Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Huidige tekst

Artikel 7 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Geldt sinds 12 april 1982

  1. 1

    De aangezochte Partij doet de processtukken en rechterlijke beslissingen die haar met dat doel door de verzoekende Partij worden toegezonden, aan de betrokkenen toekomen. Dit kan geschieden door toezending van het processtuk of van de beslissing aan de geadresseerde. Indien de verzoekende Partij hierom uitdrukkelijk vraagt, worden de stukken door de aangezochte Partij medegedeeld volgens een van de procedures waarin haar wetgeving voor dergelijke betekeningen voorziet of volgens een bijzondere procedure die met haar wetgeving verenigbaar is.

  2. 2

    Als bewijs dat het stuk werd uitgereikt dient ofwel een gedateerd ontvangstbewijs dat door de geadresseerde ondertekend is, ofwel een verklaring van de aangezochte Partij waarin het feit van de uitreiking, benevens de wijze en de datum waarop deze is geschied, zijn vermeld. Het bewijsstuk van de uitreiking wordt zo spoedig mogelijk aan de verzoekende Partij toegezonden. Indien de verzoekende Partij daarom vraagt, geeft de aangezochte Partij aan of de uitreiking overeenkomstig haar wetgeving heeft plaatsgevonden. Indien de uitreiking niet heeft kunnen plaatsvinden, deelt de aangezochte Partij de reden daarvan terstond aan de verzoekende Partij mede.

  3. 3

    Iedere Verdragsluitende Partij kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of van toetreding door een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa verzoeken dat een dagvaarding bestemd voor een verdachte die zich op haar grondgebied bevindt, een bepaalde tijd vóór de datum welke voor de verschijning is vastgesteld, aan haar autoriteiten wordt toegezonden. Deze termijn wordt in de bedoelde verklaring aangegeven en mag de 50 dagen niet overschrijden. Bij het vaststellen van de datum van verschijning en bij de toezending van de dagvaarding dient met deze termijn rekening te worden gehouden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:742Hoge Raad, 23 mei 2023 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening oproeping verdachte in hoger beroep aan adres in Polen en verstekverlening, art. 36e.3, 265.1 en 413.1 Sv, art. 7.3 EVR en art.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:302Parket bij de Hoge Raad, 28 maart 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Dagvaardingsperikelen. Geldt op grond van art. 7 lid 3 ERV voor de dagvaarding c.q. oproeping van een verdachte in Polen een dagvaardings-/oproepingstermijn van 30 dagen? De AG meent…

  • ECLI:NL:HR:2021:1833Hoge Raad, 7 december 2021 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk gepleegd door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 341.1.1 Sr. Betekening dagvaarding in hoger…

  • ECLI:NL:PHR:2017:432Parket bij de Hoge Raad, 18 april 2017 (strafrecht)

    Geen afschrift appeldagvaarding verzonden aan raadsman. Stelbrief noodzakelijk of kan rechtsbijstand ook worden afgeleid uit het indienen van een appelmemorie? Art. 38, 39 (oud) en 51 (oud) Sv. HR…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3449Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 november 2024 (strafrecht)

    Dagvaarding in hoger beroep - rechtstreeks over de post verzonden naar het adres van de verdachte in Polen - geldig. Het hoger beroep van de verdachte is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2016:5926Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2016 (strafrecht)

    Verkort strafvonnis; nadere overwegingen met betrekking tot de betekeningsvoorschriften van de dagvaarding van een in het buitenland woonachtige verdachte; geen reden voor schorsing; witwassen…

  • ECLI:NL:HR:2014:2774Hoge Raad, 16 september 2014 (strafrecht)

    Verzending oproeping t.b.v. derde zitting in h.b. naar adres van verdachte in Roemenië. Geen Roemeense vertaling. Art. 588.2 Sv jo. art. 5.3 en 4 EU-rechtshulpovereenkomst en art. 7.3 Europees…

  • ECLI:NL:PHR:1990:AD1172Parket bij de Hoge Raad, 8 mei 1990 (strafrecht)

    Doen plegen van valsheid in geschrift (meermalen gepleegd), art. 225.1 Sr. Betekening dagvaarding in eerste aanleg aan adres van verdachte in Frankrijk en verstekverlening, art. 7.3 EVR en art. 588.6…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.