Huidige tekst
Artikel 2 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
A Voor de toepassing van dit artikel omvat de term „betaalmiddelen”: bankpapier, munten en andere soortgelijke ruilmiddelen behalve degenen, welke numismatische of historische waarde hebben. B Indien betaalmiddelen zijn uitgegeven door een Partij of door een publiek- of privaatrechtelijk lichaam dat op haar gezag handelt, terwijl de betaalmiddelen eigendom zijn van een vijandelijke Duitser en zich op het grondgebied van een andere Partij bevinden, moeten zij aan de eerstgenoemde Partij worden afgegeven. C Indien betaalmiddelen zijn verkocht vóór 1 Januari 1947 zal geen afgifte worden geëist; indien de verkoop heeft plaats gehad op of na 1 Januari 1947 zal de opbrengst echter moeten worden afgegeven. D De inhoud van dit artikel zal niet prejudiciëren ten aanzien van rechten of verplichtingen van Partijen op grond van deel III van de Parijse Overeenkomst inzake Herstelbetalingen.