Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen

Bgpb

Huidige tekst

Artikel 5 Bgpb

Geldt sinds 1 juli 2019

  1. 1

    De gemeentelijke kosten ter zake van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem aan een voertuig kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen: a.kosten van afschrijving, huur en onderhoud; b.personele en materiële kosten; c.overheadkosten, die ten hoogste 50% van de personeelskosten mogen bedragen; d.kosten van interest; e.kosten van verzekering ter dekking van de aansprakelijkheid voor schade als bedoeld in artikel 235, zestiende lid, van de wet.

  2. 2

    Op basis van een raming van het jaarlijkse totaal van deze kosten stelt de raad, in verhouding tot het geraamde jaarlijkse aantal aangebrachte wielklemmen, het bedrag vast dat per aanbrenging en verwijdering aan de belastingschuldige in rekening wordt gebracht. De raming kan een gemiddelde betreffen over een periode van ten hoogste vier jaren.

  3. 3

    Voor zover het aanbrengen en verwijderen van een wielklem aan een voertuig geschiedt op andere wijze dan in eigen beheer, bedragen de gemeentelijke kosten daar voor ten hoogste de door degene die het aanbrengen c.q. verwijderen van een wielklem in opdracht van de gemeenteambtenaar verricht ter zake daarvan in rekening gebrachte kosten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1116Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met de zaaknummers 23/04460 ECLI:NL:PHR:2024:1113 en 24/02548 ECLI:NL:PHR:2024:1117

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD9387Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2008 (belastingrecht)

    Art. 77, lid 1, letter d, Wet RO. Art. 8:4, letter g, Awb. Jurisdictiegeschil. Uitwerkingsbesluit parkeren stadsdeel ZuiderAmstel 2002. Belastingrechter bevoegd.

  • ECLI:NL:HR:1999:AA2760Hoge Raad, 12 mei 1999 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:262Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:265Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:279Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:319Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 2, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2491Rechtbank Rotterdam, 20 februari 2025 (belastingrecht)

    Kostenverhaal bij de naheffing van parkeerbelasting. Perceptiekosten en kosten voor wielklem en wegslepen, niet-geïnde naheffingsaanslagen. De rechtbank concludeert dat de gemeente Rotterdam de…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.