Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging

Huidige tekst

Artikel 29 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging

Geldt sinds 29 september 1990

  1. 1

    De voorlopige maatregelen bedoeld in de artikelen 27 en 28 worden beheerst door de bepalingen van dit Verdrag en door de wet van de aangezochte Staat. De wet van die Staat of het Verdrag bepaalt eveneens de omstandigheden waaronder deze maatregelen worden opgeheven.

  2. 2

    Deze maatregelen worden opgeheven in alle gevallen bedoeld in artikel 21, tweede lid.

  3. 3

    Een in hechtenis gesteld persoon dient in vrijheid te worden gesteld indien hij is aangehouden krachtens artikel 27 en de aangezochte Staat het verzoek tot het instellen van een vervolging niet heeft ontvangen binnen 18 dagen na de datum van de aanhouding.

  4. 4

    Een in hechtenis gesteld persoon dient in vrijheid te worden gesteld indien hij is aangehouden krachtens artikel 27 en de bij het verzoek tot strafvervolging te voegen documenten niet binnen een termijn van 15 dagen na de ontvangst van het verzoek tot strafvervolging zijn ontvangen door de aangezochte Staat.

  5. 5

    De termijn van de uitsluitend krachtens artikel 27 bevolen inhechtenisstelling mag in geen geval langer zijn dan 40 dagen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.