Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

BARD

Huidige tekst

Artikel 101 BARD

Geldt sinds 2 augustus 2006

Gelegenheid tot verantwoording 1 Indien de ambtenaar verantwoording aflegt doet hij dit ten overstaan van Onze Minister of een door hem aangewezen autoriteit. Deze bepaalt of de verantwoording mondeling of schriftelijk zal geschieden, met dien verstande dat bij schriftelijke verantwoording de ambtenaar op zijn verzoek gelegenheid wordt gegeven tot nadere mondelinge toelichting. De ambtenaar kan zich door een rechtskundige of een andere raadsman doen bijstaan. 2 Van de mondelinge verantwoording en van een eventuele nadere mondelinge toelichting wordt aanstonds proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door hem, te wiens overstaan de verantwoording heeft plaatsgevonden en door de ambtenaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5139Rechtbank Haarlem, 14 januari 2008 (ambtenarenrecht)

    Strafontslag wegens het (mede)plegen van diefstal. De voorzieningenrechter acht deze disciplinaire straf niet onevenredig ten opzichte van het plichtsverzuim. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.