Algemene douanewet

Adw

Huidige tekst

Artikel 8:2 Adw

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de artikelen 25, derde lid, 26a, 27a en 27e, is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen als bedoeld in het tweede lid.

  2. 2

    Voor de overeenkomstige toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is een beschikking voor bezwaar vatbaar indien het een beschikking betreft: a.als bedoeld in artikel 5, aanhef en onderdeel 39, van het Douanewetboek van de Unie; b.die is genomen op grond van deze wet.

  3. 3

    Indien de bedragen van een uitnodiging tot betaling en van een andere beschikking als bedoeld in het tweede lid op één aanslagbiljet zijn vermeld, wordt die beschikking voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep geacht onderdeel uit te maken van de uitnodiging tot betaling.

  4. 4

    Voor de overeenkomstige toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt een uitnodiging tot betaling aangemerkt als een belastingaanslag of een aanslag.

  5. 5

    Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig doen van een uitspraak door de inspecteur, kan de rechtbank Noord-Holland bepalen dat de artikelen 15, 46 en 47 van het Douanewetboek van de Unie en paragraaf 1.2.4 gedurende een daarbij te bepalen termijn van toepassing blijven.

  6. 6

    Indien een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank betrekking heeft op een beschikking die is gegeven door Onze minister wie het aangaat dan wel de ontvanger, treedt voor de toepassing van dit hoofdstuk Onze minister wie het aangaat dan wel de ontvanger in de plaats van de inspecteur.

  7. 7

    Indien het bezwaar is gericht tegen een uitnodiging tot betaling of een beschikking als bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot welke: a.de vereiste aangifte niet is gedaan; of b.niet of niet volledig is voldaan aan een verzoek op de voet van artikel 15 van het Douanewetboek van de Unie om gegevensdragers, of de inhoud daarvan, voor raadpleging beschikbaar te stellen; of c.niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge artikel 1:32, wordt bij de uitspraak op het bezwaarschrift de belastingaanslag of de beschikking gehandhaafd, tenzij aannemelijk is dat het niet of niet volledig voldoen aan genoemd verzoek of aan genoemde verplichtingen het gevolg is van overmacht en tenzij is gebleken dat en in hoeverre de belastingaanslag of de beschikking onjuist is. De eerste volzin vindt geen toepassing voor zover het bezwaar is gericht tegen een vergrijpboete.

  8. 8

    Indien het beroep is gericht tegen een uitnodiging tot betaling of een beschikking als bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot welke: a.de vereiste aangifte niet is gedaan; of b.niet of niet volledig is voldaan aan een verzoek op de voet van artikel 15 van het Douanewetboek van de Unie om gegevensdragers, of de inhoud daarvan, voor raadpleging beschikbaar te stellen; of c.niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge artikel 1:32, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is. De eerste volzin vindt geen toepassing voor zover het bezwaar is gericht tegen een vergrijpboete.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:55Hoge Raad, 16 januari 2026 (belastingrecht)

    Antidumpingrechten en douanerechten; art. 29 en 33, letter f, CDW; art. 181 bis UCDW; art. 140 UDWU; ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit China; douanewaarde; bewijsvoering…

  • ECLI:NL:HR:2025:1794Hoge Raad, 12 december 2025 (belastingrecht)

    Douanerechten en omzetbelasting; art. 221, lid 3, van het CDW en art. 103, leden 1 en 3, van het DWU; verjaringstermijn van drie jaar voor het doen van de mededeling van een douaneschuld en schorsing…

  • ECLI:NL:HR:2025:1795Hoge Raad, 12 december 2025 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 22/03433, ECLI:NL:HR:2025:1794

  • ECLI:NL:HR:2025:1329Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    Douanerechten; art. 20, lid 3, aanhef en letter e, en lid 4, art. 204, art. 236 en art. 239 CDW; deel I, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1 bis van de UCDW; art. 899 en 900 UCDW (tekst 2015); het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:10255Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2026 (belastingrecht)

    Douanerecht. Oorsprong ingevoerde elektrische fietsen. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schating.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:6958Rechtbank Noord-Holland, 30 juni 2025 (belastingrecht)

    Douanerecht. Indeling van schoenen. Toepassing omkering en verzwaring bewijslast door verweerder. Redelijke schatting van de verschuldigde douanerechten.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:1183Rechtbank Noord-Holland, 7 februari 2025 (belastingrecht)

    Douane. Stukken van het geding. Artikel 124 van het DWU tenietgaan douaneschulden wegens faillissement. Schuldenaar voor btw bij invoer. Rente op achterstallen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1219Parket bij de Hoge Raad, 29 december 2023 (belastingrecht)

    Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over het berekenen van rente op achterstallen over omzetbelasting bij invoer. Art. 114(2) DWU. Wettelijke basis in art. 22(1) Wet OB? Rentenadeel? In de periode van…

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.