Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Huidige tekst

Artikel 16 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Geldt sinds 12 april 1982

  1. 1

    Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt geen vertaling van de verzoeken en de daarbij behorende stukken geëist.

  2. 2

    Iedere Verdragsluitende Partij kan zich bij de ondertekening van dit Verdrag of bij nederlegging van haar akte van bekrachtiging of van toetreding door een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa het recht voorbehouden te eisen dat verzoeken om rechtshulp en daarbij behorende stukken haar worden toegezonden vergezeld, hetzij van een vertaling in haar eigen taal, hetzij van een vertaling in een van de officiële talen van de Raad van Europa, dan wel in een door die Partij aangegeven officiële taal van de Raad van Europa. De andere Partijen kunnen het beginsel van wederkerigheid toepassen.

  3. 3

    Dit artikel laat onverlet de bepalingen met betrekking tot de vertaling van verzoeken om rechtshulp en daarbij behorende stukken welke zijn opgenomen in overeenkomsten of afspraken welke van kracht zijn of nog zullen worden tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.