Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 26 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:1430Zaaknummer 12/05144
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 26 november 2013
- Publicatiedatum
- 28 november 2013
- Zaaknummer
- 12/05144
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Beschouwing over de reikwijdte van de partiële vernietiging. Verduidelijking terugwijzingsopdracht “uitsluitend wat betreft de strafoplegging”. In aanmerking genomen dat de verdachte t.t.v. de uitspraak in h.b. meerderjarig was had het Hof o.g.v. art. 77aa.4 Sr slechts een reclasseringsinstelling a.b.i. art. 14d.2 Sr opdracht kunnen verlenen. De HR vernietigt het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging. De HR merkt op dat onder “vernietiging wat betreft de strafoplegging”, in beginsel en tenzij in het desbetreffende arrest anders vermeld, zijn begrepen alle in de bestreden uitspraak genomen beslissingen a.b.i. art. 351 Sv omtrent de straf en/of maatregel. In zo een vernietiging zijn ook begrepen de beslissingen a.b.i. art. 353-354 Sv (beslag) en de beslissingen a.b.i. art. 361a Sv omtrent een vordering TUL of een herroeping van de VI., maar - anders dan wanneer mede wordt vernietigd t.a.v. de bewezenverklaring - niet de beslissingen a.b.i. art. 361 Sv omtrent de vordering van de b.p. Voor de duidelijkheid wijst de HR erop dat de beslissingen omtrent de vordering van de b.p. moeten worden onderscheiden van de beslissingen omtrent het oplegging van een svm a.b.i. art. 36f Sr. Beslissingen omtrent het opleggen van een dergelijke maatregel zijn wel begrepen onder de “vernietiging wat betreft de strafoplegging”.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2013.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
26 november 2013
Strafkamer
nr. 12/05144 J
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 augustus 2012, nummer 23/001394-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beoordeling van het derde middel
Het middel klaagt onder meer dat het Hof aan Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam in plaats van aan een reclasseringsinstelling als bedoeld in art. 14d, tweede lid, Sr, opdracht heeft gegeven de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde. Voorts klaagt het middel dat het Hof ten onrechte heeft bepaald dat de verdachte zich onder het toezicht van dat Bureau moet stellen.
Het dictum van de bestreden uitspraak luidt:
"Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen jeugddetentie.
(...)
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze namens deze instelling te geven aanwijzingen, ook indien zulks inhoudt dat de verdachte zal meewerken aan de begeleiding en behandeling vanuit Care Express en/of Streetcorner Work.
Geeft deze instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen."
In aanmerking genomen dat de verdachte ten tijde van de uitspraak in hoger beroep meerderjarig was, had het Hof op grond van art. 77aa, vierde lid, Sr slechts een reclasseringsinstelling als bedoeld in art. 14d, tweede lid, Sr opdracht kunnen verlenen toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarde en de verdachte daarbij hulp en steun te verlenen. Het middel klaagt daarover terecht.
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven wat betreft de strafoplegging en dat de middelen voor het overige geen bespreking behoeven.
4 Beschouwing over de reikwijdte van de partiële vernietiging
Indien, zoals in dit geval, de bestreden uitspraak 'uitsluitend wat betreft de strafoplegging' wordt vernietigd, zijn in die vernietiging in beginsel en tenzij in het desbetreffende arrest anders is vermeld, begrepen alle in de bestreden uitspraak genomen beslissingen als bedoeld in art. 351 Sv omtrent de oplegging van een straf en/of maatregel.
In zo een vernietiging zijn ook begrepen:
- de beslissingen als bedoeld in art. 353-354 Sv omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen;
- de beslissingen als bedoeld in art. 361a Sv omtrent een vordering inzake de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf en een vordering inzake de herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling.
In zo een vernietiging wat betreft de strafoplegging zijn echter – anders dan wanneer mede wordt vernietigd ten aanzien van de bewezenverklaring – niet begrepen de beslissingen als bedoeld in art. 361 Sv omtrent een vordering van de benadeelde partij, nu de beslissingen omtrent die vordering worden bepaald door de civielrechtelijke rechtsverhouding tussen de verdachte en de benadeelde partij. Dit brengt mee dat ook wanneer de vordering van de benadeelde partij in het vernietigde arrest (gedeeltelijk) niet is toegewezen, die beslissing niet is begrepen in de vernietiging 'uitsluitend wat betreft de strafoplegging'. Een en ander sluit aan bij de omstandigheid dat de benadeelde partij wier vordering (gedeeltelijk) niet is toegewezen, bevoegd is om op de voet van art. 437, derde lid, Sv een schriftuur in te dienen ingeval cassatieberoep is ingesteld tegen de desbetreffende uitspraak. Voor de duidelijkheid wijst de Hoge Raad erop dat van deze beslissingen omtrent een vordering van de benadeelde partij moeten worden onderscheiden de beslissingen omtrent het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr. Voor de beslissingen omtrent het opleggen van een dergelijke maatregel geldt hetgeen hiervoor in 4.1 is overwogen.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2013.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 14d Sr
- Artikel 77aa Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 361 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 437 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 440 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 351 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 353 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 354 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 361a Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 36f Sr meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2013:1375 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3601 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 september 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:61 Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:274 Parket bij de Hoge Raad, 29 maart 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:275 Parket bij de Hoge Raad, 29 maart 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:278 Parket bij de Hoge Raad, 29 maart 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:763 Parket bij de Hoge Raad, 31 augustus 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:266 Parket bij de Hoge Raad, 23 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:1019 Parket bij de Hoge Raad, 3 november 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2020:232 Hoge Raad, 11 februari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:417 Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:1185 Parket bij de Hoge Raad, 19 november 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2019:310 Hoge Raad, 5 maart 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:1343 Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:1149 Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:1150 Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:442 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 januari 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2016:1416 Hoge Raad, 5 juli 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2016:1005 Hoge Raad, 7 juni 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2015:3166 Hoge Raad, 27 oktober 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2015:213 Hoge Raad, 3 februari 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2015:132 Hoge Raad, 27 januari 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2014:3622 Hoge Raad, 16 december 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2014:2809 Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2014:2289 Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2014:59 Hoge Raad, 14 januari 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2013:1375 Parket bij de Hoge Raad, 20 augustus 2013 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.