Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

BARD

Huidige tekst

Artikel 116 BARD

Geldt sinds 1 december 2012

Ontslag wegens opheffing van de betrekking, verandering in de inrichting van het dienstvak of wegens verplaatsing van een dienst 1 Aan de ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend: a.wegens opheffing van zijn betrekking; b.wegens overtolligheid van personeel als gevolg van verandering in de inrichting van het dienstvak of onderdeel daarvan zoals een directie of een afdeling waarbij de ambtenaar werkzaam is, dan wel als gevolg van vermindering der werkzaamheden bij het dienstvak of dat onderdeel. 2 Ontslag op een van de in het eerste lid genoemde gronden kan slechts plaatsvinden, indien het na een zorgvuldig onderzoek bedoeld in artikel 107, eerste en tweede lid, niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar te herplaatsen op een passende functie binnen het gezagsbereik van Onze Minister. Het ontslag zal worden verleend na ommekomst van het volledige herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 107 of eerder indien zulks met de ambtenaar wordt overeengekomen dan wel sprake is van een situatie bedoeld in artikel 108, derde lid. 3 Ontslag van in vaste dienst aangestelde ambtenaren wegens overtolligheid van personeel geschiedt in de volgende rangorde: a.zij die zulks wensen; b.zij die 35 of meer voor pensioen geldende dienstjaren hebben, waarbij ouderen in leeftijd vóór jongeren gaan; c.zij die de leeftijd van 35 jaren nog niet hebben overschreden, te beginnen met hen die het geringste aantal jaren in overheidsdienst hebben doorgebracht; d.zij die het geringste aantal jaren in overheidsdienst hebben doorgebracht. Voor de berekening van het aantal jaren in burgerlijke openbare dienst wordt mede in aanmerking genomen tijd gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de ambtenaar behorende 0-4-jarige eigen, stief- of pleegkinderen, tot een maximum van in totaal zes jaren. 4 Indien het dienstbelang zulks vordert, kan bij de verlening van ontslag van de rangorde genoemd in het derde lid, worden afgeweken. Omvat de afvloeiing in dat geval meer dan 1% van het aantal ambtenaren in vaste dienst bij het betrokken dienstvak of onderdeel daarvan - met een minimum van 5 dan geschiedt zij naar een bepaald vooraf vastgesteld plan. 5 Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid van dit artikel wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. 6 Aan de ambtenaar wordt bij dan wel na verplaatsing van de dienst of het dienstvak of onderdeel daarvan waarbij hij werkzaam is, eervol ontslag verleend, indien op grond van door hem kenbaar gemaakte, aan zijn persoonlijke omstandigheden ontleende en door Onze Minister als geldig erkende bedenkingen van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich naar de daaruit voor hem voortvloeiende verplaatsing zal voegen dan wel in de daaruit voor hem voortgevloeide verplaatsing zal blijven voegen, tenzij de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 112, eerste of tweede lid het mogelijk acht aan de ambtenaar andere hem passende werkzaamheden op te dragen waarvoor eerderbedoelde bedenkingen niet gelden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2023:2336Centrale Raad van Beroep, 23 november 2023 (ambtenarenrecht)

    Aan appellant is per 1 december 2021 vroegtijdig overtolligheidsontslag verleend vanwege het onvoldoende meewerken aan interne dan wel externe herplaatsing. De Raad oordeelt dat de minister bevoegd…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:10335Rechtbank Den Haag, 19 juli 2023 (ambtenarenrecht)

    verzoek herziening van aantal besluiten waaronder een ontslagbesluit, terecht met toepassing van artikel 4:6 van de Awb afgewezen, geen sprake van dat het bestreden besluit evident onredelijk is.

  • ECLI:NL:CRVB:2022:2139Centrale Raad van Beroep, 29 september 2022 (ambtenarenrecht)

    Netto terugbetaling. Bezwaar gericht tegen de inhouding van loonbelasting. De inspecteur van belasting is bevoegd op dit bezwaar te beslissen. De staatssecretaris had dan ook niet op het bezwaar van…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2154Centrale Raad van Beroep, 26 augustus 2021 (ambtenarenrecht)

    Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de bezwaarprocedure door de staatssecretaris niet correct is doorlopen. De staatssecretaris had appellant voorafgaand aan het bestreden besluit moeten…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:5195Rechtbank Den Haag, 22 mei 2019 (ambtenarenrecht)

    Einde BW-uiterking BWDEFbij 65 jaar. Compensatie AOW-gat 90% gerechtvaardigde aanspraken. Financiële gevolgen niet inzichtelijk. Gebruik kunnen maken rekentool kan niet aan afdoen. 100% compensatie…

  • ECLI:NL:CRVB:2019:1781Centrale Raad van Beroep, 16 mei 2019 (ambtenarenrecht)

    De staatssecretaris heeft de hoogte van het te veel betaalde wachtgeld op de juiste wijze vastgesteld en de staatssecretaris was bevoegd om over te gaan tot terugvordering van het te veel betaalde…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:4198Centrale Raad van Beroep, 20 december 2018 (ambtenarenrecht)

    Hoogte van het aan betrokkene toegekende wachtgeld. Uit artikel 5, eerste lid, van het Wbad in verbinding met artikel 1, aanhef en onder j, van het Ibad volgt dat de door betrokkene genoten…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:4031Centrale Raad van Beroep, 13 december 2018 (ambtenarenrecht)

    Beëindiging wachtgeld bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. AOW-hiaat. Bij nader besluit heeft de staatssecretaris het besluit van 13 januari 2017 aangevuld. Indien in de periode vanaf het…

78 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.