Huidige tekst
Artikel 7 Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut
De Vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Staten alsmede hun adviseurs, die deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur van het Instituut, genieten gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaatsen van werkzaamheid, de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten: a) immuniteit van arrestatie of gevangenhouding, alsmede van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage, behalve in geval van ontdekking op heterdaad; b) vrijstelling van rechtsvervolging, ook na beëindiging van hun missie, met betrekking tot handelingen, waaronder begrepen gesproken en geschreven woorden, door hen in de uitoefening van hun functie en binnen de grenzen van hun bevoegdheden verricht; c) onschendbaarheid van officiële papieren en stukken; d) de nodige gebruikelijke administratieve faciliteiten, met name inzake verplaatsingen en verblijf. Het bepaalde in dit artikel geldt tevens voor de vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschappen, die aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur deelneemt.