Huidige tekst
Artikel 5 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- 1
Iedere Verdragsluitende Partij kan zich bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding door een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa het recht voorbehouden de uitvoering van rogatoire commissies strekkende tot huiszoeking of inbeslagneming afhankelijk te stellen van een of meer van de volgende voorwaarden: (a) het strafbare feit dat tot de rogatoire commissie aanleiding geeft, moet zowel volgens de wetgeving van de verzoekende als volgens die van de aangezochte Partij strafbaar zijn; (b) het strafbare feit dat tot de rogatoire commissie aanleiding geeft, moet in het aangezochte land grond kunnen opleveren tot uitlevering; (c) de uitvoering van de rogatoire commissie moet verenigbaar zijn met de wet van de aangezochte Partij.
- 2
Wanneer een Verdragsluitende Partij een verklaring overeenkomstig het eerste lid van dit artikel heeft afgelegd, kan elke andere Partij het beginsel van wederkerigheid toepassen.