Huidige tekst
Artikel 4.2.49a Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Rangschikkingscriteria 1 De minister kent aan een MOOI-project een hoger aantal punten toe naarmate: a.het MOOI-project meer bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie, opgenomen in bijlage 4.2.6; b.het MOOI-project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer versterkt; c.de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij groter is; d.de kwaliteit van het MOOI-project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet; e.de kwaliteit van het samenwerkingsverband beter is, blijkend uit de samenstelling en de projectorganisatie. 2 De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe. 3 Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en e, per criterium vermenigvuldigd met 22,5, voor de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, per criterium vermenigvuldigd met 16,25, en vervolgens opgeteld. 4 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het MOOI-project zijn toegekend. 5 Geen subsidie wordt verleend voor een MOOI-project dat lager is gerangschikt dan een soortgelijk MOOI-project.