Aanhef
De raad van de gemeente Sluis
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 19 oktober 2021;
gelet op artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
besluit:
de Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Sluis vast te stellen,
Hoofdstuk 1 Inleiding
Artikel 1.1 Waarom deze regels?
De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Sluis kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval:
•gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen;
•een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk);
•een inkomen hebben;
•hun financiën op orde hebben en houden.
Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij:
•Participatiewet (PW);
•Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
•werknemers (IOAW);
•Inkomensvoorziening Oudere Arbeidsongeschikte Zelfstandigen (IOAZ);
•Wet inburgering (WI);
•Gemeentewet;
•Algemene wet bestuursrecht (Awb);
•Burgerlijk Wetboek (BW).
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 23 november 2021. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat hebben we in deze verordening geregeld.
Artikel 1.2 Uitgangspunten
De regels in deze verordening hebben we geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels:
•zijn bedoeld om de eerder genoemde doelen te realiseren;
•zijn bedoeld om knelpunten van inwoners op te lossen;
•zijn goed leesbaar;
•regelen niet meer dan nodig is;
•houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk;
•kunnen we goed uitvoeren;
•zijn duidelijk voor de inwoners;
•zijn onderling afgestemd op elkaar;
•respecteren de wettelijke regels;
•helpen om maatwerk toe te passen.
Artikel 1.3 Kernwaarden
Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden:
1U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren.
2U zet zich ervoor in om deze doelen te bereiken.
3Wij helpen waar dat nodig is en stimuleren u om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociale netwerk).
4Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving.
5We begeleiden u zo goed mogelijk naar passend werk of participatie.
6Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente.
7Iedereen doet mee aan de samenleving.
8We maken aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker.
9We zijn gelijkwaardige partners, we behandelen u professioneel en nemen u serieus.
10U geeft de informatie die nodig is.
11We helpen u om op een eenvoudige manier uw mening te geven.
12Wij werken efficiënt en doelgericht.
13Wij stemmen de hulp op u af.
Artikel 1.4 Artikel en wet
Deze verordening baseren we op de wetten die bij artikel 1.1 zijn genoemd. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.
Artikel 1.5 Nadere regels en beleidsregels
Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.
Nadere regels
Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten, beleidsregels kunnen dit niet.
Beleidsregels
Een beleidsregel beschrijft hoe wij omgaan met een bepaalde bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen.
Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen
Artikel 2.1 Participatie – voor wie PW, IOAW, IOAZ
Wij helpen u op weg naar werk als:
1U een uitkering van de gemeente krijgt en het niet lukt om zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden.
2U geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of en hoe wij u kunnen helpen.
3U jonger bent dan 27 jaar, geen werk hebt en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. Wij helpen je bij het vinden van een passende opleiding of passend werk of wij helpen je op weg naar hulpverlening of zorg.
Artikel 2.2 Samenwerken PW, IOAW, IOAZ
1Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties.
2Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen.
Artikel 2.3 Budget PW, IOAW, IOAZ
Het op weg helpen van inwoners naar werk kost geld. Hoeveel geld wij hiervoor inzetten leggen we elk jaar vast in de begroting van de gemeente.
Artikel 2.4 Voorzieningen - Werk PW, IOAW, IOAZ
1Wij stemmen de hulp die wij u bieden af op uw situatie. Zo kijken wij onder andere naar uw opleiding, werkervaring, waar u goed in bent en of u zorg biedt aan anderen.
2Wij bieden hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk.
3Voor welke voorziening u in aanmerking komt, bepalen we samen met u aan de hand van uw positie op de arbeidsmarkt. Dit doen we met behulp van de Zeeuws Vlaamse re-integratieladder. Deze vindt u in de bijlage. De voorzieningen worden in de artikelen 2.4 en 2.5 nader toegelicht.
4Als wij het samen niet eens worden over de inzet van een voorziening dan kunnen wij u op basis van artikel 9 van de Participatiewet hiertoe verplichten.
Artikel 2.4.1 Participatieplaats PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk klein is.
2Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden.
3Een voorwaarde is dat het werk, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
4Na iedere zes maanden kunt u een premie van maximaal € 250 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.
Artikel 2.4.2 Beschut werk PW, IOAW, IOAZ
1Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.
2Het doel is om u een veilige werkplek te bieden als u alleen onder aangepaste omstandigheden kan werken.
3Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken:
a.het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt;
b.uitsplitsing van taken;
c.het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt.
4Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden:
a.helpen bij de invulling van uw dag;
b.vrijwilligerswerk;
c.scholing;
d.schuldhulpverlening.
5Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren.
Artikel 2.4.3 Proefplaatsing PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u een proefplaatsing aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een bedrijf om werkervaring op te doen.
2Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt.
3Tijdens deze periode kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk.
4De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als het doel eerder duidelijk is.
5Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf.
6De werkgever moet u, naar ons oordeel, goed begeleiden.
7Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het, naar ons oordeel, niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
Artikel 2.4.4 Werkervaringsplaats/stage PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een re-integratiebedrijf om werknemersvaardigheden te leren.
2Tijdens deze periode willen wij een beeld krijgen van de voortgang van de doelen in het trajectplan.
3De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als u de afgesproken doelen hebt gehaald.
4We kunnen de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden.
5Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. U doet tijdens deze periode werkzaamheden die bij u passen.
6Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
Artikel 2.4.5 Detacheringsbaan PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden.
2Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever.
3Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt.
Artikel 2.4.6 Basisbaan PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u een basisbaan aanbieden.
2Deze baan bieden we u aan als na afloop van een werkervaringsplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u uw doelen wel hebt gehaald.
3Het doel is u een werkplek te bieden zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering.
Artikel 2.4.7 Sociale activering PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u sociale activering aanbieden. U gaat dan nuttige werkzaamheden doen die u dichter bij werk brengen.
2Het doel is u te helpen moeilijkheden op weg naar werk of in uw dagelijks leven te overwinnen.
Artikel 2.4.8 Vrijwilligerswerk PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken.
2Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.
3Een vergoeding voor vrijwilligerswerk mag u geheel of gedeeltelijk houden. Dit bedrag wordt niet gekort op de uitkering die u ontvangt. Dit is geregeld in landelijke regels.
Artikel 2.4.9 Diagnostische instrumenten PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u testen en/of onderzoeken aanbieden. U gaat dan naar een deskundige die onderzoekt welke belemmeringen en mogelijkheden u heeft om te kunnen werken of om uw werk te kunnen houden.
2Het doel van testen en onderzoeken is dat u uw kans op betaald werk vergroot en dat werk of een voorziening past bij uw mogelijkheden.
Artikel 2.4.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen werkgevers een subsidie geven.
2Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen.
3Wij stellen vast of een werkgever een subsidie krijgt en hoe hoog de subsidie is. Dit is afhankelijk van uw situatie.
4Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
Artikel 2.4.11 Wettelijke loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan.
2Het doel is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies.
3Wij stellen vast of u in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. De loonwaarde deskundige bepaalt uw loonwaarde op de manier zoals beschreven in het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet. De loonkostensubsidie stemmen we af op de loonwaarde.
Artikel 2.4.12 Scholing PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u scholing aanbieden.
2De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden.
3In overleg met u bepalen wij welke scholing u krijgt en hoe lang deze duurt. De scholing stemmen we af op uw mogelijkheden en afstand tot de arbeidsmarkt.
4Wij kunnen u ondersteunen bij een leerwerktraject. Dit doen we als u:
a.16 of 17 jaar bent en leerplichtig bent, of
b.18 tot 27 jaar bent en nog geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt.
Artikel 2.4.13 Jobcoaching PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen voor begeleiding op uw werkplek een jobcoach inzetten.
2Dit doen we als u extra begeleiding nodig heeft om uw werk te behouden.
3We kunnen ook uw werkgever een vergoeding geven als hij een jobcoach inzet.
4Wij spreken met uw werkgever af hoe en hoe lang we de jobcoach inzetten.
Artikel 2.4.14 Bemiddeling PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen een jobhunter inzetten voor het vinden van werk.
2Een jobhunter zoekt passend werk voor de werkzoekende.
Artikel 2.4.15 Kinderopvang PW, IOAW, IOAZ, WI
1We kunnen ervoor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is als:
a.U meedoet aan een activiteit die nodig is om in te burgeren, aan het werk te gaan of om werkervaring op te doen, en;
b.U zelf geen kinderopvang kunt regelen en betalen.
2Wij kunnen de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven, vergoeden.
Artikel 2.4.16 Nazorg PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden als u werk gevonden heeft en uw uitkering is beëindigd.
2Dit doen we als dat nodig is om uw werk te kunnen doen of te kunnen behouden.
Artikel 2.4.17 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk PW, IOAW, IOAZ
1We kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om uw kans op werk te vergroten.
2Wij kunnen kosten vergoeden die u moet maken om mee te kunnen doen aan een voorziening of om te kunnen werken.
3We bieden u de mogelijkheid om zelf een plan in te dienen om uw kans op werk te vergroten.
Artikel 2.5 Voorzieningen - Tegenprestatie PW, IOAW, IOAZ
Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting opleggen om een tegenprestatie te doen. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Artikel 2.5.1 Waarom een tegenprestatie? PW, IOAW, IOAZ
Een tegenprestatie is een passende manier om iets terug te doen voor de samenleving. U zet zich in voor de samenleving als reactie op inspanningen van de gemeente voor u. Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen.
Artikel 2.5.2 Voorbeelden van een tegenprestatie PW, IOAW, IOAZ
1U kunt de tegenprestatie invullen door:
a.het doen van vrijwilligerswerk;
b.het leveren van mantelzorg;
c.overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden;
d.door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen.
2De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan.
3U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel.
4Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.
Artikel 2.5.3 Wanneer doet u een tegenprestatie? PW, IOAW, IOAZ
1Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden.
2Wij leggen geen tegenprestatie op als:
a.U tenminste 20 uur per week vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht;
b.U tenminste 20 uur per week betaalde arbeid verricht.
3Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke situatie en omstandigheden.
Artikel 2.5.4 Duur en omvang tegenprestatie PW, IOAW, IOAZ
1Een tegenprestatie duurt maximaal 320 uur per jaar.
2U hoeft niet meer dan 20 uur per week en 40 weken per jaar een tegenprestatie te doen.
Artikel 2.6 Inkomensvrijlating en premie PW, IOAW, IOAZ
De wet biedt ons de mogelijkheid om soms een deel van uw inkomsten vrij te laten en u een premie te geven.
Artikel 2.6.1 Inkomensvrijlating PW, IOAW, IOAZ
Een deel van uw inkomsten kunnen wij op basis van de wet vrijlaten.
Artikel 2.6.2 Premie PW, IOAW, IOAZ
1Als u goed meewerkt aan het krijgen van betaald werk kunnen wij u een premie verstrekken.
2De premie krijgt u maximaal één keer per jaar en deze is niet hoger dan het bedrag zoals genoemd in artikel 31, lid 2 sub j van de Participatiewet.
3Over het wel of niet geven van een premie nemen we elk jaar een besluit.
Hoofdstuk 3 Aanvullende inkomensondersteuning
Artikel 3.1 Individuele bijzondere bijstand PW
U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere voorzieningen.
Artikel 3.2 Collectieve bijzondere bijstand – zorgverzekering minima PW
1Wij bieden een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen.
2Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u gebruik maken van deze zorgverzekering voor minima.
3U krijgt dan een maandelijkse bijdrage voor de premie van de aanvullende verzekering.
Artikel 3.3 Individuele inkomenstoeslag PW
1U komt in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als:
a.u in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger was dan 110 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm, en;
b.uw vermogen niet hoger is dan de voor u geldende vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 van de Participatiewet.
2U kunt maar één keer in de twaalf maanden in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag.
Artikel 3.3.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag PW
1De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:
2€ 350,00 als u alleenstaand bent;
3€ 450,00 als u alleenstaande ouder bent;
4€ 500,00 als u gehuwd of samenwonend bent.
Artikel 3.4 Individuele studietoeslag PW
1U komt in aanmerking voor een individuele studietoeslag als u:
a.18 jaar of ouder bent, en;
b.een opleiding volgt, en;
c.een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen, en;
d.door dat u door een structurele medische of psychische beperking niet in staat bent om naast uw studie bij te verdienen.
Artikel 3.4.1 Vaststellen beperking PW
Nadat u een aanvraag voor individuele studietoeslag heeft ingediend, onderzoeken wij of uw beperking zo groot is dat u niet in staat bent om bij te kunnen verdienen naast uw
studie. Wij kunnen een extern advies inwinnen.
Artikel 3.4.2 Hoogte en duur individuele studietoeslag PW
De hoogte van de individuele studietoeslag is afhankelijk van uw leeftijd.
Artikel 3.5 Giften PW
Giften kunnen wij tot een bepaalde hoogte vrijlaten en niet korten op uw uitkering.
Hoofdstuk 4 Inburgering
Artikel 4.1 Informatieverstrekking WI
Wij informeren u over:
1uw wettelijke rechten en plichten;
2de ondersteuning en begeleiding die u krijgt; en
3wat ons aanbod is.
Artikel 4.2 Brede intake WI
1De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, bij voorkeur zodra u bekend bent bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente, voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de gemeente.
2De brede intake bestaat in ieder geval uit:
a.een onderzoek naar uw onderwijsniveau en uw werkervaring;
b.een onderzoek naar uw persoonlijke omstandigheden, waaronder de fysieke en mentale gezondheid;
c.voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om uw kind(eren) deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en
d.een leerbaarheidstoets.
Artikel 4.2.1 Verplichtingen bij de brede intake WI
1Het is verplicht mee te werken aan de brede intake.
2Als u na een uitnodiging niet komt naar de brede intake krijgt u een waarschuwingsbrief.
3Als u na twee uitnodigingen nog niet komt, ontvangt u een boete van maximaal € 250.
4Voordat we u een boete geven onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u niet naar uw afspraken komt.
Artikel 4.3 Persoonlijk plan Inburgering en Participatie WI
1Na de brede intake maken we samen met u een trajectplan.
2Dit is het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP). Hierin staat:
a.Hoe u gaat inburgeren en waar, wat de leerroute is en wat het einddoel van uw inburgering is.
b.Als u (gezins)migrant bent, krijgt u informatie over waar en bij welke organisatie u goed kunt inburgeren
c.In het PIP staat wat u moet doen om in te burgeren. Er staat ook in hoe wij u daarbij kunnen helpen.
d.In het PIP staat ook wat uw kinderen kunnen doen om zo snel mogelijk mee te kunnen doen in Nederland.
e.Wij sturen u een brief waarin alle afspraken staan. Deze brief krijgt u in ieder geval tien weken nadat u officieel in de gemeente woont.
f.De datum op de brief bij uw PIP is de startdatum van uw inburgering. Vanaf dat moment heeft u maximaal drie jaar de tijd om de afgesproken doelen in uw PIP te halen.
g.Als u een bijstandsuitkering heeft, horen de afspraken over het PIP bij de afspraken over uw uitkering en andersom.
h.Als u verhuist naar een andere gemeente binnen Nederland, neemt die gemeente het PIP en de afspraken die wij met u daarover maken over.
Artikel 4.4 Handhaving tijdens het PIP-traject WI
1Het is verplicht om mee te werken aan de afspraken in uw PIP.
2We geven een boete als u de afspraken in uw PIP niet of niet genoeg nakomt.
3De hoogte van de boete bedraagt minimaal € 50 en maximaal € 800.
4Voordat we u een boete geven onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u zich niet aan uw afspraken houdt.
5We geven een lagere boete als u zich niet aan uw afspraken houdt en u heeft hiervoor een goede reden.
6Als u een bijstandsuitkering heeft, en u houdt zich niet aan de afspraken in de PIP, vindt verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet. U krijgt dan geen boete. In hoofdstuk 4 van deze verordening staat wat de verlaging inhoudt.
Artikel 4.5 Leerroutes WI
1Er zijn drie leerroutes die u kunt volgen om in te burgeren:
a.de B1-route, zo snel en goed mogelijk de Nederlandse taal leren
b.de onderwijsroute, als u ook een opleiding kunt volgen; of
c.de zelfredzaamheidsroute (Z-route) als het leren van Nederlandse taal op hoog niveau te moeilijk is. U leert dan zo snel mogelijk mee te doen in de samenleving.
2Wij zorgen ervoor dat de leerroute past bij alle andere afspraken die wij met u maken.
3Wij werken samen met andere organisaties, zodat u de best passende leerroute kunt volgen.
4Als u de leerroute niet binnen de afgesproken termijn behaald, krijgt u een boete van maximaal € 1.000.
Artikel 4.6 Voortgang inburgering WI
1De gemeente volgt de vorderingen en afspraken die we in het PIP met u maken.
2Dit doen we door regelmatig met u te praten over de voortgang.
3Ter voorbereiding op deze gesprekken praten we ook met andere organisaties die bij uw inburgering betrokken zijn.
4Als het nodig is kunnen we in overleg met u de leerroute en/of het PIP bijstellen.
5Als we het PIP aanpassen sturen we u hierover een brief.
Artikel 4.7 Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt en Participatie WI
1Als u in Nederland komt wonen moet u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgen.
2Het Participatieverklaringstraject helpt u om te weten wat de belangrijkste gewoonten, rechten en plichten zijn in Nederland.
3Een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgt u om u te helpen zo snel mogelijk te kunnen gaan werken.
4U moet de Participatieverklaring ondertekenen.
5Na afloop van de Module Arbeidsmarkt en Participatie is er een gesprek waarin we kijken of u een volgende stap kunt doen om te gaan werken.
6Dat u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie moet volgen staat ook in uw PIP.
7U moet binnen drie jaar het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt afronden anders krijgt u een boete van maximaal € 340.
Artikel 4.8 Maatschappelijke begeleiding WI
1De gemeente zorgt ervoor dat u zo snel mogelijk nadat u in gemeente Sluis bent komen wonen maatschappelijke begeleiding krijgt.
2Deze begeleiders helpen u met alles wat het makkelijker maakt om aan uw nieuwe woonplaats en nieuwe omgeving te wennen. De begeleiders helpen u zo snel mogelijk zelf uw zaken rondom wonen, werk, zorg, inkomen en onderwijs te doen.
Hoofdstuk 5 Afspraken tussen inwoner en gemeente
Artikel 5.1 De rol van de inwoner PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb
1U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende:
a.U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente.
b.Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem.
c.U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is.
2U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende:
a.U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten.
b.Wij ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u.
c.U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.
5.2 Afspraken en verplichtingen
5.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner PW, IOAW, IOAZ, Awb
1Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt.
2Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten:
a.waarom wij uw uitkering verlagen;
b.hoelang wij uw uitkering verlagen;
c.met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en
d.als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken.
3Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met:
a.hoe ernstig uw gedrag is;
b.of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?);
c.uw persoonlijke situatie.
4Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven.
5Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 4. Dit doen wij als:
a.U al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; of
b.Wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedrag of dat u iets te verwijten valt.
Artikel 5.2.2 Geen schuld en verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb
Het college ziet af van verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of als er sprake is van een dringende reden.
Artikel 5.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb
1Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden.
2Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen. Dat kan als we de uitkering over die periode al hebben uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm.
3Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken en zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald.
4Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.
Artikel 5.2.4 Berekening verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb
1De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm.
2Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.
Artikel 5.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen PW, IOAW, IOAZ, Awb
1Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV of u niet tijdig uw registratie heeft verlengd.
2Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:
a.niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;
b.een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken;
c.niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie;
d.niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet).
e.niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP).
3Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden.
4Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:
a.niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;
b.niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening;
c.een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken;
d.niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie.
5Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u:
a.niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen;
b.een baan afwijst;
c.er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt
d.niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening.
6Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).
Artikel 5.2.6 Te weinig besef van verantwoordelijkheid PW, Awb
1Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag.
2De verlaging van de uitkering is:
a.10 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;
b.20 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00;
c.50 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;
d.100 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00;
e.100 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf
3€ 8000,00 tot € 12.000,00;
a.100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf
4€ 12.000,00 tot € 16.000,00;
a.100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf
5€ 16.000,00 tot € 20.000,00;
a.100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf
6€ 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand.
7Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden.
8Wij verlagen uw uitkering met het bedrag van de eigen bijdrage voor een advocaat of andere juridische kosten als u niet eerst het Juridisch Loket heeft geraadpleegd.
9Wij stemmen de verlaging (zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel) af op het benadelingsbedrag.
Artikel 5.2.7 Onacceptabel gedrag PW, IOAW, IOAZ, Awb
Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met:
1100 procent voor de duur van een maand bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers;
2100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen.
Artikel 5.2.8 Niet nakomen van andere verplichtingen PW, Awb
1Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt.
2Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:
a.50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling;
b.50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;
c.50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand;
d.50 procent bij het niet instemmen met het financieel ontzorgen door het vanuit de uitkering betalen van vaste lasten
e.100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.
Artikel 5.2.9 Samenloop van gedragingen PW, IOAW, IOAZ, Awb
1Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.
2Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.
3Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan leggen we een bestuurlijke boete op.
4Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden.
Artikel 5.2.10 Herhaling (recidive) PW, IOAW, IOAZ, Awb
1Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 5.2.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 5.2.8, lid 3, artikel 5.2.9 en artikel 5.2.10.
2Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde of ander verwijtbaar gedrag.
3Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende twee maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet.
4Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende twee maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging én we hebben toepassing gegeven aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel.
Artikel 5.3 Terugvordering en incasso PW, IOAW, IOAZ
1We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft.
2Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan of hoger dan de beslagvrije voet.
3Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 5.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen alleen bij opzet van u terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.
Artikel 5.4 Beëindiging PW, IOAW, IOAZ
1We kunnen het recht op een voorziening intrekken als:
a.de voorziening niet langer passend of nodig is;
b.u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;
c.We de voorziening hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u;
d.als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening en we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten;
e.u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;
f.u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening, behalve als u daar niets aan kunt doen.
2We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken.
Artikel 5.5 Hoe controleert de gemeente? Artikel 5.5.1 Controle PW, IOAW, IOAZ
1We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en/of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door:
a.huisbezoeken te doen;
b.gegevens te vergelijken met andere instanties; en
c.signalen en tips uit te zoeken;
2Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt.
3Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven.
4Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt.
Artikel 5.5.2 Voorkomen van fraude PW, IOAW, IOAZ
1Wij voeren een actief fraudepreventiebeleid. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.
2Als u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, mogen wij gebruik maken van alle benodigde gegevens die wij tot onze beschikking hebben. Hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen.
3Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 5.5.1.
4Als wij hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen.
5Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie.
Hoofdstuk 6 Intrekking en inwerkingtreding Verordening
Artikel 6.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) Gemeentewet
U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid.
Artikel 6.2 Geen bepalingen
Het college beslist in gevallen waarin deze verordening niet voorziet.
Artikel 6.3 Intrekken oude verordeningen Gemeentewet
Wij trekken de volgende verordeningen in op de datum dat deze verordening ingaat:
a.Re-integratieverordening Participatiewet Sluis 2015;
b.Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sluis 2015;
c.Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Sluis 2016;
d.Verordening Verrekening Bestuurlijke boete Sluis 2015;
e.Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Sluis 2015;
f.Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Sluis 2015;
g.Verordening tegenprestatie Participatiewet Sluis 2015;
h.Verordening inburgering Sluis;
i.Handhavingsverordening gemeente Sluis 2010;
j.Verordening Wet kinderopvang gemeente Sluis.
Artikel 6.4 Overgangsrecht Gemeentewet
1Als u een aanvraag heeft ingediend onder de oude verordeningen en waarop het college nog niet heeft beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening.
2Als u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een besluit dat wij hebben genomen op grond van een ingetrokken verordening, beslissen wij op uw bezwaarschrift op de toepasselijke ingetrokken verordeningen.
Artikel 6.5 Ingangsdatum en naam Gemeentewet
1Wij noemen deze verordening: ‘Verordening participatie, inkomen en inburgering’
2Deze verordening treedt op 1 januari 2022 in werking.
Bijlage 1: de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder
Voor welke voorzieningen (artikel 2.4 en 2.5) u of een werkgever in aanmerking komt, is afhankelijk van de afstand die u heeft tot de arbeidsmarkt. In Zeeuws-Vlaanderen is afgesproken om iedereen die een uitkering heeft of een inburgeringstraject volgt in te delen op de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder. Het verschil in treden is niet zwart-wit. We kijken altijd samen met u en de werkgever naar het te behalen doel. Hieronder is de ladder weergegeven.
Trede
Naam trede
(indicatieve) loonwaarde doelgroep
Voorzieningen
1
Regulier werk
80– 100%
Proefplaatsing, bemiddeling, subsidie, job-coaching, scholing, kinderopvang en nazorg.
2
Werken met (tijdelijke) ondersteuning of garantiebaan
50– 80%
Proefplaatsing, job-coaching, scholing, subsidie, bemiddeling, basisbaan, detachering, werkervaringsplaats, kinderopvang en nazorg.
3
Beschut werk of groepsaanpak
30– 50%
Beschut werk, job-coaching, bemiddeling, scholing, detachering, subsidie, basisbaan, kinderopvang en nazorg.
4
Maatschappelijke participatie
<30%
Participatieplaats, sociale, activering, vrijwilligerswerk, tegenprestatie, dagbesteding, kinderopvang en scholing.