eerste lid, onder b, of pepperspray als bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt als voorwaarde dat het pistool wordt gedragen in een daarbij horend holster als bedoeld in artikel 7 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 onderscheidenlijk dat pepperspray wordt gedragen in een draagmiddel als bedoeld in artikel 6a van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:2088Rechtbank Oost-Brabant, 14 maart 2025 (bestuursprocesrecht)

    Toekenning geweldmiddel vuurwapen aan buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). De rechtbank is van oordeel dat de bevoegdheid van de staatssecretaris in deze zaak wordt ontleend aan de Politiewet 2012…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.