Huidige tekst
Artikel 4.4.3 Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Hoogte subsidie 1 De hoogte van de subsidie wordt bepaald door de kosten die in jaar t zijn gemaakt: a. voor elk product waarvoor een efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsgebruik is vastgesteld, afzonderlijk berekend overeenkomstig de volgende formule: Ai * C t * P t–1 * E * AO t In deze formule betekent: Ai: de steunintensiteit in jaar t, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt als een breuk; C t: de CO 2 -emissiefactor; P t–1: de EUA-termijnkoers in jaar t–1 (Euro/tCO 2 ); E: de toepasselijke productspecifieke efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik als omschreven in bijlage 4.4.2; AO t: de werkelijke output in jaar t. b. voor producten waarvoor geen efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsgebruik is vastgesteld, berekend overeenkomstig de volgende formule: Ai * C t * P t–1 * EF * AEC t. In deze formule betekent: Ai: de steunintensiteit in jaar t, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt als een breuk; C t: de CO 2 -emissiefactor; P t–1: de EUA-termijnkoers in jaar t–1 (Euro/tCO 2 ); EF: de fallback-efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik in jaar t; AEC t: het werkelijke elektriciteitsverbruik (MWh) in jaar t. 2 De hoogte van het subsidiebedrag wordt verminderd met het bedrag in euro dat overeenkomt met de indirecte emissiekosten ETS van 1.000 MWh, berekend overeenkomstig de volgende formule: Ai *C t *P t–1 * EF *AEC. In deze formule betekent: Ai: de steunintensiteit in jaar t, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt als een percentage; C t: de CO 2 -emissiefactor; P t–1: de EUA-termijnkoers in jaar t–1 (Euro/tCO 2 ); EF: de fallback-efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik in jaar t; AEC: 1.000 (MWh). 3 De steunintensiteit in jaar t van bedrijfstakken opgenomen in Tabel 1 van bijlage 4.4.1, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 80 procent van de opgelopen indirecte kosten gemaakt in 2025 tot en met 2030. 4 De steunintensiteit in jaar t van bedrijfstakken opgenomen in Tabel 2 van bijlage 4.4.1, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 75 procent van de opgelopen indirecte kosten gemaakt in 2025 tot en met 2030.