Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Huidige tekst

Artikel 14 Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Geldt sinds 1 januari 1998

  1. 1

    De krachtens dit Protocol toegekende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden uitsluitend toegekend in het belang van de Overeenkomstsluitende Staten of van het Instituut en niet tot persoonlijk voordeel van de betrokkenen.

  2. 2

    De bevoegde instanties hebben niet alleen het recht, maar tevens de plicht om de immuniteit op te heffen indien deze aan de loop van het recht in de weg staat en indien door deze opheffing de doeleinden waarvoor de immuniteit is toegekend, niet in gevaar worden gebracht.

  3. 3

    De in lid 2 bedoelde bevoegde instanties zijn: - de Overeenkomstsluitende Staten, voor wat betreft hun vertegenwoordigers die zitting hebben in de Raad van Bestuur van het Instituut; - de Instellingen van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschappen die deelneemt aan de zittingen van de Raad van Bestuur van het Instituut; - de Raad van Bestuur van het Instituut, voor wat betreft de President en de Algemeen Secretaris; - de President van het Instituut, voor wat betreft de leden van het docentencorps en de personeelsleden van het Instituut.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.