Huidige tekst
Artikel 2.5.3 Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Afwijzingsgronden 1 Voor subsidie komt niet in aanmerking een financier die een kredietovereenkomst sluit met een LV-ondernemer: a.die over voldoende financiële middelen beschikt om zijn LV-onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven; b.die een substantieel deel van de activiteiten van de LV-onderneming niet in Nederland uitvoert; of c.die een LV-onderneming in stand houdt waarvan de laatste jaaromzet voor 50 procent of meer is verkregen, of, indien de LV-onderneming nog geen heel jaar in stand is gehouden, waarvan de omzet naar verwachting voor 50 procent of meer zal worden verkregen, uit: 1°. de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen, of 2°. het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaakprojecten. 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die direct verband houden met: a.de uitvoer naar andere lidstaten van de Europese Unie of derde landen; b.andere lopende uitgaven direct verband houdend met activiteiten op het gebied van uitvoer; c.het oprichten en exploiteren van een distributienet ten behoeve van uitvoer, of d.investeringen die niet in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie en met de nationale milieubeschermingswetgeving.