Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen

Bgpb

Huidige tekst

Artikel 3 Bgpb

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt met ingang van 1 januari 1999 ten hoogste € 41 per 1 januari 2026: € 82,00.

  2. 2

    Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties past jaarlijks het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan overeenkomstig de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de maand april van het lopende kalenderjaar heeft ondergaan ten opzichte van dit prijsindexcijfer over de maand april van het daaraan voorafgaande jaar. De uitkomst van die berekening wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 eurocent. Het aldus berekende bedrag wordt door Onze voornoemde Minister voor 1 september in de Staatscourant bekend gemaakt en geldt voor het daarop volgende kalenderjaar.

  3. 3

    Onder de consumentenprijsindex wordt verstaan de consumentenprijsindexcijfer reeks: Alle Huishoudens, totaal, op meest recente tijdsbasis, zoals dat wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en gepubliceerd in het Statistisch bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:24Hoge Raad, 23 januari 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslagen parkeerbelastingen; verhaalbarekostenlimiet; door te berekenen kosten; rechtspraak opbrengstlimiet; meer dan zijdelingse samenhang; publicatie Besluit gemeentelijke…

  • ECLI:NL:HR:2024:1535Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Is kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting een criminal charge? Terugkomen op…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1113Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1116 Art. 234 Gemeentewet. Art. 2 en 3 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Parkeerbelasting. Kostenverhaal. Gevolgen te late bekendmaking maximumbedrag kostenverhaal?…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1116Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met de zaaknummers 23/04460 ECLI:NL:PHR:2024:1113 en 24/02548 ECLI:NL:PHR:2024:1117

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1640Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 juni 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende heeft ter zitting voor het eerst het standpunt ingenomen dat hij de kostenraming in zijn geheel bestrijdt. Het hof verklaart dit nieuwe standpunt…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:878Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 april 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Tussen partijen is in geschil of verschillende kosten ten onrechte zijn gerekend tot de gemeentelijke kosten die ter zake van het opleggen van een…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:2830Rechtbank Noord-Holland, 12 maart 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Onjuiste parkeerzone. Beroep op evenredigheidsbeginsel. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:1199Rechtbank Den Haag, 26 januari 2026 (belastingrecht)

    parkeerbelasting - Naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd. De rechtbank kan de stelling van eiser dat het ter plaatse geldende tarief niet openbaar is gemaakt niet volgen. Verweerder…

71 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.