Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Huidige tekst

Artikel 12 Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Geldt sinds 1 januari 1998

  1. 1

    Met inachtneming van de voorwaarden en volgens de procedure zoals die door de Raad van Bestuur binnen een tijdvak van één jaar, te rekenen van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, zijn vastgesteld, zijn de President, de Algemeen Secretaris, de leden van het docentencorps en de personeelsleden van het Instituut onderworpen aan een belasting ten gunste van het Instituut op door het Instituut betaalde salarissen en emolumenten. Met ingang van de datum waarop die belasting van toepassing wordt, zijn deze salarissen en emolumenten vrij van nationale inkomstenbelasting; de Overeenkomstsluitende Staten behouden zich de mogelijkheid voor rekening te houden met deze salarissen en emolumenten bij de berekening van de belasting die geheven wordt op inkomsten uit andere bronnen.

  2. 2

    Lid 1 geldt niet voor de door het Instituut aan vroegere Presidenten, vroegere Algemeen Secretarissen, vroegere leden van zijn docentencorps en vroegere personeelsleden verstrekte renten en pensioenen.

  3. 3

    De President, de Algemeen Secretaris, de leden van het docentencorps en de personeelsleden van het Instituut, die zich uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van hun functie in dienst van het Instituut vestigen op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Staat dan de staat van de fiscale woonplaats, welke zij bezitten op het ogenblik van hun indiensttreding bij het Instituut, worden voor de toepassing van de inkomsten-, vermogens- en successiebelastingen, alsmede van de tussen de Overeenkomstsluitende Staten gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting, zowel in de staat waar zij zich gevestigd hebben, als in de staat van de fiscale woonplaats, geacht hun woonplaats te hebben behouden in de laatstgenoemde staat, indien deze een Overeenkomstsluitende Staat is. Deze bepaling geldt eveneens voor de echtgenoot zover deze geen eigen beroepsbezigheden uitoefent, alsmede voor de kinderen die ten laste zijn en onder toezicht staan van de in dit artikel bedoelde personen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.