Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen

Bgpb

Huidige tekst

Artikel 14 Bgpb

Geldt sinds 1 juli 2019

  1. 1

    De gemeentelijke kosten van overbrenging en bewaring van een voertuig kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen: a.kosten van afschrijving, huur en onderhoud; b.personele en materiële kosten; c.overheadkosten, die ten hoogste 50% van de personeelskosten mogen bedragen; d.kosten van interest; e.kosten van verzekering ter dekking van de aansprakelijkheid voor schade als bedoeld in artikel 235, zestiende lid, van de wet; f.in geval van toepassing van artikel 235, negende lid, van de wet de personele en materiële kosten, verbonden aan het doen uitgaan van de kennisgeving, waaronder begrepen de kosten van opsporing van degene aan wie de kennisgeving dient te worden verzonden; g.in geval van toepassing van artikel 235, elfde lid, van de wet de personele en materiële kosten van verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging, waaronder begrepen de kosten van taxatie van het voertuig.

  2. 2

    Voor zover de overbrenging en bewaring op andere wijze dan in eigen beheer geschieden, bedragen de gemeentelijke kosten daar voor ten hoogste de door degene die de overbrenging c.q. bewaring in opdracht van de gemeenteambtenaar verricht, ter zake daarvan in rekening gebrachte kosten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1116Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met de zaaknummers 23/04460 ECLI:NL:PHR:2024:1113 en 24/02548 ECLI:NL:PHR:2024:1117

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:262Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:265Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:279Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:319Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2026 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 2, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2491Rechtbank Rotterdam, 20 februari 2025 (belastingrecht)

    Kostenverhaal bij de naheffing van parkeerbelasting. Perceptiekosten en kosten voor wielklem en wegslepen, niet-geïnde naheffingsaanslagen. De rechtbank concludeert dat de gemeente Rotterdam de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:225Gerechtshof Den Haag, 9 januari 2025 (belastingrecht)

    Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:2338Gerechtshof Den Haag, 12 december 2024 (belastingrecht)

    Art. 234, lid 5, Gemeentewet. Art. 2 en art. 3 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2021. Heffingsambtenaar maakt raming kosten inzichtelijk. Auto stond…

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.