Opiumwet

Opw

Huidige tekst

Artikel 8i Opw

Geldt sinds 17 maart 2003

  1. 1

    Onze Minister verleent niet meer ontheffingen van het verbod tot teelt van hennep dan nodig is voor de in artikel 8h bedoelde doeleinden en voor de veredeling van hennep.

  2. 2

    Een ontheffing van het verbod op het telen van hennep dan wel tot het verwerken, bewerken of vervoeren van hennep, hasjiesj en hennepolie voor de in artikel 8h genoemde doeleinden, wordt slechts verleend aan degene met wie Onze Minister ter zake een overeenkomst tot het verrichten van zodanige handelingen aangaat.

  3. 3

    Een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid eindigt van rechtswege met ingang van de datum waarop de aan de wederpartij verleende ontheffing wordt ingetrokken of vervalt.

  4. 4

    In een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid, wordt in elk geval bepaald dat de wederpartij van Onze Minister de geteelde hennep binnen vier maanden na het oogsten uitsluitend aan hem verkoopt en aflevert en de overtollige hennep vernietigt.

  5. 5

    Onze Minister is met uitsluiting van anderen bevoegd hennep, hasjiesj en hennepolie: a.binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen; b.te verkopen en af te leveren; c.aanwezig te hebben, met uitzondering van de voorraden die worden beheerd door degenen die ontheffing hebben deze middelen te telen, te bewerken of te verwerken.

  6. 6

    Het vijfde lid is niet van toepassing voor zover toepassingen van hennep, hasjiesj of hennepolie krachtens artikel 3c, eerste lid, zijn aangewezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:739Parket bij de Hoge Raad, 1 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens onder meer medeplegen opzettelijk binnen grondgebied brengen en medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hennep, art. 3.A en 3.C Opiumwet. Eerste middel betreft…

  • ECLI:NL:PHR:2025:740Parket bij de Hoge Raad, 1 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van hennep, art. 3.C Opiumwet. Eerste middel betreft overschrijding inzendtermijn in cassatie. Tweede middel bevat uos-klacht over buiten…

  • ECLI:NL:HR:2008:BC7923Hoge Raad, 16 september 2008 (strafrecht)

    OM-cassatie. Geneeskundige toepassing van cannabis. Art. 3 Opw. Beroep op noodtoestand en bijzondere wettelijke regeling voor de afweging van aan de naleving van de wet verbonden nadelen. -…

  • ECLI:NL:HR:2008:BC7938Hoge Raad, 16 september 2008 (strafrecht)

    OM-cassatie. Geneeskundige toepassing van cannabis. Art. 3 Opw. Beroep op noodtoestand door echtgenote van MS-patient en bijzondere wettelijke regeling voor de afweging van aan de naleving van de wet…

  • ECLI:NL:RVS:2023:4414Raad van State, 29 november 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 juni 2020 heeft de minister voor Medische Zorg de aanvraag van FYTA om een ontheffing op grond van de Opiumwet afgewezen. FYTA is een fabrikant van werkzame stoffen voor…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:6529Rechtbank Den Haag, 10 mei 2023 (bestuursrecht)

    Aanvraag ontheffing om verbeterd cannabismateriaal - administratief via het Bureau medicinale cannabis - te leveren aan ontheffinghouders.

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:2687Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 april 2021 (bestuursrecht)

    WET

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:616Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 februari 2021 (bestuursrecht)

    Schorsen besluit tot intrekking van de verleende opiumontheffing voor wetenschappelijke doeleinden per 18 februari 2021.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.