Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

Huidige tekst

Artikel 3:5 Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

Geldt sinds 2 augustus 2022

Uitzonderingen voor de Werkloosheidswet 1 Artikel 3:2, eerste lid, onderdeel b, c, d en e, is niet van toepassing bij de vaststelling van het inkomen voor de Werkloosheidswet, tenzij a. deze onderdelen betrekking hebben op bezoldiging in verband met het uitoefenen van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam, dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of van een algemeen bestuur van een waterschap; b. artikel 3:2, eerste lid, onderdeel e, betrekking heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b, zevende lid, of artikel 6:3, zevende lid, van de Wet arbeid en zorg. 2 Artikel 3:3, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel c zijn niet van toepassing bij de vaststelling van inkomen voor de Werkloosheidswet. 3 Voor zover de uitkeringsgerechtigde op de dag voorafgaand aan de eerste dag van werkloosheid, bedoeld in artikel 16a van de Werkloosheidswet, inkomen ontvangt als bedoeld in het eerste lid, wordt dat inkomen niet in aanmerking genomen voor de uitkering op grond van de Werkloosheidswet. 4 Voor de Werkloosheidswet wordt als inkomen in verband met arbeid beschouwd: a.een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet; b.een uitkering op grond van het bepaalde bij of krachtens dan wel op de voet van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers; en c.een wettelijke buitenlandse uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. 5 In afwijking van het vierde lid, onderdeel a, wordt niet tot het inkomen in verband met arbeid gerekend de uitkering, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, indien die uitkering door de uitkeringsgerechtigde voor het intreden van de werkloosheid werd ontvangen en die samenhangt met een eerder verlies van arbeidsuren. 6 In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, wordt de uitkering op grond van het bepaalde bij of krachtens dan wel op de voet van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet niet tot inkomen in verband met arbeid gerekend, indien die uitkering: a.door de uitkeringsgerechtigde reeds voor het intreden van de werkloosheid werd ontvangen naast de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden; of b.door de uitkeringsgerechtigde na het intreden van de werkloosheid wordt ontvangen uit werkzaamheden die voor het intreden van de werkloosheid reeds werden verricht naast de dienstbetrekking waaruit de werkloosheid is ontstaan of een dienstbetrekking waarvoor de dienstbetrekking waaruit de werkloosheid is ontstaan in de plaats is getreden. 7 In afwijking van het vierde lid, onderdeel a, wordt niet tot inkomen in verband met arbeid gerekend een uitkering die door de uitkeringsgerechtigde reeds werd ontvangen voorafgaand aan het ontstaan van de dienstbetrekking waaruit het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet is ontstaan. 8 In afwijking van het vierde lid, onderdeel a, wordt niet tot inkomen in verband met arbeid gerekend het inkomen dat op grond van de Werkloosheidswet reeds in aanmerking genomen is voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:670Centrale Raad van Beroep, 4 april 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De WW-uitkering van appellant per 1 november 2020 komt niet tot uitbetaling vanwege de pensioeninkomsten van de pensioenfondsen van [A], [B] en [C] die volgens het Uwv op de WW-uitkering van…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:524Centrale Raad van Beroep, 22 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Niet tijdig melden ontvangen Flex-pensioen. Geen sprake van uitzondering. Juist toetsingskader rechtbank. Memo van appellant is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:502Rechtbank Den Haag, 20 januari 2023 (socialezekerheidsrecht)

    weigering WW-uitkering

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:3043Rechtbank Oost-Brabant, 28 juli 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Verevend ouderdomspensioen ten onrechte gekort op de ZW-uitkering. Verevend ouderdomspensioen is geen inkomen in verband met arbeid in de zin van art. 3:5, vierde lid, van het Algemeen…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:1507Centrale Raad van Beroep, 6 juli 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Toekennen en vaststellen hoogte loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Voor appellant was het einde van het prepensioen en het pas later aanspraak kunnen maken op AOW-uitkering wel…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:11649Rechtbank Noord-Holland, 11 april 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Pensioeninkomsten terecht in mindering gebracht op WW-uitkering.

  • ECLI:NL:CRVB:2022:533Centrale Raad van Beroep, 2 maart 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Het gaat in dit geding om de vraag of het Uwv terecht de pensioeninkomsten van appellant in mindering heeft gebracht op zijn WW-uitkering. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellant valt…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2825Centrale Raad van Beroep, 11 november 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Nu zich geen van de uitzonderingssituaties als bedoeld in het AIB voordoen heeft verweerder eisers prepensioen terecht aangemerkt als inkomen dat op grond van het bepaalde in artikel 47 van de WW op…

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.