Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 24 november 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:5721Zaaknummer 18/850030-15
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 24 november 2016
- Publicatiedatum
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 18/850030-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gevangenisstraf en TBS met voorwaarden ter zake meerdere (gewelds)delicten.
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair, 3 subsidiair, 3 meer subsidiair, 6 primair, 6 subsidiair, 9 primair en 12 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair, 4 primair, 5 primair, 7A, 7B, 8 primair,
9 subsidiair, 10, 11 en 12 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden.
Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
- de veroordeelde verleent, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
- de veroordeelde meldt zich binnen drie dagen na het einde van zijn detentie bij Reclassering Nederland, telefoonnummer 088-80 41 504; hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- de veroordeelde laat zich, op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven
indicatiestelling, opnemen in [locatie] of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;
4. de veroordeelde verleent, indien geïndiceerd, aansluitend aan de klinische opname zijn medewerking aan een hulpverleningstraject dat is gericht op (begeleid zelfstandig) wonen (instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang) of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, verblijft daar en houdt zich aan het (dag-) programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
5. indien na de klinische behandeling een ambulante behandeling dan wel forensische
poliklinische behandeling wordt geïndiceerd, verleent de veroordeelde zijn medewerking zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
6. de veroordeelde zal zich gedurende de klinische fase onthouden van het gebruik van drugs en alcohol; tijdens de ambulante fase zal de veroordeelde zich onthouden van het gebruik van drugs en alcohol, zolang de reclassering dat nodig acht; de veroordeelde verplicht zich ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek;
7. de veroordeelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht; deze medewerking houdt onder andere, maar niet uitsluitend, in:
-zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te bewegen tot het naleven van de voorwaarden;
-medewerking verlenen aan huisbezoeken;
-inzicht geven aan de reclassering over de voortgang van begeleiding of behandeling door andere instellingen/hulpverleners;
-niet verhuizen of van adres veranderen zonder toestemming van de reclassering;
-medewerking verlenen aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
8. de veroordeelde verleent zijn medewerking aan het opmaken van de drie partijenovereenkomst, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
9. de veroordeelde gaat akkoord met inzage in zijn financiën en/of overleg met de beheerder
van zijn financiën, indien gewenst door de reclassering;
10. de veroordeelde houdt zich aan de richtlijnen van de behandelend geneesheer, ook indien
dit inhoudt dat hij zich houdt aan medicatievoorschriften, zolang de behandelend geneesheer en de reclassering dit nodig achten;
11. indien er sprake is van een crisissituatie werkt de veroordeelde mee aan een time-out c.q. crisis (FPT)-plaatsing in een FPK of een andere soortgelijke instelling; het Openbaar
Ministerie zal hierbij een opdracht verstrekken teneinde het vervoer (DV&O) te realiseren;
12. de veroordeelde zal zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit of zich in situaties begeven die voor hem risicovol zijn en/of resocialisatie in gevaar brengen;
12. de veroordeelde begeeft zich niet zonder toestemming buiten de Europese landsgrenzen van Nederland; de veroordeelde overlegt hierover vooraf met de reclassering, het Openbaar
Ministerie (OM)/Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPK) en in overleg met OM wordt beslist;
14. de veroordeelde verleent medewerking aan het verstrekken van een actuele foto aan de reclassering ten behoeve van eventuele opsporing.
Draagt de reclassering op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
ten aanzien van het onder 4 primair bewezen verklaarde
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 1.017,00 (zegge: duizend zeventien euro).
Bepaalt dat deze benadeelde partij voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 5], te betalen een bedrag van 1.017,00 (zegge: duizend zeventien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit 17,00 aan materiële schade en 1.000,00 aan immateriële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.
ten aanzien van het onder 5 primair bewezen verklaarde
Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 11] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
ten aanzien van het onder 8 primair bewezen verklaarde
Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], te betalen een bedrag van 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.
ten aanzien van het ad informandum gevoegd feit
Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij Ministerie van Veiligheid en Justitie niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2016.
Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/850030-15
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken
d.d. 24 november 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats], thans verblijvende in [naam PI] te [plaats PI].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 maart 2016 en 10 november 2016.
De verdachte is beide keren verschenen, op de eerstgenoemde terechtzitting bijgestaan door mr. J. Houwink, advocaat te Leeuwarden, en op de laatstgenoemde terechtzitting door
mr. E. van der Meer, eveneens advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie werd op beide terechtzittingen vertegenwoordigd door mr. T. Akkerman.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 januari 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 februari 2015, in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 11] heeft gedwongen tot de afgifte van autosleutels en/of autoradio, in elk geval van enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)
- dreigend een mes aan [slachtoffer 11] heeft getoond en/of (daarbij)
gezegd “geef mij de autosleutels”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- ( ( vervolgens) dreigend tegen die [slachtoffer 11] heeft gezegd: “Ik
trek je kop eraf, ik snij je kop er gewoon af, “Je moet geld regelen, je hebt mij verneukt” “Je moet 800 euro regelen, en dat morgen om 08.00 betalen, anders snij ik ook bij je ouders de kop er af, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 11] met een mes in de knie heeft geprikt/gestoken, althans dreigend een mes getoond,
- ( aldus) een voor die [slachtoffer 11] dreigende situatie heeft geschapen;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 26januari 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 februari 2015, in de gemeente Stadskanaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 11] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan die [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
met zijn mededader(s), althans alleen,
- dreigend een mes aan [slachtoffer 11] heeft getoond en/of (daarbij)
tegen die [slachtoffer 11] heeft gezegd: “Ik trek je kop eraf, ik snij je
kop er gewoon af, “Je moet geld regelen, je hebt mij verneukt” “Je moet 800 euro regelen, en dat morgen om 08.00 betalen, anders snij ik ook bij je ouders de kop er af, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 11] met een mes in de knie heeft geprikt/gestoken, althans dreigend een mes getoond,
- ( aldus) een voor die [slachtoffer 11] dreigende situatie heeft geschapen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
A)
hij op of omstreeks 26 januari 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 februari 2015, in de gemeente Stadskanaal, [slachtoffer 11] heeft mishandeld door deze met een mes in/bij de knie, in elk geval in een been, te steken/prikken;
EN
B)
hij op of omstreeks 26januari 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 februari 2015, in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 11] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn
mededader(s) opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 11] gezegd: “Ik trek je kop eraf, ik snij je kop er gewoon af, “Je moet geld regelen, je hebt mij verneukt” “Je moet 800 euro
regelen, en dat morgen om 08.00 betalen, anders snij ik ook bij je ouders de kop er af, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of een mes aan [slachtoffer 11] getoond;
2.
hij op of omstreeks 26 januari 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 februari 2015, in de gemeente Stadskanaal,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk/type Samsung Galaxy S3 mini), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)
- dreigend een mes aan [slachtoffer 2] heeft getoond en/of
- die [slachtoffer 2] heeft gestompt en/of geslagen en/of met een bougiesleutel,
althans een hard en/of scherp/puntig voorwerp in/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of een mes tegen het lichaam heeft gehouden en/of met dat mes heeft gestoken/gesneden en/of
- ( ( daarbij) heeft gezegd: “je bent een pedo, je gaat betalen anders zoeken we
je op, als je voor 10.00 niet betaald dan weten we je te vinden”, en/of “als
je voor morgen 10.00 geen 200 hebt geregeld maken we je hartstikke dood”, althans worden van gelijke dreigende aard of strekking;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 26 januari 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 februari 2015, in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, heeft gestomp/geslagen, en/of
met een bougiesleutel, althans een hard/scherp voorwerp, in/tegen het gezicht
heeft geslagen, en/of met mes, althans een scherp/puntig voorwerp, heeft gestoken/gesneden/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op of omstreeks 31 januari 2015 te Stadskanaal
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s),
met zijn mededader(s), althans alleen,
op dreigende/intimiderende toon tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd:
“Ik moet even binnen met je praten over geldzaken” en/of (binnen/in woning [straat 1]) “Hoeveel geld heb je voor mij” en/of
(nadat die [slachtoffer 3] had aangegeven geen geld bij zich te hebben): “Geef hem maar een paar klappen”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] (met kracht) in/tegen het gezicht en/of lichaam heeft gestompt/geslagen en/of getrapt/geschopt en/of kniesto(o)t(en) gegeven, en/of (aldus) een voor die [slachtoffer 3] dreigende situatie heeft geschapen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 31 januari 2015 te Stadskanaal
tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3] (met kracht) in/tegen het gezicht en/of lichaam heeft gestompt/geslagen en/of getrapt/geschopt en/of kniesto(o)t(en) gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
[slachtoffer 4] op of omstreeks 31 januari 2015 te Stadskanaal
ter uitvoering van het door die [slachtoffer 4] voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3] (met kracht) in/tegen het gezicht en/of lichaam heeft gestompt/geslagen en/of getrapt/geschopt en/of
kniesto(o)t(en) gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit hij, verdachte, op of omstreeks 31januari 2015 te Stadskanaal,
opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en /of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte,
- tegen die [slachtoffer 4] gezegd/opgedragen: “als hij niet betaald, mag je hem
pakken” en/of “hij heeft weer niet betaald. Doe maar” en/of “Geef hem maar een paar klappen” en/of “Ho maar”, althans woorden van gelijke aard en/of
strekking, en/of (aldus) die [slachtoffer 4] geboden/opgedragen die [slachtoffer 3] te mishandelen/slaan als die [slachtoffer 3] geen geld bij zich had, en/of
- die [slachtoffer 4] gedurende langere tijd/stelselmatig, althans meermalen, in
elk geval eenmaal (telkens) heeft bedreigd, en/of mishandeld en/of opgesloten/gegijzeld en/of onderdrukt/ge-intimideerd/vernederd (gehouden), en/of
- meermalen, althans eenmaal, gedreigd om een of meer familieleden van die
[slachtoffer 4] iets aan te doen (indien die [slachtoffer 4] niet deed wat hij, verdachte, van hem verlangde);
4.
hij op of omstreeks 28 februari 2015 in de gemeente Stadskanaal en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met zijn mededader(s), althans alleen,
bij die [slachtoffer 5] heeft aangeklopt en/of op dreigende/dwingende/intimiderende toon tegen die [slachtoffer 5] gezegd: “Jij krijgt 5 minuten om mij met [naam]
in contact te brengen, anders gaat het koppie eraf en/of “Ik moet mijn spullen hebben die bij [naam] staat en jij gaat met mij mee om
daar voor te zorgen” en/of “En nu in de auto vort, anders krijg je koppie eraf, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
(in de auto) die [slachtoffer 5] een of meermalen heeft geslagen, en/of terwijl hij, verdachte, uitstapte tegen zijn mededader(s) gezegd dat ze die
[slachtoffer 5] in de auto moesten houden en/of dat hun kop er ook af ging als ze die [slachtoffer 5] zouden laten lopen, en/of
(vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] gezegd dat hij/zij 250 euro van hem wilden hebben: “of het kost jou de kop of 2,5 [naam] ”, en/of” ik snij je moeder de
strot door als ik het geld niet krijg”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
(aldus) een voor die [slachtoffer 5] dreigende situatie heeft/hebben geschapen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
A)
hij op of omstreeks 28 februari 2015 in de gemeente Stadskanaal,
[slachtoffer 5] heeft mishandeld door die [slachtoffer 5] een of meermalen (in/tegen het
gezicht/hoofd) te stompen en/of te slaan;
EN
B)
hij op of omstreeks 28 februari 2015 in de gemeente Stadskanaal en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans
met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 5] gezegd: “Jij krijgt 5 minuten om
mij met [naam] in contact te brengen, anders gaat het koppie eraf en/of “Ik moet mijn spullen hebben die bij [naam] staat en jij gaat met
mij mee om daar voor te zorgen” en/of “En nu in de auto vort, anders krijg je koppie eraf, en/of “of het kost jou de kop of 2,5 [naam] ”, en/of “ik snij je moeder de strot door als ik het geld niet krijg”,
althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking
5.
hij in of omstreeks de periode van 17 tot en met 21 januari 2015, in de
gemeente Stadskanaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] en/of
[slachtoffer 11] heeft gedwongen tot
de afgifte van een geldbedrag van 4.800 euro, althans enig geldbedrag en/of
een auto (merk Mercedes Benz, kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of
tot het aangaan van een schuld, te weten een huurovereenkomst voor een auto ( VW Passat bij auto(verhuur)bedrijf [naam] te [plaats 1] ),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte dreigend tegen die [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 11] (nadat die [slachtoffer 11] een ongeluk had gehad met de auto van verdachte/bij
verdachte in gebruik) heeft gezegd: “ [slachtoffer 1] moet maar regelen dat ik weer een auto krijg, anders trek ik hem de kop van de romp, ik snij hem de kop eraf,
en/of “Ik snij je de kop eraf als ik geen nieuwe auto krijg, ik krijg jullie allemaal wel” en/of “Er moet binnen één/anderhalf uur een nieuwe auto staan,
anders krijgt [slachtoffer 1] de kop eraf. [slachtoffer 1] verdwijnt onder het gras en straafklinkers. Als het niet gebeurd gaat de hele familie [naam] eraan”,
en/of “ik parkeer gewoon de auto in de voorgevel van jullie huis” en/of “ik
snij [slachtoffer 1] zijn kop er af, ik maak [slachtoffer 1] af jullie betalen die auto”. Regel die Mercedes bij [naam] ”, en/of (telkens) woorden van gelijke dreigende
aard of strekking, en/of
(aldus) een voor die [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] dreigende situatie heeft geschapen;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij in of omstreeks de periode van 17 tot en met 21januari 2015, in de
gemeente Stadskanaal,
[slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 11] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat,
met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,
immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 11] dreigend de woorden toegevoegd:
“ [slachtoffer 1] moet maar regelen dat ik weer een auto krijg, anders trek ik hem de kop van de romp, ik snij hem de kop eraf, en/of ”Ik snij je de kop eraf als
ik geen nieuwe auto krijg, ik krijg jullie allemaal wel” en/of “Er moet binnen één/anderhalf uur een nieuwe auto staan, anders krijgt [slachtoffer 1] de kop eraf. [slachtoffer 1] verdwijnt onder het gras en straafklinkers. Als het niet gebeurd gaat de hele familie [naam] eraan”, en/of “ik parkeer gewoon de auto in de
voorgevel van jullie huis” en/of “ik snij [slachtoffer 1] zijn kop er af ik maak [slachtoffer 1] af, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
6.
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 februari 2015 te Stadskanaal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een
samenweefsel van verdichtsels, [bedrijfsnaam 1] en/of [slachtoffer 8] / [slachtoffer 9] en/of [bedrijfsnaam 2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hoeveelheden
diesel en/of benzine, althans autobrandstof, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens)
met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
bij [bedrijfsnaam 1] aan [straat 2] getankt en/of
(vervolgens) tegen het personeel van [bedrijfsnaam 1] gezegd
dat het op rekening was van [slachtoffer 9] en/of bedrijf [bedrijfsnaam 2] en/of dat hij/zij bezig was/waren met een klus in het grondverzet en/of die diesel/autobrandstof nodig had(den) voor een minikraan/shovel,
waardoor [bedrijfsnaam 1] en/of [slachtoffer 8] / [slachtoffer 9] en/of [bedrijfsnaam 2] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 februari 2015 te
Stadskanaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer hoeveelheden diesel/benzine, althans autobrandstof
geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 1] en/of [slachtoffer 8] / [slachtoffer 9] en/of [bedrijfsnaam 2] ”, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s),
welke dieseL1benzine, althans autobrandstof, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie,
gelegen aan [straat 2], had(den) getankt, onder gehoudenheid die diesel/benzine, althans autobrandstof, te betalen en welke diesel/benzine, althans autobrandstof verdachte en/of zijn mededader(s) aldus anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toege-eigend
7.
A)
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 februari 2015 in de gemeente(n) Stadskanaal en/of Borger-Odoorn en/of (elders) in Nederland
(telkens) [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] te stompen en/of te slaan;
EN
B)
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 februari 2015 in de gemeente(n) Stadskanaal en/of Borger-Odoom en/of (elders) in Nederland (telkens) [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je mij nu niet verteld waar je bent geweest snij ikje kop eraf en/of “Jij gaat er aan”,
althans woorden van gelijk”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) dreigende een mes getoond;
8.
hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2015 tot en met 23 februari 2015
te Stadskanaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [naam] en/of 1. [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een scooter en/of een geldbedrag, in elk geval
(telkens) van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam] en/of
1. slachtoffer 6], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader
dreigend tegen die [naam] en/of 1. [slachtoffer 6] heeft gezegd: “Ik wil geld zien het heeft nu lang genoeg geduurd, anders komen we een tweede keer weer en dan slaan we je huis kort en klein” en/of “Het moet gewoon geregeld worden,
anders gebeurt het echt waar. Ik ben net weer vrij en anders kom ik weer van god los” en/of “Je kent me he, je weet wat de verhalen over mij zijn”
(waarbij het bij die [naam] en/of 1. [slachtoffer 6] bekend was dat hij, verdachte, perso(o)n(en) met een pistool en/of mes had bedreigd of met een mes gestoken), en/of “Geef mij maar die scooter, dan ben je van je schuld af, en/of “als je
dat niet doet overkomt jou/jullie hetzelfde als [naam] ”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
(daarbij) foto(s) op telefoon heeft laten zien aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 10] [naam] waarop een zwaar gehavende/mishandelde [naam] was te zien, waarvan
had bij die [slachtoffer 6] en/of [naam] bekend was dat die [slachtoffer 2] zou zijn mishandeld door verdachte(n), en/of
een bebloed mes aan die [slachtoffer 6] en/of [naam] heeft getoond, en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer 2] met dat mes had gestoken, en/of heeft gezegd dat er nog een vuurwapen in de auto ligt, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
“Ik wil nog 150 euro erbij hebben, die brommer was meer waard”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
(aldus) een voor die [naam] en/of 1. [slachtoffer 6] dreigende situatie heeft geschapen;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 28 januari 2015 te Stadskanaal,
(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[naam] en/of [slachtoffer 6] heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld tegen personen en/of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen
en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten
ontstaat, met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend tegen die [naam] en/of [slachtoffer 6] gezegd: “Ik wil geld zien het heeft nu lang genoeg geduurd, anders komen we een tweede keer weer en dan slaan we je huis kort en klein” en/of “Het moet gewoon geregeld worden, anders gebeurt het echt waar. Ik ben net weer vrij en anders kom ik weer van god los” en/of
“Je kent me he, je weet wat de verhalen over mij zijn” (waarbij het bij die [slachtoffer 10] [naam] en/of [slachtoffer 6] bekend was dat hij, verdachte, perso(o)n(en) met een pistool en/of mes had bedreigd of met een mes gestoken), en/of
“als je dat niet doet overkomt jou/jullie hetzelfde als [naam] ”, en/of
(daarbij) foto(s) op telefoon heeft laten zien aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 10] [naam] waarop een zwaar gehavende/mishandelde [naam] was te zien, waarvan
had bij die [slachtoffer 6] en/of [naam] bekend was dat die [slachtoffer 2] zou zijn mishandeld door verdachte(n), en/of
een bebloed mes aan die 1. [slachtoffer 6] en/of [naam] heeft getoond, en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer 2] met dat mes had gestoken, en/of heeft gezegd dat er nog een vuurwapen in de auto ligt, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
9.
hij op of omstreeks 30 maart 2015 in de gemeente Stadskanaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten
de in artikel 312, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht omschreven diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, te plegen onder een van de omstandigheden vermeld in artikel 312, tweede lid, onder 10 en/of onder 2° van het Wetboek van Strafrecht en/of de in artikel 317, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht omschreven afpersing, en/of
de in artikel 311, eerste lid, onder 3° van het Wetboek van Strafrecht omschreven diefstal, te plegen onder een van de omstandigheden vermeld in artikel 311, eerste lid, onder 4° en/of onder 5° van het Wetboek van
Strafrecht opzettelijk een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een masker, een bivakmuts, handschoenen, een knuppel, tape, een breekijzer,
een schroevendraaier, en/of een schaar, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, (een) wapen(s) van categorie 1 onder 7°, te weten een (balletjes)pistool,
zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;
10.
hij in of omstreeks de maand november 2014 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand aan [straat 3] heeft weggenomen
een of meer meubels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [naam] en/of het bedrijf [bedrijfsnaam 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen
goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
11.
hij in of omstreeks de periode van 16 tot en met 17 januari 2015 te
Stadskanaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand
en/of vanaf (bedrijfs)terrein/erf aan [adres] heeft weggenomen
een of meer goederen, te weten een koffiezetapparaat, een printer/fax, een geldkistje en/of geld, een lasapparaat, een acculater, een hoeveelheid diesel/brandstof, een
vitrinekast en/of koperen voorwerpen, een compressor, kassa('s), een doppenset en/of hoeveelheid “cup-a-soup”, in elk geval (telkens) enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval
(telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
12.
hij in of omstreeks de periode van 17 tot en met 18 februari 2015 te Stadskanaal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan/nabij een woning aan [straat 5] staande (bedrijfs)auto en/of vanaf erf van die woning heeft weggenomen gereedschap en/of een tankpas en/of kopen buizen, in elk
geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 5] en/of [slachtoffer 13]
, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder
zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij in of omstreeks de periode van 17 tot en met 18 februari 2015 in de gemeente Stadskanaal, en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gereedschap (te weten boormachine(s), perstang, perspomp) en/of een tankpas en/of kopen buizen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist(en),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed (eren) betrof.
Beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft (per feit) het navolgende geconcludeerd.
Feit 1. Op basis van de bewijsmiddelen in het dossier kan het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen. Uit de bewijsmiddelen blijkt voldoende dat verdachte onder ernstige verbale bedreigingen heeft aangestuurd op het betalen van geld, terwijl verdachte met de punt van het mes in de knie van aangever [slachtoffer 1] drukte. Het geld is uiteindelijk niet betaald, maar in die zeer dreigende situatie heeft verdachte [slachtoffer 1] wel gedwongen zijn autoradio af te geven. Ten aanzien van de autosleutels dient een partiële vrijspraak te volgen, nu uit de bewijsmiddelen onvoldoende blijkt dat de autosleutels zijn afgegeven.
Feit 2. Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat het gepleegde geweld gericht was op verkrijging van de telefoon. Het primair ten laste gelegde kan dan ook niet worden bewezen. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Feit 3. Op basis van het dossier kan worden geconcludeerd dat zijn medeverdachte feitelijk het geweld heeft gepleegd. Verdachte was echter de intellectuele dader en gaf de opdracht/toestemming. Verdachte wilde geld zien van aangever, maar toen er geen geld bleek te zijn heeft verdachte aangegeven dat aangever in elkaar kon worden geslagen. Het geweld is echter niet gepleegd om zich te bevoordelen, maar juist omdat er geen geld aanwezig was. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het primair
ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Feit 4. Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier kan het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen, met uitzondering van het medeplegen.
Feit 5. Dit feit kan op grond van de stukken in het dossier wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 6. Verdachte heeft samen met een ander meermalen een forse hoeveelheid brandstof getankt, zonder van plan te zijn dit zelf te betalen. Er is immers getankt met de tankpas van de ouders van de medeverdachte, althans het bedrijf van de ouders van de medeverdachte. Het is echter gebruikelijk dat er wordt getankt en daarna afgerekend. [bedrijfsnaam 1] is dan niet bewogen tot de afgifte van het goed, omdat dit goed al was afgegeven, maar ertoe bewogen de betaling op de tankpas te accepteren. Dat betekent dat er juridisch gezien geen sprake is van een oplichting. Het primair ten laste gelegde kan dan ook niet worden bewezen. Op het moment van tanken was de brandstof rechtmatig onder verdachten.
Verdachten hebben zich deze brandstof echter wederrechtelijk toegeëigend door zonder toestemming daartoe de brandstof op kosten van een ander af te rekenen. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Feit 7. Op grond van de stukken in het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegd, kan dit feit wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 8. Dit feit kan op grond van de stukken in het dossier wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 9. Onder meer op grond van de goederen die in de tas zijn aangetroffen, alsmede de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], blijkt overduidelijk dat er een "klusje" zou worden gepleegd met het misdadige doel om een ernstig misdrijf te plegen.
Feit 10. Op grond van de stukken in het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegd, kan dit feit wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 11. Op grond van de stukken in het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegd, kan ook dit feit wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 12. Verdachte heeft de verduistering ter terechtzitting van 10 maart 2016 bekend. Het subsidiair ten laste gelegde kan wettig en overtuigden worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft (per feit) het navolgende betoogd.
Feit 1. Nu [slachtoffer 2] al knock-out was op het moment dat verdachte in de auto stapte, is in feite sprake van maar één bewijsmiddel, te weten de verklaring van aangever [slachtoffer 1]. Voorts is er onvoldoende objectief bewijs dat verdachte met een mes heeft gestoken. Daarnaast moet, gelet op het feit dat de autosleutels nooit in het bezit zijn geweest van verdachte, verdachte worden vrijgesproken van dit deel. Ook ten aanzien van de autoradio moet verdachte worden vrijgesproken. Aangever heeft niet verklaard over het afgeven dan wel wegnemen van zijn autoradio en ook overigens blijkt dit onvoldoende uit het dossier. Ook het subsidiaire kan niet worden bewezen, nu uit de verklaringen niet blijkt dat verdachte het oogmerk heeft gehad op wederrechtelijke toe-eigening (bevoordeling), bestaande uit het afnemen van de goederen.
Het meer subsidiair ten laste gelegde kan ook niet worden bewezen. Verdachte ontkent de ten laste gelegde bedreigingen en gelet op hetgeen overigens reeds is aangevoerd met betrekking tot het steken met het mes, dient verdachte ook hiervan te worden vrijgesproken.
Feit 2. De verklaringen die zijn afgelegd zijn niet consistent, tegenstrijdig en ook wisselend. Voorts is aangever buiten bewustzijn geweest en heeft medeverdachte [medeverdachte 2] een motief om verdachte te beschuldigen. Daarnaast mist er een objectieve vaststelling dat er sprake is van letsel dat is veroorzaakt door een mes en door toedoen van verdachte. Tevens staat het niet onomstotelijk vast dat de telefoon door een misdrijf als ten laste gelegd is verdwenen, en evenmin dat de telefoon door toedoen van verdachte is verdwenen. In combinatie met de ontkenning van cliënt, zou dat zodanige twijfel moeten veroorzaken, dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.
Feit 3. Uit de stukken blijkt dat verdachte niet degene is geweest die heeft geslagen. Voorts kan op basis van de verklaringen in het dossier niet worden gezegd dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [slachtoffer 4], waarbij verdachte een rol van voldoende gewicht kan worden toebedeeld. Nu er ook geen sprake is van een van de in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht limitatief genoemde uitlokkingsmiddelen dat specifiek is gericht op deze mishandeling, dient verdachte integraal te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde.
Feit 4. Op grond van de stukken in het dossier kan het onder 4 ten laste gelegde juridisch beschouwd worden bewezen, met uitzondering van het medeplegen.
Feit 5. Het primair tenlastegelegde kan niet buiten redelijke twijfel bewezen worden verklaard, nu het feit dat de ouders van [slachtoffer 1] een auto hebben geleverd aan [naam] en/of verdachte niet het gevolg is van bedreigingen van verdachte maar van de gemaakte afspraken tussen [naam] en de ouders van [slachtoffer 1]. Zij zijn een afspraak nagekomen omdat zij een financiële schadevergoedingsplicht hadden.
Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Feit 6. Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken van dit feit, nu er geen sprake is van een strafbaar feit.
Feit 7. Dit feit kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 8. Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken, nu uit de feitelijke gang van zaken niet blijkt dat verdachte medepleger is van dit feit. Volgens de medeverdachte was verdachte niet mee om hem te helpen, heeft verdachte geen bedreigende woorden geuit en wist verdachte er niet van dat de medeverdachte later alsnog aan [naam] de afgifte van een andere brommer had gevraagd. Bovendien blijkt uit alle verklaringen dat verdachte er niet bij was toen de medeverdachte belde met [naam]. Ook blijkt uit alle verklaringen dat verdachte er evenmin bij was toen de medeverdachte het geld kwam ophalen en staat vast dat verdachte noch een brommer, noch het geld van [naam] heeft ontvangen van de medeverdachte.
Feit 9. De goederen die zijn aangetroffen zijn weliswaar geschikt voor het begaan van een misdrijf, maar daarmee staat nog niet vast dat ze daarvoor ook concreet bestemd waren. Er is dus geen sprake van voorbereidingen op een geconcretiseerd misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, zoals vereist is voor een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen. Het bezit van een balletjespistool, dat cliënt bij zich had uit zelfbescherming, is onvoldoende om te spreken van voorbereidingshandelingen. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Feit 10. Dit feit kan wettig en overtuigend worden met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheden braak/verbreking/inklimming.
Feit 11. Dit feit kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 12. Verdachte heeft niets te maken met de diefstal en dient dan ook te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het onder 3 laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.
Op grond van de stukken kan niet worden bewezen dat verdachte uitvoeringshandelingen heeft verricht. Weliswaar was verdachte in de woning aanwezig, maar er blijkt niet dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte(n), waarbij aan verdachte een rol van voldoende gewicht kan worden toebedeeld. Evenmin kan op grond van de stukken worden bewezen dat de medeverdachte die de uitvoeringshandelingen heeft verricht, hiertoe is uitgelokt door verdachte.
Bovendien is er geen sprake van een van de in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht limitatief
opgesomde uitlokkingsmiddelen. Verdachte zal dan ook integraal worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde.
Ten aanzien van feit 6 is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Er is op rekening getankt en de rekeningen zijn ook betaald. Dit betekent dat niemand is bewogen tot afgifte van enig goed door een samenweefsel van verdichtsels. Evenmin kan het subsidiair ten laste gelegde worden bewezen, nu op grond van de stukken in het dossier niet kan worden bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte(n) de diesel anders dan door misdrijf onder zich hadden en zich deze wederrechtelijk hebben toegeëigend. Verdachte zal dan ook integraal worden vrijgesproken van het onder 6 ten laste gelegde.
Ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten past de rechtbank de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Ten aanzien van de feiten die verdachte duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in
artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
1. De door verdachte op de terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
De namen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn bekende namen voor mij. Ik ben bij hen in de auto gestapt. Ik heb [slachtoffer 1] met vlakke hand geslagen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 16 maart 2015, opgenomen op pagina 340 e.v. van het dossier d.d. 30 juni 2015, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:
Op 17 of 18 januari 2015 zat ik in de auto in Stadskanaal. [medeverdachte 2] ging naast mij zitten. Op dat moment kreeg ik van [medeverdachte 2] een paar forse tikken in het gezicht. Ik had het idee dat [medeverdachte 2] een soort ruitentikker in zijn hand had, waarmee hij sloeg. Ik voelde bloedspetters uit mijn schedel komen. Ik voelde en zag hoe [verdachte] zich omdraaide en mij vervolgens met kracht met zijn vuist in het gezicht sloeg. Ik voelde hierdoor hevige pijn. Ik zag dat [verdachte] het mes wat hij in zijn handen had, op mijn borst zette, rechtsboven. Ik voelde dat het mes druk zette op mijn huid. Ik voelde dat [verdachte] met het mes een kras trok over mijn lichaam. Ik laat u de wond nu ook zien, die ik door deze actie heb opgelopen. Ik zag dat de wond begon te bloeden.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 11 maart 2015, opgenomen op pagina 331 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 11]:
Vier weken geleden had ik een afspraak samen met [naam]. We reden in mijn auto in Stadskanaal. Er kwam een auto aanrijden die mij klem zette. Ik zag dat [verdachte] achter het stuur zat en [medeverdachte 2] zat naast hem. Ik hoorde een aantal doffe klappen. Ik wist dat [slachtoffer 2] door [medeverdachte 2] mishandeld werd. Toen ik achterom keek, zag ik dat [slachtoffer 2] zijn kop helemaal onder het bloed had. Ik hoorde later dat [slachtoffer 2] van [medeverdachte 2] klappen had gehad met een soort bougiesleutel. Ook had [slachtoffer 2] een mes op zijn schouder gehad. Dit had [verdachte] gedaan. [verdachte] heeft [slachtoffer 2] ook nog een vuistslag recht in zijn gezicht gegeven. Dit heb ik zelf gezien, het was een beste dreun.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 7 april 2015, opgenomen op pagina 363 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:
Ik was met [verdachte] aan het rijden. Ineens zag ik de auto van [slachtoffer 1] staan. Ik werd heel erg boos. Ik ben toen op [slachtoffer 2] in gaan slaan. Ik heb [slachtoffer 2] een paar keer met de vuist geslagen. Op een gegeven moment vond ik iets op de bank van de auto. Ik heb dit ding gepakt en deze heb ik gebruikt om [slachtoffer 2] te slaan. Later hoorde ik van [slachtoffer 1] dat ik met een bougiesleutel had geslagen. Ik zag ook hoe [verdachte] [naam] meerdere keren in het gezicht sloeg. [verdachte] sloeg [slachtoffer 2] op de neus. Ik zag dat [verdachte] doorging met slaan. [verdachte] heeft met een mes bij [slachtoffer 2] geprobeerd in de arm te snijden. [verdachte] heeft ook met het mes geprobeerd in het been van [slachtoffer 2] te snijden. Ik heb [naam] vaak geslagen maar hoe vaak weet ik niet meer.
De rechtbank overweegt het navolgende.
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat het geweld dat door verdachten is gepleegd niet was gericht op het verkrijgen van autosleutels en/of een autoradio en/of geld. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Gelet op voornoemde bewijsmiddelen kan het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde onder A en B wel worden bewezen.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegd is de rechtbank van oordeel dat het geweld dat door verdachten is gepleegd niet was gericht op het verkrijgen van een telefoon. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde. Hoewel verdachte zijn betrokkenheid aan dit feit ontkent, kan gelet op voornoemde bewijsmiddelen het onder 2 subsidiair ten laste gelegde wel worden bewezen. Verdachte en zijn medeverdachte zaten samen in de auto. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat aangever steeds buiten bewustzijn is geweest. De rechtbank acht de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] ook betrouwbaar, te meer nu hij ook heeft verklaard over zijn eigen aandeel in het geheel.
Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde.
- De door verdachte op de terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegde verklaring, dat hij [slachtoffer 5] een drukker heeft gegeven.
- Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 5 maart 2015, opgenomen op pagina 375 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5].
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland
d.d. 16 april 2015, opgenomen op pagina 396 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1].
De rechtbank acht het onder 4 primair ten laste gelegde op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat op grond van de stukken in het dossier het medeplegen niet kan worden bewezen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde.
1. De door verdachte op de terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
Toen [naam] de ouders van [slachtoffer 1] aan de telefoon had, was ik behoorlijk boos. Ik was behoorlijk aan het schreeuwen. Het zou kunnen dat ze hiervan zijn geschrokken.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 10 maart 2015, opgenomen op pagina 459 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 14]:
Mijn zoon [slachtoffer 1] is begin dit jaar, ergens in januari 2015, betrokken geweest bij een
diefstal van een aanhanger in Drenthe. Deze aanhanger zou zijn gestolen door [verdachte] en onze zoon [slachtoffer 1] zou deze aanhanger wegbrengen.
[slachtoffer 1] is van de weg geraakt en is met de auto in de sloot gereden. Hierbij is de auto total loss geraakt. [verdachte] vertelde ons gelijk dat hij weer een auto moest hebben. Ik had [verdachte] aan de telefoon en ik vond dat [verdachte] behoorlijk dwingend was. Ik hoorde [verdachte] zeggen " [slachtoffer 1] moet maar regelen dat ik weer een auto krijg, anders trek ik hem de kop van de romp, ik snij hem de kop eraf".
De oplossing tijdens het gesprek met [verdachte] en [naam] was dat wij een auto voor hem
zouden huren. Bij [bedrijf] zouden wij een auto voor drie dagen huren. Het totaalbedrag van de huur was 300 euro. Later moest [slachtoffer 1] echter regelen dat er weer een auto kwam voor [verdachte]. Onze zoon [slachtoffer 1] werd door [verdachte] behoorlijk bedreigd. Ik heb drie keer gehoord in deze tijd dat [verdachte] riep "Ik snij je de kop eraf als ik geen nieuwe auto krijg, ik krijg jullie allemaal wel". Dit zei [verdachte] als hij bij ons thuis op bezoek was te [plaats 1]. Ik hoorde [verdachte] ook roepen "Ik parkeer gewoon de auto in de voorgevel van jullie huis". Door deze woorden werd ik behoorlijk angstig. Mijn man werd hierdoor ook angstig. Ook vertelde [slachtoffer 1] mij dat hij dood in een zeecontainer zou belanden als er niet een auto werd geregeld.
Hierdoor was er behoorlijke druk op ons gezin. Hierop hebben wij een auto gekocht bij [naam]. Dit was op een woensdag. Deze auto betrof een vrij nieuwe Mercedes Benz. Deze auto kostte 4800 euro. Als we dit niet gedaan hadden, hadden wij forse problemen met [verdachte] gekregen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige van Politie Noord-Nederland
d.d. 10 maart 2015, opgenomen op pagina 463 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 7]:
Op 17 januari 2015 hoorde ik dat [verdachte] schreeuwde via de telefoon "Hij gaat er aan, hij krijgt de kop eraf, hij komt onder de tegels". Hiermee werd bedoeld onze zoon [slachtoffer 1]. Ik kon [verdachte] op de achtergrond blijven horen tieren met dezelfde bedreigingen. Ik hoorde [verdachte] eisen dat er binnen een uur of anderhalf uur weer een auto moest staan. Als dit niet zou gebeuren zou [slachtoffer 1] de kop eraf krijgen, [slachtoffer 1] zou onder het gras en straatklinkers verdwijnen. Als er niet aan werd voldaan zou de hele familie [slachtoffer 1] er aan gaan.
Op 21 januari 2015 was ik op mijn werk, maar ik werd gebeld door zowel mijn vrouw als [slachtoffer 1]. Ik hoorde hen zeggen dat [verdachte] weer had gebeld en dat deze eiste dat
[slachtoffer 1] voor hem een andere auto zou kopen. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat [verdachte] een auto op het oog had van [naam] in [plaats 1]. Het betrof een Mercedes station. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat wij dit moesten doen anders zou hij [slachtoffer 1] "afmaken". Volgens [slachtoffer 1] heeft hij nog meer bedreigingen geuit met de dood en ook van ons gezin.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige van Politie Noord-Nederland
d.d. 11 maart 2015, opgenomen op pagina 467 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 11]:
[verdachte] was opgefokt en erg agressief. Hij schreeuwde tegen mij dat ik een Mercedes moest regelen bij [naam]. [verdachte] gaf aan dat hij daar al was geweest en hij wilde dat ik de Mercedes moest betalen. Ik had geen geld. [verdachte] bleef agressief en schreeuwen dat hij mij mijn kop eraf zou snijden, mij af zou maken en de familie [slachtoffer 1] iets zou aandoen. Ik ben met [verdachte] in die huurauto naar [naam] te Musselkanaal gereden. Hier stond een donkergekleurde Mercedes Benz Sedan. Deze auto moest 4700 euro kosten. Bij [naam] gekomen heb ik toen ook direct mijn vader gebeld en hem uitgelegd
wat [verdachte] van mij en mijn ouders wilde. Terwijl ik met mijn vader aan het bellen was, schreeuwde [verdachte] woorden als "Ik snij [slachtoffer 1] zijn kop eraf, ik maak [slachtoffer 1] af, jullie betalen die auto", dit schreeuwde hij heel vaak. Ook dreigde [verdachte] die nieuwe huurauto in de voorgevel te rijden van het nieuwe huis van mijn ouders, maar ook dat [verdachte] hen iets aan zou doen. Ik heb ook aan mijn vader uitgelegd dat hij maar beter kon toegeven omdat [verdachte] tot alles in staat is en dat ik hen misschien wel niet weer zou zien omdat [verdachte] mij dreigde dood te maken. [verdachte] bleef namelijk dreigen mijn kop eraf te snijden. Dit gaat bij [verdachte] altijd zo agressief dat je bang moet zijn voor zijn gedrag.
De rechtbank acht het onder 5 primair ten laste gelegde op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen. Weliswaar was er een afspraak tussen verdachte en de familie [slachtoffer 1] dat zij de schade zouden betalen, maar dit neemt niet weg dat de familie [slachtoffer 1] door verdachte zodanig onder druk is gezet dat zij wel degelijk tot afgifte van geld en een auto zijn gedwongen. Dit blijkt te meer uit het gegeven dat zij ook meer aan verdachte hebben teruggegeven/betaald dan zij hem waren verschuldigd.
Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde.
1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 maart 2016.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 12 mei 2015, opgenomen op pagina 490 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4].
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 7 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de rechtbank het dreigend tonen van een mes niet bewezen acht.
Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde.
- De door verdachte op de terechtzitting van 10 maart 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik ben daar met [medeverdachte 2] heengegaan.
- Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 19 maart 2015, opgenomen op pagina 472 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam]:
In januari 2015 werd ik benaderd door [medeverdachte 2]. Hij kwam bij mij thuis in [plaats 1] samen met [verdachte]. Dit was volgens mij op 28 januari 2015. [medeverdachte 2] wilde de zaak geregeld hebben over de schakelbrommer. [medeverdachte 2] eiste geld van mij. Ik hoorde [medeverdachte 2] zeggen “Ik wil geld van je zien, het heeft nu al lang geduurd”. [medeverdachte 2] zei: "Anders komen we de tweede keer weer en dan slaan we je huis kort en klein”. [verdachte] zei “Het moet gewoon geregeld worden, anders gebeurt het echt waar, ik ben net weer vrij en anders kom ik weer van god los en je weet wat dat betekent". Beide jongens zijn toen weer weggegaan. Ik zag hoe [verdachte] zich naar mij toe boog en zei “Je kent me he? Je weet wat de verhalen over mij zijn”. Hierbij keek hij met een dreigende blik uit zijn ogen. Hierdoor voelde ik mij nog meer onder druk gezet om toch maar te betalen. Ik was op dat moment best wel bang voor [verdachte]. Er gaan verhalen rond in ons dorp dat hij mensen een pistool op de kop zet of met een mes prikt.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige van Politie Noord-Nederland
d.d. 24 maart 2015, opgenomen op pagina 478 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6]:
Ik ben de vriendin van [naam]. Op 28 januari 2015 kwamen opeens [verdachte] en [medeverdachte 2] in ons huis. Ze wilden een scooter mee en ze hebben toen onder bedreiging een blauwe Yamaha Errox meegenomen. [naam] heeft deze uit angst afgestaan. Als we dit niet deden zou ons hetzelfde overkomen als [naam]. Ik heb van deze jongen fotos gezien op de telefoon van [medeverdachte 2] en hij zag er werkelijk niet uit. [medeverdachte 2] toonde mij een foto. Ik zag een zwaar gehavende [naam] helemaal bebloed met zijn neus helemaal scheef. Ik heb gehoord dat [naam] gestoken was en dat hij was mishandeld doordat [verdachte] en [medeverdachte 2] gebruik maakten van gereedschap. Ik hoorde vervolgens [verdachte] zeggen dat hij met een mes in de kuit van [naam] had gestoken. Eigenlijk dreigde [medeverdachte 2] met ongeveer dezelfde woorden als [verdachte]. Ze hebben ons gewoon grof bedreigd en afgeperst. Daarom hebben we het geld afgegeven. Ik hoorde ook dat hij die middag tegen me zei dat hij van god los was. Hij heeft mij die middag het mes getoond. Ik zag dat er nog bloed aan zat. Ik hoorde dat [verdachte] tegen me zei dat hij met dit mes [naam] had gestoken. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij een vuurwapen in zijn auto had liggen.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige van Politie Noord-Nederland
d.d. 24 maart 2015, opgenomen op pagina 475 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2]:
Ik hoorde [medeverdachte 1] buitenshuis al schreeuwen. Ik hoorde [verdachte] zeggen: “ [medeverdachte 2] heeft recht op die scooter en ook nog op 150 euro daarbij”. Mijn zoon [naam] was zichtbaar bang want hij zei tegen mij: “Mam, laten we de scooter maar meegeven, ik ben bang voor ze en anders stopt het gewoon niet”. Mijn zoon [naam] is zo nerveus en angstig voor [verdachte] en [medeverdachte 1] dat hij uiteindelijk en de scooter en 150 euro heeft betaald.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland
d.d. 8 april 2015, opgenomen op pagina 482 e.v. van voormeld dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:
Ik was toen samen met [verdachte] en toen ben ik samen met hem naar [naam] gegaan. Het klopt dat ik de foto van [naam] met een bebloed hoofd, aan Janine en aan [naam] heb laten zien.
Hoewel verdachte het onder 8 ten laste gelegde heeft ontkend, is de rechtbank van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen het onder 8 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verklaringen die door de aangever en de getuigen aangaande dit feit zijn afgelegd te twijfelen.
Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde.
De rechtbank is ten aanzien van het onder 9 primair ten laste gelegde van oordeel dat onvoldoende vaststaat op welk concreet misdrijf de voorbereidingshandelingen betrekking zouden hebben. Uit de aard van de aangetroffen goederen kan weliswaar nauwelijks worden getwijfeld over de bestemming van de goederen, namelijk de aanwending voor een crimineel doel. Echter, het opzetvereiste op een bepaald misdrijf, waarop naar de wettelijk omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, kan niet worden bewezen. Van concrete plannen welk misdrijf verdachte wilde gaan plegen, ontbreekt een duidelijke aanwijzing. De enkele mededeling van [naam] dat verdachte tegen hem zou hebben gezegd dat hij wat ging doen in Groningen en dat hij de naam [naam] (die 6 pistolen met geluidsdemper zou hebben) daarbij heeft genoemd en heeft gezegd dat hij dat klusje samen met [naam] ging doen, is naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat kan worden gesproken van een voornoemd concreet plan en
misdrijf. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het onder 9 primair ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder 9 subsidiair ten laste gelegde heeft de rechtbank acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.
1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 maart 2016.
2. Een schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 567 e.v. van voornoemd dossier.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland
d.d. 24 april 2015, opgenomen op pagina 569 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant.
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan het onder 9 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen.
Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde.
1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 maart 2016.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 9 december 2014, opgenomen op pagina 116 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam].
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 10 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de rechtbank niet bewezen acht dat er sprake is geweest van braak, verbreking en/of inklimming.
Ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde.
1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 maart 2016.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2015, opgenomen op pagina 176 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam].
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 11 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde.
De rechtbank acht het onder 12 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, nu op grond van de stukken in het dossier niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 12 primair ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder 12 subsidiair ten laste gelegde heeft de rechtbank acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.
1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 maart 2016.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 19 februari 2015, opgenomen op pagina 293 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 13].
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 12 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 meer subsidiair A en B, 2 subsidiair, 4 primair, 5 primair, 7A, 7B, 8 primair, 9 subsidiair, 10, 11 en 12 subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:
1. meer subsidiair.
A)
hij op 26 januari 2015 in de gemeente Stadskanaal, [slachtoffer 11] heeft mishandeld door deze met een mes in de knie te prikken
EN
B)
hij op 26 januari 2015 in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 11] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 11] gezegd: “Ik trek je kop eraf, ik snij je kop er gewoon af”, “Je moet geld regelen, je hebt mij verneukt” “Je moet 800 euro regelen, en dat morgen om 08.00 betalen, anders snij ik ook bij je ouders de kop er af, en een mes aan [slachtoffer 11] getoond;
2 subsidiair.
hij op 26 januari 2015 in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, heeft gestomp/geslagen en met een mes heeft geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4 primair.
hij op 28 februari 2015 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van geld, geheel toebehorende aan die [slachtoffer 5], bij die [slachtoffer 5] heeft aangeklopt en op dreigende/dwingende/ intimiderende toon tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd: “Jij krijgt 5 minuten om mij met [naam] in contact te brengen, anders gaat het koppie eraf en “Ik moet
mijn spullen hebben die bij [naam] staan en jij gaat met mij mee om daar voor te zorgen” en “En nu in de auto vort, anders krijg je koppie eraf, en (in de auto) die [slachtoffer 5] heeft geslagen en tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij 250 euro van hem wilden hebben en “of het kost jou de kop of 2,5 [naam] ”, en” ik snij je moeder de strot door als ik het geld niet krijg”, en aldus een voor die [slachtoffer 5] dreigende situatie heeft geschapen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5 primair.
hij in de periode van 17 tot en met 21 januari 2015 in de gemeente Stadskanaal, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 14] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 11] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 4.800 euro, en een auto (merk Mercedes Benz), toebehorende aan die [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7], en tot het aangaan van een schuld, te weten een huurovereenkomst voor een auto (VW Passat bij auto(verhuur)bedrijf [bedrijf] ),
welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte dreigend tegen die [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 11] (nadat die [slachtoffer 11] een ongeluk had gehad met de auto van verdachte/bij verdachte in gebruik) heeft gezegd: “ [slachtoffer 1] moet maar regelen dat ik weer een auto krijg, anders trek ik hem de kop van de romp, ik snij hem de kop eraf, en “Ik snij je de kop eraf als ik geen nieuwe auto krijg, ik krijg jullie allemaal wel” en “Er moet binnen één/anderhalf uur een nieuwe auto staan, anders krijgt [slachtoffer 1] de kop eraf. [slachtoffer 1] verdwijnt onder het gras en straatklinkers. Als het niet gebeurt gaat de hele familie [slachtoffer 1] eraan”, en “ik parkeer gewoon de auto in de voorgevel van jullie huis” en “ik snij [slachtoffer 1] zijn kop eraf, ik maak [slachtoffer 1] af jullie betalen die auto”. "Regel die Mercedes bij [naam] ”, en aldus een voor die [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 7] dreigende situatie heeft geschapen;
7.
A)
hij in de periode van 1 tot en met 10 februari 2015 in de gemeente(n) Stadskanaal en/of Borger-Odoorn en/of (elders) in Nederland [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] te stompen en/of te slaan;
EN
B)
hij in de periode van 1 tot en met 10 februari 2015 in de gemeente(n) Stadskanaal en/of Borger-Odoorn en/of (elders) in Nederland telkens [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je mij nu niet vertelt waar je bent geweest snij ik je kop eraf en/of “Jij gaat er aan”;
8 primair.
hij in de periode van 28 januari 2015 tot en met 23 februari 2015 te Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [naam] en [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een scooter en een geldbedrag, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader
- dreigend tegen die [naam] en/of [slachtoffer 6] heeft gezegd: "Ik wil geld zien het heeft nu lang
genoeg geduurd, anders komen we een tweede keer weer en dan slaan we je huis kort en klein" en "Het moet gewoon geregeld worden, anders gebeurt het echt waar. Ik ben net weer vrij en anders kom ik weer van god los" en "Je kent me he, je weet wat de verhalen
over mij zijn" (waarbij het bij die [naam] en [slachtoffer 6] bekend was dat die medeverdachte een persoon met een mes had bedreigd of met een mes gestoken) en "Geef mij maar die scooter, dan ben je van je schuld af" en "als je dat niet doet overkomt jou/jullie hetzelfde als [naam] " en
- een foto op een telefoon heeft laten zien aan die [slachtoffer 6] en/of [naam] waarop een zwaar
gehavende/mishandelde [naam] was te zien, (waarbij het die [slachtoffer 6] en/of [naam] bekend was dat die [slachtoffer 2] zou zijn mishandeld door verdachten), en
- een bebloed mes aan die [slachtoffer 6] en/of [naam] heeft getoond, en daarbij gezegd dat die
[slachtoffer 2] met dat mes was gestoken, en dat er nog een vuurwapen in de auto ligt en "Ik wil nog 150 euro erbij hebben, die brommer was meer waard",
en aldus een voor die [naam] en [slachtoffer 6] dreigende situatie heeft geschapen;
9 subsidiair.
hij op 31 maart 2015 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, een wapen van categorie 1 onder 7°, te weten een (balletjes)pistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;
10.
hij in de maand november 2014 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand aan [adres] heeft weggenomen meubels, toebehorende aan
[naam] en/of het bedrijf [bedrijfsnaam 3];
11.
hij in de periode van 16 tot en met 17 januari 2015 te Stadskanaal, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand en vanaf een bedrijfsterrein/erf aan de [adres] heeft weggenomen goederen, te weten een koffiezetapparaat, een printer/fax, een geldkistje en geld, een lasapparaat, een acculader, een hoeveelheid diesel/brandstof, een vitrinekast en koperen voorwerpen, een compressor, kassa's, een doppenset en een hoeveelheid “cup-a-soup”, toebehorende aan [bedrijf], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;
12 subsidiair.
hij in de periode van 17 tot en met 18 februari 2015 in de gemeente Stadskanaal, gereedschap (te weten boormachines, perstang, perspomp) en een tankpas en kopen buizen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het
voorhanden krijgen van die goederen wist het door misdrijf verkregen goederen betrof.
De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1. meer subsidiair A) mishandeling
en
B) medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
2. subsidiair medeplegen van poging tot zware mishandeling;
4. primair poging tot afpersing;
5. primair afpersing, meermalen gepleegd;
7. A) mishandeling
en
B) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
8. primair afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
9. subsidiair handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
10. diefstal door twee of meer verenigde personen;
11. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het
weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
12. subsidiair opzetheling.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de onderzoeksrapportage d.d. 3 augustus 2016, opgemaakt door M.F. de Vries, psychiater, en E.J. Muller, klinisch psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie [locatie]
( [locatie] ), Psychiatrische Observatiekliniek te [plaats 1].
De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, een posttraumatische stress-stoornis van het chronische type (deels in remissie) en een aandachtstekortstoornis van het overwegend hyperactieve en impulsieve type (ADHD). Omdat deze problematiek chronisch en hardnekkig is, en verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten niet werd behandeld, nemen beide gedragsdeskundigen aan dat deze stoornissen aanwezig waren ten tijde van de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten. De deskundigen hebben de rechtbank geadviseerd verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.
De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.
De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Motivering straf en/of maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair,
2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 primair, 5, 6 subsidiair, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden;
- primair terbeschikkingstelling (hierna ook: TBS) met dwangverpleging, subsidiair TBS met
voorwaarden en dadelijk uitvoerbaarheid van die voorwaarden.
De officier van justitie heeft met betrekking tot de gevorderde TBS aangevoerd dat de hoeveelheid feiten en de ernst daarvan TBS met dwangverpleging eisen, als signaal richting de maatschappij en de slachtoffers. Daar komt bij dat een TBS met voorwaarden voorbehouden is aan personen die bereid zijn tot medewerking en daarin betrouwbaar zijn. De reclassering is daar niet enthousiast over en verdachte lijkt dat ook niet te zijn.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft gepleit voor een TBS met voorwaarden, zoals ook geadviseerd door de gedragsdeskundigen van het [locatie]. Verdachte is daartoe gemotiveerd en ook de reclassering ziet dit zitten, zij het heel strikt. Daarnaast heeft de verdediging gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest met daarnaast een groot voorwaardelijk deel met een proeftijd van 2 jaar. De behandeling in het kader van de TBS zal zeker een aantal jaren in beslag nemen. Daarmee moet rekening worden gehouden.
Oordeel van de rechtbank
In haar afweging of een straf en/of maatregel dient te worden afgelegd heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.
Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de nadere omschrijving tenlastelegging is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich, al dan niet met een ander of anderen, binnen een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten, grotendeels doorspekt met geweld en intimidatie. Verdachte heeft, door slachtoffers te bedreigen en te mishandelen, met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. De rechtbank rekent verdachte vooral deze feiten zwaar aan.
Verdachte heeft zich ook, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een diefstal en een inbraak. Daarbij zijn goederen uit bedrijven weggenomen. Door zich schuldig te maken aan opzetheling heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van diefstal van goederen en vermogenscriminaliteit in het algemeen. Verdachte heeft enkel en alleen aan zijn eigen financiële gewin gedacht en geen rekening gehouden met de belangen van de rechtmatige eigenaren van de goederen en de schade die hij hun hiermee heeft toegebracht.
Tot slot heeft verdachte een bij wet verboden balletjespistool voorhanden gehad.
Gelet op de grote hoeveelheid feiten en de ernst daarvan, is oplegging van een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur zonder meer gerechtvaardigd.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van deze straf tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Daarnaast neemt de rechtbank bij het opleggen van de vrijheidsstraf in aanmerking de conclusies van voormelde rapportage, dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.
Uit dit rapport komt tevens naar voren dat bij verdachte vanuit de ADHD sprake is van een zeer geringe ruimte tot reflectie en dat het hem niet lukt goed na te denken alvorens te doen. Hij handelt in milliseconden en bedenkt pas achteraf wat daar de consequenties van zijn. Vanuit zijn ADHD en antisociale persoonlijkheidsproblematiek is verdachte tevens prikkelbehoeftig, houdt hij van spanning en wordt hij weinig gehinderd door gevoelens van angst. Zijn empathische vermogens en agressieregulatie zijn beperkt. Verdachte maakt zich snel "woest" over dingen, kan zich moeilijk in de ander verplaatsen en heeft geen reëel beeld van wat de consequenties en effecten van zijn gedrag op de ander zijn, hetgeen maakt dat hij in zijn gedrag weinig rem ervaart. Daarbij verdraagt verdachte "zwakte" in een ander tevens slecht en raakt hij daardoor geïrriteerd. De deskundigen concluderen dat verdachte vanuit zijn hardnekkige pathologie in feite maar beperkt gedragskeuzevrijheid en maar weinig mogelijkheid tot gedragsalternatieven heeft.
Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.
Motivering van de maatregel
Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opleggen.
Blijkens de hiervoor al genoemde psychiatrische en psychologische rapportage bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. De door verdachte begane feiten, zoals bewezen verklaard onder
2 subsidiair, 4 primair, 5 primair, 8 primair, 10, 11 en 12 subsidiair, zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, terwijl de onder 1 meer subsidiair onder B en 7B bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen omschreven in artikel 285, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. De onder 1 meer subsidiair onder B, 2 subsidiair en 7B bewezen verklaarde feiten, te weten (medeplegen van) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en medeplegen van poging tot zware mishandeling, zijn bovendien misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Verder eist de veiligheid
van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van die maatregel.
De rechtbank heeft haar oordeel gegrond op het advies van de gedragsdeskundigen M.F. de Vries en E.J. Muller.
Het advies van deze deskundigen houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Bij verdachte is sprake van hardnekkige problematiek in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een hoge mate van psychopathische kenmerken, een aandachtstekortstoornis (met name gekenmerkt door hyperactiviteit en impulsiviteit) en een middelenproblematiek in de vorm van misbruik van cocaïne. Andere risico verhogende factoren zijn het lang bestaande patroon van delictplegingen, het ontbreken van een (pro sociale) zingevende dagbesteding, de financiële instabiliteit, de instabiliteit van relaties en het beperkte pro sociale netwerk. Daarnaast heeft verdachte vele jaren van zijn volwassen leven in detentie doorgebracht en heeft hij in feite maar een zeer beperkt prosociaal arbeidsverleden. Toekomstplannen op dit vlak worden zonder begeleidingskader als weinig bestendig beschouwd. Als meer positief kan aangemerkt worden dat verdachte zich momenteel in het PPC wel aan een behandeling committeert, een constructieve therapeutische relatie is aangegaan met behandelaren en hier baat bij lijkt te hebben.
Er wordt gekomen tot een hoog risico op gewelddadig recidive, waarbij alle bovengenoemde factoren een rol spelen.
Op basis van de ernst en de hardnekkigheid van de problematiek, is een intensief behandeltraject van jaren nodig om het recidiverisico op soortgelijke feiten te reduceren. Een behandeling met een klinische start wordt hierbij noodzakelijk geacht. Gezien het advies over de mate van toerekeningsvatbaarheid en het ingeschatte recidivegevaar, resteert in een strafrechtelijk kader alleen de maatregel terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs).
Op basis van het huidige onderzoek, waarin ook de bevindingen van de huidige behandelaars in het PPC nadrukkelijk zijn meegewogen, zijn er op dit moment voldoende redenen de huidige behandelmotivatie en de reeds tot stand gekomen therapeutische relatie te benutten hierop verder te bouwen. Het kader van de tbs met voorwaarden biedt voldoende garanties om verdachte langdurig en intensief te begeleiden en daarmee het recidivegevaar afdoende te verminderen. Verdachte zal binnen een tbs met voorwaarden de verantwoordelijkheid die hij daarmee terugkrijgt moeten aangrijpen om te laten zien dat hij gemotiveerd is een andere weg in te slaan. Mocht hij deze kans niet aangrijpen rest geen andere manier het
recidivegevaar duurzaam te verminderen dan een tbs met dwangverpleging.
Wij adviseren de rechtbank dan ook aan verdachte een tbs met voorwaarden op te leggen.
De rechtbank kan zich met de inhoud en de conclusie van het advies verenigen en neemt deze over.
De rechtbank zal, gelet op bovenstaand advies, niet bevelen dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd, zoals de officier van justitie primair heeft gevorderd. Wel zal de rechtbank ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de na te noemen voorwaarden stellen betreffende het gedrag van verdachte. Verdachte heeft zich bereid verklaard de voorwaarden na te leven.
De rechtbank heeft bij het formuleren van de voorwaarden gelet op het advies van eerdergenoemde gedragsdeskundigen, dat verdachte zich moet laten opnemen in een forensisch psychiatrische kliniek als [locatie], alsmede het advies van Reclassering Nederland d.d. 7 november 2016. Dit laatste advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Om het recidiverisico te kunnen verminderen, dient er sprake te zijn van een beveiligde setting. Een klinische plaatsing zal niet direct tot vermindering van het recidive- en gevaarsrisico leiden. Een langdurige en intensieve klinische behandeling is noodzakelijk om gedragsverandering te bewerkstelligen, mits verdachte intrinsiek gemotiveerd is om zijn criminele levensstijl vaarwel te zeggen.
Op grond van het recidiverisico, de criminogene factoren en de eventuele interventies in het verleden, is een toezicht op bijzondere voorwaarden geïndiceerd.
Een forensische klinische behandeling is geïndiceerd gezien het impulsieve en tevens gewelddadig grensoverschrijdend gedrag van betrokkene. Hij dient andere copingvaardigheden te leren. Tevens dient in het behandelplan het druggebruik van verdachte opgenomen te worden om naar volledige abstinentie van middelengebruik toe te kunnen werken. Na een intensieve klinische behandeling is tijdens het resocialisatietraject van belang dat verdachte (betaalde) dagbesteding heeft om te voorkomen dat hij inkomsten zal genereren uit criminele activiteiten.
De reclassering heeft in haar advies de bijzondere voorwaarden geformuleerd die aan de tbs moeten worden verbonden. Tevens heeft zij aangegeven dat het risico op voortijdige negatieve beëindiging van het toezicht in het kader van de maatregel tbs met voorwaarden als hoog wordt geacht. In het verleden is immers gebleken dat verdachte graag zelf de regie bepaalt en behoudt tijdens een reclasseringstoezicht en heeft hij zich onttrokken aan de voorwaarden. De rechtbank begrijpt de twijfel van de reclassering, maar is desondanks van oordeel dat verdachte nog een laatste kans moet krijgen. Mocht verdachte deze kans niet grijpen en één van de voorwaarden overtreden, rest niets anders dan tbs met dwangverpleging.
Benadeelde partijen
Benadeelden [slachtoffer 5] (feit 4), [slachtoffer 11] (feit 5) en [naam] (feit 8) hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partijen in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hen geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten alsmede de gronden waarop deze berust.
Ten aanzien van het ad informandum gevoegd feit heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie (DV&O) zich als benadeelde partij gevoegd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 5] in het geheel dient te worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. [slachtoffer 1] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering omdat er geen sprake is van rechtstreekse schade.
Ten aanzien van de vordering van [naam] heeft de officier van justitie gesteld dat in totaal
250,00 dient te worden toegewezen. Dit betreft de afgeperste 150,00, alsmede een bedrag voor de scooter, welk bedrag naar redelijkheid en billijkheid op 100,00 moet worden begroot. Voor het overige moet [naam] in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten aanzien van de vordering van het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de officier van justitie primair gesteld dat deze vordering te laat is ingediend, subsidiair dat de vordering goed is onderbouwd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in zijn vordering te verklaren, omdat iedere vorm van onderbouwing ontbreekt ter zake het causale verband. Volgens de brief van de GGZ is [slachtoffer 5] al jaren onder behandeling vanwege problematiek. Door de advocaat van [slachtoffer 5] is gesteld dat het zou gaan om een acute psychose. Het een zal het ander niet uitsluiten, maar gelet op het feit dat [slachtoffer 5] al jaren onder behandeling staat, wordt het causale verband betwist. Verder is de onderbouwing niet eenduidig, wat de vordering nog minder transparant maakt.
De raadsman heeft, nu hij voor vrijspraak heeft gepleit, betoogd dat [naam] in zijn vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman gesteld dat de scooter door medeverdachte [medeverdachte 1] is opgehaald en ook in het bezit van [medeverdachte 1] is gebleven. Daarom dient de gevraagde schadevergoeding geheel ten laste te blijven van [medeverdachte 1]. Los daarvan mist iedere vorm van onderbouwing en blijkt nergens uit welke waarde de scooter heeft vertegenwoordigd.
Met betrekking tot de gevraagde schadevergoeding van [slachtoffer 1] heeft de raadsman gesteld dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In de eerste plaats is [slachtoffer 1] niet de partij die de gestelde schade heeft geleden. In de tweede plaats zijn er meer dan voldoende aanwijzingen dat er wel degelijk sprake is van een betalingsverplichting van (de ouders van) [slachtoffer 1] jegens verdachte. Immers, de leasekoop auto van verdachte is door [slachtoffer 1] total loss gereden. Er bestaat dus een civiele rechtsverhouding met betrekking tot een schade waarvoor verdachte een verhaalsrecht heeft. De gevraagde schadevergoeding is dan ook geen schade, maar mogelijk onderdeel van een verrekening van de waarde van het total loss gereden voertuig en het aangekochte voertuig voor verdachte.
Ten aanzien van de vordering van het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de raadsman zich verenigd met het standpunt van de officier van justitie.
Het oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat [slachtoffer 5] als gevolg van het onder 4 primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van 17,00 aan materiële schade en
1.000,00 aan immateriële schade. Dit houdt in dat de vordering tot een bedrag van 1.017,00 zal worden toegewezen.
De rechtbank is van oordeel dat behandeling van het restant van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan [slachtoffer 5] daarom thans in het restant van zijn vordering niet worden ontvangen en kan hij dit deel van zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.
Naar het oordeel van de rechtbank is aan [slachtoffer 1] door het bewezen verklaarde niet rechtstreeks schade toegebracht.
De rechtbank zal daarom bepalen dat [slachtoffer 1] in zijn vordering niet-ontvankelijk is.
De rechtbank is van oordeel dat de door [naam] gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte onder 8 primair gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. Nu ten aanzien van dit feit sprake is van medeplegen, zal de rechtbank de hoofdelijkheidsclausule toepassen.
De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.
Met betrekking tot de vordering van het Ministerie van Veiligheid en Justitie overweegt de rechtbank het volgende. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering geschiedt voeging tijdens de zitting uiterlijk voordat de officier van justitie in de gelegenheid is gesteld zijn requisitoir te voeren. In deze zaak heeft de officier van justitie gerekwireerd op 10 maart 2016, terwijl de benadeelde partij zich pas heeft gevoegd tijdens de terechtzitting van 29 augustus 2016. Dit betekent dat de vordering te laat is ingediend en dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie niet-ontvankelijk in de vordering is.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 38, 38a, 45, 47, 57, 285, 300, 302, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair, 3 subsidiair, 3 meer subsidiair, 6 primair, 6 subsidiair, 9 primair en 12 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair, 4 primair, 5 primair, 7A, 7B, 8 primair,
9 subsidiair, 10, 11 en 12 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden.
Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
- de veroordeelde verleent, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
- de veroordeelde meldt zich binnen drie dagen na het einde van zijn detentie bij Reclassering Nederland, telefoonnummer 088-80 41 504; hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- de veroordeelde laat zich, op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven
indicatiestelling, opnemen in [locatie] of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;
4. de veroordeelde verleent, indien geïndiceerd, aansluitend aan de klinische opname zijn medewerking aan een hulpverleningstraject dat is gericht op (begeleid zelfstandig) wonen (instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang) of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, verblijft daar en houdt zich aan het (dag-) programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
5. indien na de klinische behandeling een ambulante behandeling dan wel forensische
poliklinische behandeling wordt geïndiceerd, verleent de veroordeelde zijn medewerking zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
6. de veroordeelde zal zich gedurende de klinische fase onthouden van het gebruik van drugs en alcohol; tijdens de ambulante fase zal de veroordeelde zich onthouden van het gebruik van drugs en alcohol, zolang de reclassering dat nodig acht; de veroordeelde verplicht zich ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek;
7. de veroordeelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht; deze medewerking houdt onder andere, maar niet uitsluitend, in:
-zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te bewegen tot het naleven van de voorwaarden;
-medewerking verlenen aan huisbezoeken;
-inzicht geven aan de reclassering over de voortgang van begeleiding of behandeling door andere instellingen/hulpverleners;
-niet verhuizen of van adres veranderen zonder toestemming van de reclassering;
-medewerking verlenen aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
8. de veroordeelde verleent zijn medewerking aan het opmaken van de drie partijenovereenkomst, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
9. de veroordeelde gaat akkoord met inzage in zijn financiën en/of overleg met de beheerder
van zijn financiën, indien gewenst door de reclassering;
10. de veroordeelde houdt zich aan de richtlijnen van de behandelend geneesheer, ook indien
dit inhoudt dat hij zich houdt aan medicatievoorschriften, zolang de behandelend geneesheer en de reclassering dit nodig achten;
11. indien er sprake is van een crisissituatie werkt de veroordeelde mee aan een time-out c.q. crisis (FPT)-plaatsing in een FPK of een andere soortgelijke instelling; het Openbaar
Ministerie zal hierbij een opdracht verstrekken teneinde het vervoer (DV&O) te realiseren;
12. de veroordeelde zal zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit of zich in situaties begeven die voor hem risicovol zijn en/of resocialisatie in gevaar brengen;
12. de veroordeelde begeeft zich niet zonder toestemming buiten de Europese landsgrenzen van Nederland; de veroordeelde overlegt hierover vooraf met de reclassering, het Openbaar
Ministerie (OM)/Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPK) en in overleg met OM wordt beslist;
14. de veroordeelde verleent medewerking aan het verstrekken van een actuele foto aan de reclassering ten behoeve van eventuele opsporing.
Draagt de reclassering op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
ten aanzien van het onder 4 primair bewezen verklaarde
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 1.017,00 (zegge: duizend zeventien euro).
Bepaalt dat deze benadeelde partij voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 5], te betalen een bedrag van 1.017,00 (zegge: duizend zeventien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit 17,00 aan materiële schade en 1.000,00 aan immateriële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.
ten aanzien van het onder 5 primair bewezen verklaarde
Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 11] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
ten aanzien van het onder 8 primair bewezen verklaarde
Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], te betalen een bedrag van 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.
ten aanzien van het ad informandum gevoegd feit
Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij Ministerie van Veiligheid en Justitie niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2016.
Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 57 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 285 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 300 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 302 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 311 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 312 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 317 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 13 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 55 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 47 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 51g Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 37a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 38 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 38a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 45 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1 WID meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.