Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

BABW

Huidige tekst

Artikel 50 BABW

Geldt sinds 1 juli 2010

De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:13337Rechtbank Noord-Holland, 21 december 2023 (bestuursrecht)

    Zaak over ongeldigverklaring van een gehandicaptenparkeerkaart passagier. De ongeldigverklaring is een discretionaire bevoegdheid. Verweerder moet een belangenafweging maken, maar heeft dat niet…

  • ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7056Rechtbank 's-Gravenhage, 11 mei 2012 (bestuursrecht)

    ongeldigverklaring gehandicaptenparkeerkaart wegens misbruik

  • ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2858Rechtbank Haarlem, 7 mei 2008 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). Verzoekers invalidenparkeerkaart is met toepassing van art 53 BABW ongeldig verklaard voor de resterende…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.