Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Huidige tekst

Artikel 7 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Geldt sinds 24 januari 1951

A Indien een niet-vijand, die ten tijde van zijn overlijden zijn woonplaats had binnen het grondgebied van een Partij, een boedel nalaat, waarin binnen de jurisdictie van een andere Partij vallende vermogensbestanddelen voorkomen en waarin een vijandelijke Duitser een belang heeft als erfgenaam, legataris of crediteur, zullen deze vermogensbestanddelen — behoudens hetgeen bepaald is in paragraaf B van dit artikel — worden vrijgemaakt van beheer door de beheersinstanties van de laatstgenoemde Partij om een normale afwikkeling van de nalatenschap binnen het grondgebied van de eerstgenoemde Partij te vergemakkelijken. Op de op deze wijze vrijgemaakte vermogensbestanddelen blijven de erfrechtbepalingen van de vrijgevende Partij inzake het beheer en de verdeling toepasselijk. Indien ingevolge deze bepalingen de nalatenschap rechtstreeks tussen de gerechtigden wordt verdeeld, dient de vrijmakende Partij zodanige maatregelen te nemen als passend zijn om het erfdeel van iedere vijandelijke Duitser aan de andere Partij ter beschikking te stellen. B Indien een niet-vijandelijke erflater, die zijn woonplaats had binnen het grondgebied van een der Partijen, een onroerend goed binnen het grondgebied van een andere Partij nalaat, terwijl een aandeel in dit onroerend goed op grond van het testament van de overledene of de toepasselijke erfrechtsbepalingen vervalt of moet worden toegedeeld aan een vijandelijke Duitser, mag — in afwijking van hetgeen in paragraaf A van dit artikel is bepaald — dit deel worden behouden door de laatstgenoemde Partij behoudens de rechten van niet-vijandelijke crediteuren van de erflater of van niet-vijandelijke erfgenamen, aan wie op grond van de toepasselijke wetsbepalingen een deel van het onroerend goed toekomt. C De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op enig deel van een nalatenschap indien het beheer en de afwikkeling hiervan heeft plaats gehad alvorens de Partij, binnen wier grondgebied het goed zich bevond, noodbepalingen voor oorlogstijd met betrekking tot het beheer en de verdeling van de eigendommen van de overledene uitvaardigde. D Voor de toepassing van dit artikel wordt de woonplaats van een erflater bepaald in overeenstemming met de wet van de Partij binnen wier jurisdictie het goed zich bevindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.