Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

Huidige tekst

Artikel 2:5 Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

Geldt sinds 1 januari 2022

Vakantiebijslag 1 In afwijking van de artikelen 2:2, 2:3 en 2:4 wordt vakantiebijslag, vakantiebon of een aanspraak die naar aard en strekking daarmee overeenkomt niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd. 2 Indien over het inkomen uit arbeid of overig inkomen geen aanspraak op vakantiebijslag bestaat, wordt van dit inkomen slechts in aanmerking genomen: 100 x B / (100 + A) waarbij: A staat voor het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; en B staat voor het inkomen. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de vakantiebijslag wordt betaald als onderdeel van het periodieke loon of als onderdeel van een arbeidsvoorwaardenbedrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2019:3934Centrale Raad van Beroep, 6 december 2019 (socialezekerheidsrecht)

    De Svb heeft bij de vaststelling van het bruto maandinkomen van de echtgenote van appellant terecht de bedragen die betrekking hebben op de onderdelen duurzame inzetbaarheid en dagen meegenomen. Het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:6580Rechtbank Noord-Holland, 1 mei 2018 (socialezekerheidsrecht)

    herziening kinderbijslag AKW vanwege inkomen kind - vakantiewerk

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.