Huidige tekst
Artikel 2.23.6 Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Afwijzingsgronden De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien: a.de kwaliteit van het project onvoldoende is, gelet op: 1°. de uitwerking van: – het projectplan; – het voorlopig of definitief ontwerp; – de mijlpalenbegroting of; – de exploitatieberekening; 2°. de mate waarin projectrisico’s worden geadresseerd; 3°. de onderbouwing dat alle benodigde partijen die een essentiële rol spelen in de keten van de warmtelevering en stakeholders in het project vertegenwoordigd zijn; 4°. de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet; of 5°. de juridische haalbaarheid; b.de hoogte van de subsidie minder dan € 125.000,- bedraagt; c.niet aannemelijk is gemaakt dat het project bij subsidievaststelling zal voldoen aan artikel 26, tweede en vierde lid, onderdelen a en b, van de EED-richtlijn; d.niet aannemelijk is gemaakt dat het aan te leggen energie-efficiënte warmtenet of de uitbreiding van het energie-efficiënte warmtenet bij subsidievaststelling in gebruik zal worden genomen; e.het niet aannemelijk wordt geacht dat kan worden voldaan aan de termijnen genoemd in artikel 2.23.8.