Algemene douanewet

Adw

Huidige tekst

Artikel 1:34 Adw

Geldt sinds 1 januari 2022

Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is, indien dit voor de toepassing van de bij of krachtens de in artikel 1:1 bedoelde regelingen of de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen te zijnen aanzien van belang kan zijn, verplicht op vordering van de inspecteur terstond een document waarmee de identiteit van hem kan worden vastgesteld als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:3626Gerechtshof Amsterdam, 13 december 2022 (strafrecht)

    Verweer ten aanzien van onrechtmatig handelen douaneambtenaar behoeft geen bespreking, nu dit betoog niet gemotiveerd is aan de hand van de in artikel 359a, lid 2, Sv vermelde factoren. Ten…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0988Gerechtshof Amsterdam, 8 juli 2010 (strafrecht)

    Vordering door douaneambtenaar op Schiphol om identiteitsbewijs te tonen. Niet gebleken dat dit redelijkerwijs voor de vervulling van de taak van de douaneambtenaar (artt. 1:21 en 1:34 Algemene…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.