Regeling diergeneesmiddelen 2022

Huidige tekst

Artikel 5.3 Regeling diergeneesmiddelen 2022

Geldt sinds 1 januari 2023

Met aangewezen substanties behandelde dieren 1 Het is een ieder verboden: a.landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren waarbij op enigerlei wijze substanties als bedoeld in bijlage II en III van richtlijn 96/22/EG met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking alsmede ß- agonisten zijn toegepast in de handel te brengen; b.landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren in de handel te brengen waarbij op enigerlei wijze in strijd met verordening (EG) nr. 470/2009 farmacologisch werkzame substanties zijn toegepast; c.landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren in de handel te brengen waarvoor in het geval van toediening van toegestane stoffen of producten de daarvoor voorgeschreven wachttijd niet in acht is genomen; d.verwerkte producten of vlees van dieren als bedoeld in de onderdelen a en b in de handel te brengen. 2 Het eerste lid, onderdelen a, b en d, is niet van toepassing op dieren als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en verwerkte producten of vlees van die dieren, indien bij die dieren diergeneesmiddelen zijn toegepast overeenkomstig verordening (EU) nr. 2019/6. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op dieren als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en verwerkte producten of vlees van die dieren, indien overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van verordening (EG) nr. 470/2009 een actiedrempel voor een farmacologisch werkzame substantie is vastgesteld en deze actiedrempel niet is overschreden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:153College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 april 2026 (bestuursrecht)

    Randvoorwaardenkorting GLB i.v.m. niet in acht nemen voorgeschreven wachttijd bij slacht na toegediend diergeneesmiddel. Wachttijd begint te lopen op dag na toediening.

  • ECLI:NL:CBB:2026:134College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boete, hoger beroep en incidenteel hoger beroep – Op grond van artikel 6 van het EVRM moet de rechter toetsen of de hoogte van de opgelegde boete in redelijke verhouding staat tot de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:1471Rechtbank Rotterdam, 20 februari 2026 (bestuursstrafrecht)

    Wet dieren. Bestuurlijke boete omdat de voorgeschreven wachttijd werd niet in acht genomen voor het in de handel brengen van landbouwhuisdieren in het geval van toediening van toegestane stoffen of…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:4602Rechtbank Rotterdam, 16 mei 2024 (bestuursstrafrecht)

    Boete opgelegd aan veehouder omdat in een koe die hij ter slacht heeft aangeboden de stof ibuprofen is aangetroffen. De rechtbank ziet in het rapport van bevindingen geen reden voor twijfel. Eiseres…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.