Regeling wapens en munitie

Huidige tekst

Artikel 1 Regeling wapens en munitie

Geldt sinds 23 juli 2019

  1. 1

    In deze regeling wordt verstaan onder: a.de wet: de Wet wapens en munitie; b.de Minister: de minister van Justitie en Veiligheid; c.de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; d.jachtakte: een jachtakte als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven; e.de bedrijfsruimte van de erkende: de ruimte waarin de erkende de handelingen, waarop zijn erkenning betrekking heeft, verricht of doet verrichten; f.buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering; g.schietvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen; h.airsoftapparaat: lucht-, gas-, of veerdrukwapen met een maximum schotkracht van 3,5 joules, welk wapen voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis toont met vuurwapens; i.airsoftvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden de gelegenheid te bieden de airsoftsport te beoefenen; j.de kleine erkenninghouder: de beheerder van een erkenning voor een bedrijf als bedoeld in artikel 10 van deze regeling, die met het oog op de aard van zijn werkzaamheden niet met gunstig gevolg het verplichte examen, bedoeld in artikel 9 van deze regeling, hoeft te hebben afgelegd.

  2. 2

    Overige in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.