Algemene douanewet

Adw

Huidige tekst

Artikel 2:1 Adw

Geldt sinds 1 mei 2016

Ten einde de goede werking van de douanewetgeving te waarborgen, kunnen bij regeling van Onze Minister van Financiën bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot: a.de formaliteiten voorafgaand aan en aangaande het binnenbrengen in en het verlaten van het douanegebied van schepen en luchtvaartuigen en de aan boord van deze schepen en luchtvaartuigen aanwezige goederen; b.douanekantoren; c.toeristisch en reizigersverkeer, postverkeer en verkeer van te verwaarlozen economisch belang; d.goederen en vervoermiddelen als bedoeld in artikel 137 van het Douanewetboek van de Unie; e.de summiere aangifte, dan wel vervangende kennisgeving, de kennisgeving van aankomst en het aanbrengen; f.tijdelijke opslag; g.de douaneaangifte, mede ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en wederuitvoer; h.goederencontrole en verificatie; i.identificatiemaatregelen, middelen daaronder begrepen; j.zekerheid; k.de voorwaarden die gelden bij de overdracht van rechten en plichten als bedoeld in artikel 218 van het Douanewetboek van de Unie; l.vereenvoudigde procedures inzake Uniedouanevervoer; m.de summiere aangifte bij uitgaan dan wel kennisgeving wederuitvoer; n.de berekeningswijze van de kredietrente, de vertragingsrente en de rente op achterstallen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1219Parket bij de Hoge Raad, 29 december 2023 (belastingrecht)

    Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over het berekenen van rente op achterstallen over omzetbelasting bij invoer. Art. 114(2) DWU. Wettelijke basis in art. 22(1) Wet OB? Rentenadeel? In de periode van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.