Alcoholbesluit

Huidige tekst

Artikel 3.4 Alcoholbesluit

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Onverminderd artikel 3.3, is een leidinggevende niet binnen de laatste vijf jaar bij meer dan één uitspraak onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,– of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, onder a, van het Wetboek van Strafrecht wegens dan wel mede wegens overtreding van: a.bepalingen gesteld bij of krachtens de wet en de Opiumwet; b.bepalingen gesteld bij of krachtens de Wet op de accijns en de Algemene douanewet, voor zover het betreft alcoholhoudende dranken; c.de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 151f, 252, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; d.de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 j° artikel 8 of artikel 6 j° artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; e.de artikelen 1, eerste lid, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; f.de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of g.de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  2. 2

    Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ter zake van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, tenzij de geldsom € 375,– of minder bedraagt.

  3. 3

    Met een veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,– of meer als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

  4. 4

    Artikel 3.3, vierde lid, is van toepassing.

  5. 5

    De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling, aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:3104Rechtbank Oost-Brabant, 3 juni 2025 (bestuursprocesrecht)

    Zaken over 1) intrekking van Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf op een vakantiepark en 2) weigering van exploitatievergunning van dat vakantiepark. De rechtbank is…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:3111Rechtbank Oost-Brabant, 3 juni 2025 (bestuursprocesrecht)

    Zaken over 1) intrekking van een Alcoholwetvergunning voor een horecabedrijf op een vakantiepark en 2) weigering van een Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf op een…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:3175Rechtbank Oost-Brabant, 3 juni 2025 (bestuursprocesrecht)

    Zaken over 1) intrekking van een Alcoholwetvergunning voor een horecabedrijf op een vakantiepark en 2) weigering van een Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf op een…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:8648Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 december 2023 (omgevingsrecht)

    HOREC

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:6852Rechtbank Gelderland, 8 december 2022 (bestuursrecht)

    Alcoholvergunning. Slecht levensgedrag. Evidentiecriterium. Voorlopige voorziening: verzoekers moeten behandeld worden alsof zij in het bezit zijn van de aangevraagde alcoholvergunningen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.