Huidige tekst
Artikel 5 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
A Op een rekening in vreemde valuta („primaire rekening”) ten gunste van een vijandelijke Duitser aangehouden door een bankinstelling gevestigd binnen het grondgebied van een Partij („primair land”) en geheel of ten dele gedekt door een rekening („garantierekening”) bij een bankinstelling binnen het grondgebied van een andere Partij („secundair land”) zullen de volgende bepalingen toepasselijk zijn: I) De garantierekening dient te worden vrijgegeven en het primaire land zal aan het secundaire land 50 % van de garantierekening, voorzover deze beantwoordt aan de primaire rekening, vergoeden. Deze vergoeding zal worden gedaan in overeenstemming met de bepalingen van artikel 14 van dit Aanhangsel. II) Indien het secundaire land de inkomsten uit vijandelijke Duitse vermogensbestanddelen, welke zich in het secundaire land bevinden of de opbrengst van liquidatie van tot vijandelijk Duits vermogen behorende effecten, uitgegeven door het secundaire land of door een publiek- of privaatrechtelijk lichaam of persoon binnen haar grondgebied, welke in bewaarneming lagen of gecrediteerd waren op stukkenrekening, in beslag heeft genomen of op andere wijze onder beheer heeft gesteld, mogen deze inkomsten of deze opbrengst door het secundaire land behouden worden en zal subparagraaf I van deze paragraaf hierop geen betrekking hebben. B Voor de toepassing van dit artikel omvat de term „rekeningen” zowel rekeningen of onderrekeningen op naam, of op nummer of op andere wijze bepaaldelijk aangeduid, als rubriekrekeningen en -onderrekeningen.