Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

Huidige tekst

Artikel 4:1 Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

Geldt sinds 1 januari 2022

Vaststelling inkomen 1 Het inkomen voor de toepassing van: a.de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt herleid tot een bedrag per kalendermaand; b.de Toeslagenwet, de Ziektewet en de artikelen 1a:4, vierde lid, 2:6 en 3:2a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt herleid tot een bedrag per dag. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de kalendermaand gesteld op 21,75 dagen. De kalenderweek wordt gesteld op vijf dagen. Het boek- of kalenderjaar wordt gesteld op 261 dagen. 3 Bij de toepassing van het eerste lid wordt het loon of het inkomen in verband met arbeid, bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, door de uitkeringsgerechtigde geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon of dat inkomen in verband met arbeid opgave heeft gedaan. 4 Bij de toepassing van het eerste lid worden betalingen van het overig inkomen toegerekend aan de perioden waarin hierop recht bestaat. 5 Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in de artikelen 2:2, eerste lid, onderdelen c, d en e, en 3:2, eerste lid, onderdelen c, d en e, evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar. 6 De SVB of het UWV kunnen op basis van een geschat inkomen een gemiddeld inkomen per kalendermaand bepalen, waarna per periode van ten hoogste twaalf maanden een herberekening plaatsvindt en het gemiddeld inkomen per periode kan worden toegerekend aan maanden in die periode. 7 De SVB of het UWV kan bij de vaststelling van het inkomen het loon dat door de uitkeringsgerechtigde is genoten in een aangiftetijdvak, toerekenen aan de dag waarop dat loon betrekking heeft. 8 De SVB kan bij de vaststelling van het inkomen het in een aangiftetijdvak opgebouwde bedrag aan vakantiebijslag en de in een aangiftetijdvak opgebouwde looncomponenten ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag in aanmerking nemen, waarbij het betaalde bedrag aan vakantiebijslag en de uitbetaalde looncomponenten ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag niet in aanmerking worden genomen. Het UWV neemt bij de vaststelling van het inkomen het in een aangiftetijdvak opgebouwde bedrag aan vakantiebijslag en de opgebouwde looncomponenten ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag in aanmerking, waarbij het betaalde bedrag aan vakantiebijslag en de uitbetaalde looncomponenten ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag niet in aanmerking worden genomen. 9 In afwijking van het derde lid, wordt voor de vaststelling van het inkomen voor de Werkloosheidswet het inkomen over een aangiftetijdvak van vier weken geacht te zijn genoten in de kalendermaand waarin het aangiftetijdvak van vier weken eindigt. 10 In afwijking van het achtste lid neemt het UWV voor de vaststelling van het inkomen voor de Werkloosheidswet het in een aangiftetijdvak betaalde bedrag aan vakantiebijslag en de in een aangiftetijdvak uitbetaalde componenten ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag in aanmerking voor zover deze componenten zijn aan te merken als loon als bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen, waarbij de opgebouwde bedragen en looncomponenten niet in aanmerking worden genomen. 11 Indien toepassing van dit artikel leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat bepaalt de SVB of het UWV het inkomen op een andere wijze. 12 Het UWV kan bij de toepassing van het eerste lid het genoten inkomen in verband met arbeid, bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, toerekenen aan de perioden waarin hierop recht bestaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:4012Rechtbank Rotterdam, 25 maart 2026 (bestuursrecht)

    Beroep van een werkgever tegen de hoogte van de WW-uitkering van een ex-werknemer met inkomsten en een arbeidsvoorwaardenbedrag. Geen reden om het resultaat kennelijk onredelijk te achten. Beroep…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:102Centrale Raad van Beroep, 15 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Verplichte verzekering AOW-pensioen. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep slaagt voor zover het gaat om het tijdvak 23 november 2020 tot en met 31 december 2020. De Svb heeft ten…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:6931Rechtbank Gelderland, 20 augustus 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep tegen een definitieve vaststelling van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en een terugvordering en invordering van de te veel betaalde uitkering. Er is geen…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:689Centrale Raad van Beroep, 7 mei 2025 (socialezekerheidsrecht)

    WGA-loonaanvullingsuitkering met ingang van 1 augustus 2021 terecht omgezet in een WGA-vervolguitkering. Terugvordering WGA-uitkering over de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 terecht…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:292Centrale Raad van Beroep, 19 februari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering te veel betaalde WIA-voorschotten terecht. Het Uwv heeft geen aandeel in de oorzaak van de terugvordering. De verstrekking van de WIA-voorschotten heeft het Uwv gebaseerd op de door…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:4Centrale Raad van Beroep, 8 januari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Het garantiebedrag per 1 januari 2021 is terecht vastgesteld op € 14,44 bruto per dag op basis van zijn inkomen in januari 2021.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:18964Rechtbank Den Haag, 8 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Wet WIA; door eiser over 2021 pas in januari 2022 ontvangen bonus is door het Uwv terecht aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking; latere uitbetaling maakt dit niet anders; het Uwv was…

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:5068Rechtbank Noord-Nederland, 5 december 2023 (bestuursrecht)

    Beëindiging WW-uitkering. Inkomen hoger dan 87,5% van het maandloon.

44 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.