Uitspraak · Materieel strafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 26 juni 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:2461Zaaknummer 18/242072-25

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
18/242072-25
Rechtsgebied
Strafrecht, Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gewapende overval bij tankstation, voorhanden hebben vuurwapen en munitie en winkeldiefstal. Sprake van verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid. Veroordeling tot jeugddetentie voor de duur van 93 dagen (gelijk aan duur voorarrest) en een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 subsidiair en 2 en het onder parketnummer 18/258647-25 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 93 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Bepaalt dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

  • dat de veroordeelde zal verblijven bij [instelling], of een soortgelijke instelling. Hij zal zich houden aan de afspraken en regels die binnen die instelling gelden;
  • dat de veroordeelde zal meewerken aan een vervolgplaatsing op het moment dat de plaatsing bij [instelling] ten einde is;
  • dat de veroordeelde zal meewerken als er aanvullende diagnostiek nodig is en daaruit voortkomende behandeling en/of hulpverlening, zolang [instelling] of de jeugdreclassering het nodig vindt;
  • dat de veroordeelde zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van passende dagbesteding en/of volgens het rooster naar school zal gaan, te bepalen door de jeugdreclassering;
  • dat de veroordeelde inzicht zal geven in zijn sociale relaties aan [instelling] of een soortgelijke instelling en/of de jeugdreclassering;
  • dat de veroordeelde inzicht zal geven in internetgebruik en sociale media wanneer [instelling], de jeugdreclassering of een soortgelijke instelling daarom vraagt, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
  • dat de veroordeelde zal meewerken aan controles van het gebruik van alcohol en drugs, zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit nodig vindt. De jeugdreclassering of [instelling] of een soortgelijke instelling bepaalt met welke controlemiddelen de veroordeelde wordt gecontroleerd.

Geeft aan William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering ( [adres] ), een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. drs. J.V. Nolta en mr. A. Nieuwenhuis, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Tenlastelegging
  2. Beoordeling van het bewijs
  3. Bewezenverklaring
  4. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
  5. Strafbaarheid van verdachte
  6. Strafmotivering
  7. Uitspraak
  8. De rechtbank

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/242072-25

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/258647-25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],

thans verblijvende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 juni 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.E.W.M. Rupert, advocaat te Assen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. van Slooten.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

onder parketnummer 18/242072-25:

1. primair

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Leek, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer acht pakjes sigaretten van het merk Camel Yellow, in elk geval enige goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan door en/of vergezeld van en/of gevolgd door geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit dat hij verdachte:

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1]

en/of [bedrijf 1] heeft getoond en/of met (de loop van) voornoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] heeft gewezen en/of gericht; en/of

- ( ( vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] heeft gezegd: "geef me al je geld" en/of “ik wil alleen briefgeld” en/of “doe me dan maar al je sigaretten”, in elk geval (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Leek, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer acht pakjes sigaretten van het merk Camel Yellow in elk geval enige goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal:

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1]

en/of [bedrijf 1] heeft getoond en/of met (de loop van) voornoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] heeft gewezen en/of gericht; en/of

- ( ( vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1] heeft gezegd: "geef me al je geld" en/of “ik wil alleen briefgeld” en/of “doe me dan maar al je sigaretten”, in elk geval (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Leek, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver (van het merk BBM, Olympic 38), categorie III, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad,

en/of munitie van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 8 stuks kogelpatronen (merk Fiocchi, Hollow Point), categorie II, voorhanden heeft gehad;

onder parketnummer 18/258647-25:

hij op of omstreeks 30 juli 2025 te Zuidhorn, (gemeente Westerkwartier) led strips en/of een laptop stand en/of energiedrank en/of een usb-C hub en/of een smart finder card en/of een eau de toilette en/of een (tafel)lamp, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer

18/242072-25 feit 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde en voor het onder parketnummer 18/258647-25 ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/258647-25 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak ten aanzien van parketnummer 18/242072-25 feit 1 primair

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte heeft geen pakjes sigaretten weggenomen, maar de sigaretten overhandigd gekregen van de medewerker van het tankstation na bedreiging met een vuurwapen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de diefstal met (bedreiging met) geweld.

Veroordeling ten aanzien van parketnummer 18/242072-25 feiten 1 subsidiair en 2

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor

het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2026;
  • een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 14 september 2025, opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025250030 d.d. 16 september 2025, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1];
  • een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 16 oktober 2025, opgenomen op pagina 55 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant.

Veroordeling ten aanzien van parketnummer 18/258647-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/258647-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2026;
  • een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 juli 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025204299 d.d. 2 juni 2026, inhoudende de verklaring van [naam] namens [bedrijf 2].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/258647-25 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat

onder parketnummer 18/242072-25:

1

hij op 14 september 2025 te Leek, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van acht pakjes sigaretten van het merk Camel Yellow, toebehorende aan [bedrijf 1], welke bedreiging met geweld eruit bestond dat hij:

  • een vuurwapen aan voornoemde [slachtoffer 1] heeft getoond en met de loop van voornoemd vuurwapen in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] heeft gewezen; en
  • vervolgens tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd: "geef me al je geld" en “ik wil alleen briefgeld” en “doe me dan maar al je sigaretten”;

2

hij op 14 september 2025 te Leek, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver van het merk BBM, Olympic 38, categorie III, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver voorhanden heeft gehad,

en munitie van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 8 stuks kogelpatronen merk Fiocchi, Hollow Point, categorie II, voorhanden heeft gehad;

onder parketnummer 18/258647-25:

hij op 30 juli 2025 te Zuidhorn, led strips en een laptop stand en energiedrank en een usb-C hub en een smart finder card en een eau de toilette en een tafellamp, die aan [bedrijf 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op

ten aanzien van parketnummer 18/242072-25:

  • subsidiair afpersing
  • handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van parketnummer 18/258647-25:

diefstal

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten 91 dagen, en een voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel), met een proeftijd van 2 jaren en met daaraan verbonden de voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De officier van justitie heeft in haar strafeis rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om in strafmatigende zin rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De raadsvrouw heeft ter zitting aangegeven dat zij de strafeis van de officier van justitie passend vindt. De raadsvrouw heeft verzocht om bij de bijzondere voorwaarde van het verblijf in [instelling] niet op te nemen dat verdachte zich aldaar aan de afspraken en regels dient te houden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

Ernst van de feiten

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval. Hij is met een geladen vuurwapen naar een tankstation gegaan en heeft onder dreiging van dit vuurwapen de medewerker van het tankstation gedwongen tot afgifte van meerdere pakjes sigaretten. Verdachte had een schuld van 300,- euro en dacht op deze manier aan geld te kunnen komen om zijn schuld af te lossen. Dit is een zeer ernstig feit. Verdachte heeft ondoordacht en gevaarlijk gehandeld. Hij heeft niet stilgestaan bij de gevolgen van de overval voor anderen, met name voor het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten zich nog lange tijd angstig en onveilig kunnen voelen en psychische gevolgen van de gebeurtenis kunnen ondervinden. Daarnaast zorgen dit soort feiten voor gevoelens van onveiligheid bij mensen die hiervan op de hoogte raken. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie vormt bovendien een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de maatschappij. Het bezit van dergelijke voorwerpen leidt gemakkelijk tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Ook in deze zaak had het heel anders kunnen aflopen. Verdachte heeft met een schietklaar wapen in de richting van de medewerker van het tankstation gebaard, terwijl verdachte geen ervaring heeft met het gebruik van vuurwapens, hetgeen de kans op ongelukken vergroot. Ten slotte heeft verdachte zich nog schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Verdachte heeft weinig respect getoond voor de eigendommen van anderen. Hij heeft met zijn handelen schade, overlast en ergernis bij de winkelier veroorzaakt.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf tevens gelet op de rapporten en adviezen van de deskundigen. In het pro justitia rapport d.d. 19 december 2025 wordt door de psychiater en psychologen het navolgende geconcludeerd. Bij verdachte is sprake van een autismespectrumstoornis (ASS), ADHD van het gecombineerde type, een normoverschrijdend-gedragsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis en een onveilige gehechtheid. Hij wordt in zijn verdere persoonlijkheidsontwikkeling bedreigd

met het risico op het ontwikkelen van antisociale persoonlijkheidskenmerken. De ASS, de gedragsstoornis, de stoornis in het gebruik van cannabis en in enige mate de ADHD hebben een doorwerking gehad bij het tot stand komen van de feiten. De deskundigen adviseren om de ten laste gelegde feiten in een verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Er is sprake van een hoog risico op gewelddadig en crimineel gedrag als er geen interventies plaatsvinden. Verdachte heeft een intensieve en langdurige klinische behandeling nodig. De hoop en verwachting is dat hiermee zijn persoonlijkheidsontwikkeling nog positief omgebogen kan worden. Het advies is om een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen met behandeling in [instelling]. De Raad voor de Kinderbescherming heeft zich in het rapport d.d. 9 juni 2026 aangesloten bij het advies van de pro justitia rapporteurs. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dadelijke uitvoerbaarheid van de voorgestelde bijzondere voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling tot slot het volgende in aanmerking genomen. Verdachte is, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder voor een strafbaar feit veroordeeld. Verdachte is open over zijn daden en neemt hier verantwoordelijkheid voor. Verdachte heeft ter zitting aangegeven gebaat te zijn bij hulpverlening. Hij is gemotiveerd om hieraan mee te werken en kan zich vinden in het advies van de deskundigen.

Straf en maatregel

De rechtbank acht het, gelet op de rapportages, aannemelijk dat de problematiek van verdachte heeft doorgewerkt in de bewezen verklaarde feiten en zal derhalve bepalen dat er sprake is van een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank op een totaal van 93 dagen voorlopige hechtenis uit.

Aan de vereisten voor het opleggen van een PIJ-maatregel is voldaan. De rechtbank stelt vast dat de gewapende overval een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Op grond van hetgeen de psychologen, de psychiater en de Raad voor de Kinderbescherming in hun rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en daarnaast de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een PIJ-maatregel eisen. Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte.

Aan de voorwaardelijke PIJ-maatregel zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd. Dat betekent dat ook als voorwaarde is opgenomen dat verdachte zich houdt aan de afspraken en regels die binnen [instelling] gelden. Het verblijf bij [instelling] is bedoeld om verdachte hulp te bieden en hem te begeleiden. Dat vraagt inzet van verdachte. De rechtbank vindt het daarom passend en niet onredelijk om van verdachte te vragen zich op de hoogte te stellen van de regels in de instelling.

Gelet op de ernst van de feiten en de rapporten omtrent zijn persoon, waaruit naar voren komt dat verdachte hulpverlening en begeleiding nodig heeft, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening

mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan zonder inzet van passende hulp. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

De rechtbank overweegt verder dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en dat bij verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Verlenging van de PIJ- maatregel is in dit geval mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa, 77gg, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/242072-25 feit 1 subsidiair en 2 en het onder parketnummer 18/258647-25 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 93 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Bepaalt dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

  • dat de veroordeelde zal verblijven bij [instelling], of een soortgelijke instelling. Hij zal zich houden aan de afspraken en regels die binnen die instelling gelden;
  • dat de veroordeelde zal meewerken aan een vervolgplaatsing op het moment dat de plaatsing bij [instelling] ten einde is;
  • dat de veroordeelde zal meewerken als er aanvullende diagnostiek nodig is en daaruit voortkomende behandeling en/of hulpverlening, zolang [instelling] of de jeugdreclassering het nodig vindt;
  • dat de veroordeelde zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van passende dagbesteding en/of volgens het rooster naar school zal gaan, te bepalen door de jeugdreclassering;
  • dat de veroordeelde inzicht zal geven in zijn sociale relaties aan [instelling] of een soortgelijke instelling en/of de jeugdreclassering;
  • dat de veroordeelde inzicht zal geven in internetgebruik en sociale media wanneer [instelling], de jeugdreclassering of een soortgelijke instelling daarom vraagt, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
  • dat de veroordeelde zal meewerken aan controles van het gebruik van alcohol en drugs, zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit nodig vindt. De jeugdreclassering of [instelling] of een soortgelijke instelling bepaalt met welke controlemiddelen de veroordeelde wordt gecontroleerd.

Geeft aan William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering ( [adres] ), een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. drs. J.V. Nolta en mr. A. Nieuwenhuis, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.