Aanhef
Besluit college
•De beleidsregels Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning wijzigen en daarmee de tarieven voor 2023 vastleggen;
•De Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2023 publiceren op www.overheid.nl.
Deel IAlgemeen
Inleiding
De Jeugdwet geeft de gemeente handvatten voor de zorg en ondersteuning aan kinderen en jongeren onder de 18 jaar. De gemeentelijke jeugdzorg biedt hulp bij opgroei- en opvoedingsproblemen en psychische problemen en stoornissen. Daarnaast treden gemeenten preventief op om problemen bij kinderen en jongeren te voorkomen. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp en is wettelijke verplicht om deze hulp en ondersteuning te bieden.
Door uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) ondersteunt de gemeente inwoners in hun zelfredzaamheid en/of participatie. Ondersteuning via de Wmo wordt geboden wanneer een inwoner als gevolg van een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht of met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn netwerk zelfredzaam is.
In de praktijk heeft het Breed Sociaal Loket (BSL) van de gemeente Lopik mandaat voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo.
Juridisch kader
De Jeugdwet, de Wmo en de Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2021 (hierna: de verordening) leggen een aantal bevoegdheden bij de gemeente. De Beleidsregels (hierna: de beleidsregels) Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2023 moeten in samenhang worden gelezen met de verordening. De beleidsregels bieden een afwegingskader ten aanzien van elke jeugdhulpvraag en Wmo-voorziening en geven een toelichting op en een instructie voor de uitvoering van het beleid in het kader van de Jeugdwet en de Wmo.
In de beleidsregels voor Jeugdwet en Wmo verduidelijkt de gemeente hoe zij in concrete gevallen met haar bevoegdheden omgaat. Het beleid betreft de uitvoering en kan daarom worden vastgesteld door de gemeente. De beleidsregels ontlenen hun status aan artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): “Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid”. Als beleidsregels zijn vastgesteld, kan daar in beschikkingen eenvoudig naar worden verwezen.
Leeswijzer/opbouw
Deel I van deze beleidsregels is opgedeeld in zeven hoofdstukken, beginnend met het afwegingskader en eindigend met de inwerkingtreding en citeertitel.
•Hoofdstuk 1 beschrijft het algemeen afwegingskader. Hierin is aangegeven hoe wordt omgegaan met de eigen kracht van mensen, de eigen verantwoordelijkheid, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van het sociale netwerk, collectieve en algemene voorzieningen en welke rol deze factoren spelen bij het ondersteunen van mensen voor het bieden van lokaal maatwerk. Dit afwegingskader is bedoeld om te bepalen of en in welke mate ondersteuning vanuit de gemeente noodzakelijk is.
•Hoofdstuk 2 verduidelijkt de toeleiding en de vraagverheldering, die begint met een melding en eindigt met een aanvraag. Aan de orde komen onder andere het cliëntgesprek, het persoonlijk plan en onderzoek.
•Hoofdstuk 3 bevat de verstrekkingsvormen voor het persoonsgebonden budget.
•Hoofdstuk 4 verschaft duidelijkheid over het onderzoek dat de gemeente Lopik steekproefsgewijs laat uitvoeren op de verstrekte voorzieningen.
•Hoofdstuk 5 bevat informatie over de eigen bijdrage Wmo.
•Hoofdstuk 6 en 7 geven algemene informatie over het bezwaar, de inwerkingtreding en de citeertitel.
In deel II worden de verschillende maatwerkvoorzieningen volgens de Jeugdwet en de Wmo besproken en de afweging voor de verstrekking van deze voorzieningen.
2. Toeleiding tot Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugd
2.2 Procedure van melding tot besluit
2.1.1 De Melding: melding hulpvraag
Inwoners kunnen op verschillende manieren melding doen van een ondersteuningsvraag. De melding is vormvrij en kan op de volgende manieren worden gedaan:
•mondeling, via de publieksbalie in het gemeentehuis;
•telefonisch, bij het BSL;
•digitaal, via de website of per e-mail bij het BSL;
•schriftelijk, aan de gemeente.
De melding mag ook door iemand anders worden gedaan, maar alleen als de inwoner daarvoor toestemming heeft gegeven. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn een familielid, een vriend of kennis, buren of een professional. Als er acute zorgen zijn over de veiligheid van het kind is toestemming van de inwoner niet nodig en wordt er een melding bij Veilig Thuis gedaan (zie hiervoor Deel II, paragraaf A Jeugdhulp, Crisishulp/Veilig Thuis).
Wettelijk wordt de melding in beginsel al als hulpaanvraag beschouwd, maar in de praktijk zal de inwoner pas een hulpaanvraag indienen nadat het onderzoek is afgerond. Immers, na het onderzoek is veelal pas duidelijk wat de hulpvraag is en wat de mogelijkheden voor hulp zijn. De hulpaanvraag gebeurt door het ondertekenen van het ondersteuningsplan (zie paragraaf 2.2.4) door de inwoner. De melding wordt schriftelijk of digitaal door het BSL bevestigd.
2.2.2 Het Gesprek: inventarisatie situatie van de inwoner
Het uitgangspunt is dat er eerst een inventariserend gesprek wordt gevoerd met de inwoner over de hulpvraag en eventuele ondersteuningsbehoefte. De plaats waar het gesprek wordt gehouden, hangt af van de mogelijkheden van de inwoner. Bij voorkeur wordt het gesprek gehouden bij de inwoner thuis of ergens anders waar deze zich op zijn gemak voelt. Het gesprek kan ook digitaal of telefonisch plaatsvinden. Tijdens het gesprek is het mogelijk dat een inwoner iemand meeneemt, zoals een familielid of een zorgverlener. De huisarts wordt, met toestemming van de inwoner, ingelicht over de betrokkenheid van het BSL bij de inwoner.
In het gesprek wordt in ieder geval besproken:
•onafhankelijke cliëntondersteuning;
•proces en termijnen;
•eigen bijdrage;
•privacy;
•contact met de huisarts (gevraagd wordt welke huisarts de bewoner heeft).
Na het plannen van het huisbezoek ontvangt de inwoner een afspraakbevestiging. Hierin staat informatie over het gesprek, de voorbereiding en de mogelijkheden voor ondersteuning (zie paragraaf 2.2.3). Ook wordt in de afspraakbevestiging aangegeven dat de inwoner de mogelijkheid heeft om binnen zeven dagen na melding een persoonlijk plan te overhandigen waarin gemotiveerd is aangegeven welke resultaten de inwoner wil bereiken met zijn vraag en welke ondersteuning volgens de inwoner nodig is om die resultaten te bereiken. Voordat het onderzoek van start gaat, kan de inwoner een familiegroepsplan overhandigen: een hulpverleningsplan of plan van aanpak dat is opgesteld door de ouders, samen met (bloed- of aan-)verwanten, andere betrokkenen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren of een onafhankelijke cliëntondersteuner. De inwoner wordt van deze mogelijkheid op de hoogte gesteld in de bevestiging van de melding.
2.2.3 Het Onderzoek: weging ondersteuningsmogelijkheden
Binnen zes weken na ontvangst van de melding wordt een onderzoek uitgevoerd ter verheldering van de hulpvraag. Bij het onderzoek wordt de identiteit van de inwoner vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft overhandigd, wordt dit in het onderzoek betrokken. Als er op basis van voorafgaand dossieronderzoek en bekendheid met de (situatie van de) inwoner al voldoende inzicht is in de ondersteuningsbehoefte, dan kan in overleg met de inwoner het onderzoek worden stopgezet (dossierverkenning).
In het onderzoek, dat wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan, komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde:
•de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, voorkeuren, ontwikkeling en gezinssituatie van de inwoner en het probleem of de ondersteuningsvraag;
•het vermogen van de inwoner (of zijn ouder) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de ondersteuningsvraag te vinden;
•de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
•het gewenste resultaat van de in te zetten jeugdhulp/Wmo-hulp;
•de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;
•de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
•de wijze waarop de jeugdhulp wordt afgestemd met andere voorzieningen;
•de mogelijkheden om te kiezen voor een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget.
Soms is het de vraag of er bij een aanvraag een sociaal-medische noodzaak is voor de gevraagde hulp op maat. Om dit te kunnen beoordelen kan sociaal-medisch advies worden opgevraagd. Bij het opvragen van dit advies kan de onderzoekstermijn worden verlengd.
2.2.4 Het Ondersteuningsplan: het te bereiken resultaat
Na het onderzoek wordt er een ondersteuningsplan verstrekt aan de inwoner (of zijn wettelijk vertegenwoordiger).
Het ondersteuningsplan bevat:
•de uitkomsten van het onderzoek: wel of geen ondersteuning.
Bij het afgeven van ondersteuning:
•de afgegeven voorziening(en) en de tijdsduur met lengte van de voorziening;
•de hiermee te bereiken resultaten;
•de relevante voorzieningen of ondersteuning die al aanwezig zijn.
Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner of zijn ouders worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd.
2.2.5 De Beschikking: het voor de inwoner kenbare besluit
Het besluit wordt zo snel mogelijk genomen, maar in ieder geval binnen twee weken nadat de ondertekende aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag van een jeugdige en/of zijn ouders dan beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. De aanbieder mag niet starten voordat wij een beschikking hebben afgegeven. Wij beschikken niet met terugwerkende kracht.
De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschort als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt of als de ondertekende aanvraag niet binnen de termijn kan worden behandeld. Daarbij wordt een redelijke termijn genoemd waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien (artikel 4:14, derde lid Awb).
Het besluit wordt schriftelijk vastgelegd in een beschikking. In de beschikking staat:
•de aanvraagdatum;
•de beslissing;
•totaalbedrag van de voorziening;
•de bezwaarprocedure;
•de leveringsvorm: zorg in natura of persoonsgebonden budget (zie A en B hieronder);
•of er sprake is van een eigen bijdrage;
•de motivering van de beslissing en informatie over de uitvoering van het besluit.
In artikel 3:46 Awb is vastgelegd dat het besluit op een aanvraag deugdelijk moet worden gemotiveerd.
A: zorg in natura (ZIN)
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in ieder geval vermeld:
•welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt, wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is;
•de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
•hoe de maatwerkvoorziening wordt verstrekt;
•welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
B: persoonsgebonden budget (pgb)
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in ieder geval vermeld:
•voor welk resultaat het pgb moet worden besteed;
•welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
•wat de hoogte van het pgb is en hoe dit tot stand is gekomen;
•welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn;
•wat de ingangsdatum en de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld;
•de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Herindicatie
Wanneer de looptijd van een beschikking eindigt, kan er een vervolgbeschikking worden aangevraagd. Bij een verzoek voor een herindicatie wordt er onderzoek gedaan en een evaluatie gehouden. Er wordt geëvalueerd wat een aanbieder heeft gedaan en welke voorziening in het vervolg passend is. Dit gebeurt ook wanneer een verwijzer een andere was dan het BSL. Bij een vervolgindicatie is het mogelijk een verkort aanvraagformulier in te vullen. Dit dient dan als een aanvulling op het bestaande ondersteuningsplan. Wij indiceren niet met terugwerkende kracht.
Bijlage 1 Over de begrippen
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, Wmo en de Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Lopik 2020. Hieronder zijn enkele van deze begrippen op genomen:
Deskundige(n)/deskundigheid:
(Externe) deskundigen die beschikken over deskundigheid zoals bedoeld in artikel 2.1, Besluit Jeugdwet.
Familiegroepsplan:
Hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
Gecertificeerde instelling (GI):
Rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert.
Gemeente:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik.
Gezamenlijk huishouden:
Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
•zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
•uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
•zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract of
•zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding zoals hierboven bedoeld.
Huisgenoot:
De persoon met wie de cliënt duurzaam een gezamenlijk huishouden voert.
Hulpverlening:
Diensten geboden door informele of formele hulpverleners, die op grond van de Wmo of Jeugdwet als (individuele) (maatwerk)voorziening worden ingezet.
Hulp op maat:
Een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.
Inwoner:
De persoon die een direct belang heeft bij een besluit van de gemeente (artikel 1:2, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Als de inwoner een hulpvraag heeft die nog niet heeft geleid tot een verzoek om een besluit te nemen of tot feitelijk handelen door de gemeente, dan wordt met inwoner bedoeld: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente is ingeschreven.
Kind:
Cliënt jonger dan 18 jaar.
Mantelzorg:
Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeien uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Ondersteuningsplan of hulpverleningsplan:
Een plan van aanpak opgesteld door het college en/of de cliënt of het gezin, al dan niet samen met de mantelzorgers, informele en formele hulpen. Waarin staat welke vragen er zijn, welke doelen zijn gesteld en welke algemene (Wmo), andere of overige voorzieningen (Jeugdwet) en/of (individuele) (maatwerk)voorzieningen worden ingezet.
Ouder:
Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt.
Partner:
Huisgenoot met wie de cliënt is gehuwd of een relatie onderhoudt die daarmee gelijk wordt gesteld.
Respijtzorg:
Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de huisgenoot, partner of ouder die feitelijk gebruikelijke hulp op zich dient te nemen, maar daartoe niet in staat is wegens (dreigende) overbelasting, die anderszins niet door hem is op te lossen. Alleen dan kan, op titel van respijtzorg, de hulp die als gebruikelijke hulp moet worden beschouwd, worden meegenomen. Het gaat dan om een individuele maatwerkvoorziening op grond van de Wmo of Jeugdwet als woont de cliënt zonder gebruikelijke hulpverlener.
Algemeen gebruikelijke voorziening:
Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de criteria zoals opgesomd in paragraaf 1.6.
Algemene voorziening:
Een algemene voorziening is voor iedere inwoner beschikbaar. Er kan aan de inwoner een eigen bijdrage gevraagd worden. (zie ook paragraaf 1.8)
Bijlage 2 Toegang door andere verwijzers: huisarts, jeugdarts en de medisch specialist
De gemeente draagt zorg voor de inzet van een individuele jeugdhulpvoorziening na een verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpaanbieder informeert de gemeente via ’verzoek om toewijzing’ over de verwijzing. De huisartsen en medisch specialisten kunnen geen toegang verlenen tot hulp op maat geleverd in de vorm van een PGB. De gemeente informeert de (huis)artsen over de ingekochte jeugdhulpvoorzieningen.
De Praktijkondersteuner Huisarts-jeugd GGZ (POH-jGGZ)
Op grond van de jeugdwet hebben huisartsen eigenstandig de mogelijkheid om jeugdigen door te verwijzen naar (specialistische) jeugdhulp. Huisartsen hebben niet altijd de tijd/ruimte om tot een goede verduidelijking te komen over opvoed- en opgroeivragen. Daarom zet de gemeente op het gebied van dit soort vragen ter ondersteuning van de huisarts de zogenoemde POH-jGGZ in. Doordat de POH-jGGZ de tijd en expertise heeft om tot een vraagverduidelijking bij opvoed- en opgroeivragen te komen, kan naar verwachting passende hulp worden geboden. De huisartsenpraktijken zijn vrij om al of niet gebruik te maken van de POH-jGGZ. Aan elke deelnemende praktijk is een vaste POH-jGGZ verbonden. Huisartsen die gebruik maken van de POH-jGGZ maken met de betreffende medewerker afspraken over de wijze van samenwerken, zoals de wijze van overleg en communicatie over inwoners.
Huisartsen kunnen ouders/jeugdigen (“9 maanden tot 18 jaar”) verwijzen naar de POH-jGGZ. De huisarts stelt de ouders/jeugdige daarbij op de hoogte van de functie en werkwijze van de POH-jGGZ. Bij het inschakelen van de POH-jGGZ geeft de huisarts aan wat de vraag is en de eventuele bijzonderheden die nodig zijn om met ouders/jeugdige in gesprek te gaan. De POH-jGGZ heeft geen rechtstreekse toegang/inzage in medische gegevens zoals die in het Huisarts Informatie Systeem (HIS) zijn vastgelegd.
De huisarts & BSL kunnen de POH-jGGZ inschakelen bij:
•vragen waarbij een lichte vorm van ondersteuning waarschijnlijk volstaat om het probleem op te lossen;
•twijfel over noodzaak van verwijzing;
•twijfel over welke verwijzing voor deze jeugdige meest passend is;
•in kaart brengen van alle aspecten die aan de vraag van de ouder vast zitten;
•gevolgen van (v)echtscheiding;
•aandacht- en concentratieproblemen;
•bang/faalangst/onzekerheid;
•druk/lastig gedrag;
•leefstijl (ongezond gewicht, vermoeden middelen gebruik);
•leerproblemen;
•lichamelijke klachten na uitsluiting medische oorzaak (huilbaby, buikpijn, hoofdpijn, slapen, zindelijkheid);
•ontwikkelingsachterstand;
•opvoedprobleem;
•pesten;
•somberheid/rouw en verlies;
•stil/teruggetrokken gedrag;
•trauma;
•vermoeden van multiproblematiek.
Wanneer de huisarts de POH-jGGZ heeft ingeschakeld, neemt de POH-jGGZ zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen een week, contact op met de ouders/jeugdige om een afspraak te maken. Het eerste gesprek kan plaatsvinden bij ouders thuis, op school, in de huisartspraktijk of op een andere in overleg te bepalen locatie.
Tijdens het eerste gesprek vindt de vraagverheldering plaats. Om een goed beeld te krijgen van de situatie kan de POH-jGGZ, in afstemming met ouders/jeugdige, informatie vragen/overleggen met derden. In veel gevallen zullen dat de (voor)school zijn, collega’s vanuit het gebiedsteam of zorgverleners die al contact hebben met het gezin.
Afhankelijk van de vraag van ouders/jeugdige komt de POH-jGGZ in afstemming met ouders/jeugdige tot de volgende stappen:
•inschakelen informele hulp;
•zelf de benodigde ondersteuning verlenen;
•een collega vanuit het voorliggende veld de benodigde ondersteuning laten verlenen;
•de huisarts voor te stellen de jeugdige te verwijzen naar een tweedelijnsvoorziening;
•de casus over te dragen aan het BSL.
Het is aan de professionele afweging van de POH-jGGZ welke keuze gemaakt wordt. Het is belangrijk dat afhankelijk van de vraag passende hulp gegeven wordt. In casussen die door de POH-jGGZ zelf opgepakt worden kan gebruik gemaakt worden van alle methodieken en hulpmiddelen die de jeugdverpleegkundige ter beschikking heeft.
Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting
Andere ingangen tot jeugdhulp zijn via de gecertificeerde instelling (GI), de kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering), het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting. De GI voert in opdracht van de gemeente de jeugdbescherming en jeugdreclassering uit. De GI is verplicht om bij de bepaling van de in te zetten jeugdhulp in het kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering te overleggen met de gemeente. Uiteraard kan bij dit overleg een kostenafweging plaatsvinden. De gemeente is op haar beurt vervolgens gehouden de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig achten ter uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering.
Deze leveringsplicht van de gemeente vloeit voort uit het feit dat uitspraken van rechters te allen tijde moeten worden uitgevoerd om rechtsgelijkheid en rechtszekerheid te kunnen garanderen. Ook hier geldt dat de GI in beginsel gebonden is aan de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht. Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging uitspreekt, wijst hij gelijktijdig in de beschikking de GI aan die de maatregel gaat uitvoeren. Dit kan de rechter, omdat de Raad voor de Kinderbescherming in zijn verzoekschrift een concreet advies geeft over welke GI de maatregel zou moeten uitvoeren.
De Raad voor de Kinderbescherming neemt een GI in zijn verzoekschrift op die na overleg met de gemeente en gezien de concrete omstandigheden van het geval hiervoor het meest geschikt lijkt. De Raad voor de Kinderbescherming is verplicht om hierover met de gemeente te overleggen.
Toegang via Veilig Thuis
Op basis van de Jeugdwet vormt ook Veilig Thuis een toegang tot jeugdhulp. Veilig Thuis is er voor iedereen die te maken heeft met huiselijk geweld. Of die vermoedt dat er iets niet goed gaat bij of met iemand anders. Veilig Thuis geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling, onderzoekt indien nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling, motiveert zo nodig ouders tot accepteren van jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening. De toegang via Veilig Thuis wordt al in de Jeugdwet zelf geregeld.
Spoedeisende gevallen
In spoedeisende gevallen gaat de gemeente zonder uitstel over tot het tijdelijk verstrekken van een jeugdhulpvoorziening, in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. De noodzaak om een tijdelijke jeugdhulpvoorziening te verstrekken, zal alleen in bijzondere situaties aanwezig zijn. Als de inwoner in een situatie verkeert waarin uitstel van hulp op maat niet mogelijk is, moet de gemeente daarnaar handelen en de inwoner in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag tegemoetkomen in het spoedeisende geval.
Het niet tijdig – d.w.z. met uitstel – nemen van een beslissing tot verstrekking van een tijdelijke jeugdhulpvoorziening is een zogenoemde fictieve weigering, waartegen de inwoner op grond van de Awb bezwaar (al dan niet in samenhang met een verzoek om een voorlopige voorziening) en beroep kan aantekenen.
Criteria urgentie: crisis en spoed
Het bepalen van de urgentie is van belang om vast te kunnen stellen hoe snel de voorziening moet worden gestart. Bij de bepaling van de urgentie zijn veiligheid van de jeugdige, het risico op kindermishandeling, de balans tussen draaglast en draagkracht en de escalatie van de problematiek essentieel.
Er zijn vervolgens drie gradaties van urgentie met bijbehorende criteria te onderscheiden:
•Crisis:
-er is sprake van crisis bij een plotselinge, ernstige ontregeling (in de fysieke, sociale en psychische gesteldheid van de inwoner of van de omgeving) met als gevolg het ontstaan van een acuut onhoudbare situatie in het thuismilieu of de woonsituatie van de jeugdige. Denk bijvoorbeeld aan: ernstige verwaarlozing, ernstig fysiek of seksueel misbruik, er moet direct in het gezag worden voorzien, ouder of jeugdige dreigt met suïcide, ouder of jeugdige heeft een psychose.
•Spoed:
-is een situatie waarbij een crisis dreigt doordat:
-problematiek ernstig, langdurig of complex is en/of
-de verhouding tussen draaglast/draagkracht uit balans is geraakt.
•Regulier:
-enkelvoudige of meervoudige problematiek waarbij geen sprake is van een dreigende crisis.
Bijlage 3 Regels pgb
Een pgb draagt bij aan de mogelijkheden van de inwoner om regie te voeren over het eigen leven en kan een oplossing zijn bij ondersteuningsvormen die niet of onvoldoende geleverd worden door een instelling. Met een pgb krijgt een budgethouder een budget toegekend waarmee hij/zij vervolgens de vrijheid heeft om – binnen de gemaakte afspraken – zelf de benodigde zorg te organiseren. Dat kan bij zorginstellingen, maar ook bij een vrijgevestigde of niet-professionele zorgverleners, al dan niet uit het netwerk van de inwoner.
Procedure bij een verzoek voor een pgb
Nadat de noodzaak voor maatwerkondersteuning vast is gesteld kan de klant de keuze maken deze ondersteuning te verzilveren via een pgb. Klanten worden hierover bij de toegang geïnformeerd.
De omvang van de ondersteuning (en daarmee de hoogte van het pgb) wordt gebaseerd op de kosten van de maatwerkvoorziening als deze in natura zou zijn verstrekt. De tijdens het onderzoek vastgestelde duur en omvang van de maatwerkvoorziening wordt hierbij betrokken. De gemeente maakt onderscheid in het tarief gemaakt tussen pgb voor beroepsmatige betrokken (jeugd)hulpverleners, die zijn gebaseerd op het inkoopmodel jeugdhulp, en pgb voor het sociaal netwerk. Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk is uitsluitend mogelijk voor ambulante begeleiding (inclusief persoonlijke verzorging en vervoer) en het betreft geen specialistische intensieve jeugdhulp, en kortdurend verblijf/logeren.
De inwoner dient een plan in waarin staat hoe het pgb ingezet gaat worden en hoe de zorg bijdraagt aan de doelen die geformuleerd zijn in het onderzoek. Hiervoor is een helder en in eenvoudige taal gesteld format beschikbaar waarmee de klant zijn pgb plan kan indienen. Dit format is verplicht. Voor eenmalige pgb’s voor hulpmiddelen kan een offerte en een programma van eisen volstaan.
In de wet is vastgelegd dat het college de wijze waarop het pgb wordt ingezet moet beoordelen. Deze beoordeling dient te omvatten:
•of de inwoner al dan niet met behulp van het netwerk, in staat is tot waardering van zijn eigen belangen;
•of de inwoner, al dan niet met hulp van het netwerk, de aan een pgb verbonden taken kan uitvoeren;
•of de inwoner kan motiveren waarom hij/zij een pgb wenst (waarom het aanbod van de gemeente niet toereikend is voor de hulp die is gewenst);
•of de met het pgb ingekochte diensten en goederen van voldoende kwaliteit zijn en passen bij het resultaat dat behaald moet worden met de ondersteuning (en: wordt de hulp ingekocht bij professionals of mensen uit het eigen netwerk?);
•of de diensten en goederen veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt;
•wie toeziet op de geleverde zorg en het verantwoord besteden van het budget en, indien van toepassing, op basis waarvan (machtiging, beschikking rechtbank over curatele etc.);
•hoe de inwoner de achtervang bij vakantie en ziekte regelt in geval van inzet sociaal netwerk.
Het college voert de beoordeling uit op basis van het pgb-plan dat de inwoner indient over de inzet van het pgb. De uitkomst van de weging kan van persoon tot persoon verschillen, het is altijd een individuele weging. Waarbij het in essentie draait om de vraag of geborgd is dat het budget ten goede komt aan de gewenste ondersteuning en aan de kwetsbare persoon die ondersteuning nodig heeft.
Leidend bij de beoordeling van het pgb-plan is de aard en omvang van de ondersteuning en de te behalen resultaten, die als noodzakelijk zijn vastgesteld tijdens het onderzoek naar de noodzaak van een maatwerkvoorziening. Toestemming voor verzilvering van de ondersteuning in de vorm van een pgb kan pas gegeven worden als het pgb-plan is goedgekeurd.
Inzet Sociaal netwerk
Ook de kwaliteit van de hulp die via een pgb ingekocht wordt bij een persoon uit het sociaal netwerk dient te worden gewogen. Dat doet het college door te onderzoeken of dit tot gelijkwaardig of beter resultaat leidt in vergelijking tot de inzet van een professional. Indien nodig kan hierover advies gevraagd worden via een externe deskundige.
Het college is van mening dat er bij de maatwerkvoorzieningen Wmo individuele begeleiding, type ontwikkelen en/of de verzwarende omstandigheden + en ++ alsmede de maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp Behandeling en Begeleiding Zwaar, alleen sprake kan zijn van een goede kwaliteit van de ondersteuning wanneer de hulpverlener naar het oordeel van het college: 1) beschikt over de benodigde specialistische kennis, vaardigheden en ervaring, 2) werkt aan de hand van effectief bewezen methoden én 3) volledig onafhankelijk en objectief kan handelen. Dit, gezien de complexe aard en/of zwaarte van de problematiek waarvoor deze maatwerkvoorzieningen in natura worden toegekend. Dit betekent, dat het college de maatwerkvoorziening Jeugdhulp ‘Behandeling’ niet en de maatwerkvoorziening Wmo individuele begeleiding, type ontwikkelen en/of de verzwarende omstandigheden + en ++ en Begeleiding Zwaar (Jeugdhulp) slechts in uitzonderlijke situaties zal toekennen in de vorm van een pgb voor ondersteuning uit het sociaal netwerk.
Beheer
Regie kunnen voeren is een belangrijke voorwaarde voor het succesvol inzetten van een pgb. In die gevallen waar de inwoner dit niet zelf kan, heeft de wetgever het mogelijk gemaakt dat de inwoner een beheerder of vertegenwoordiger aanwijst. Budgethouder moet kunnen aantonen dat de beheerder of vertegenwoordiger hiervoor bekwaam is en beschikt over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een pgb goed te kunnen beheren. Het college kan in deze gevallen vragen om een verklaring ‘gewaarborgde hulp’.
Overwegende bezwaren met betrekking tot de bekwaamheid zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de inwoner problemen zal hebben met het omgaan met het pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn bijvoorbeeld:
•de inwoner handelingsonbekwaam is; als iemand onder bewind staat is het geen automatisme dat er geen pgb vertrekt kan worden. Vanzelfsprekend mag er pas een pgb-overeenkomst aangegaan worden met de onder bewind gestelde met toestemming van de bewindvoerder;
•de inwoner heeft als gevolg van een verstandelijke aandoening of stoornis of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;
•er sprake van schuld- en/of verslavingsproblematiek is;
•er eerder misbruik gemaakt is van het pgb;
•eerder sprake is geweest van fraude.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin de gemeente van oordeel is dat het verstrekken van een pgb niet gewenst is. In deze situaties kan een pgb worden geweigerd. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik.
De beheerder van het budget kan niet de zorgverlener zijn, omdat de beheerder ook verantwoordelijk is voor het borgen van de kwaliteit van de zorg en de juiste besteding van het budget. De beheerder kan ook niet op een andere manier betrokken zijn bij de uitvoerende organisatie, als bijvoorbeeld directeur of bestuurder. Dit in verband met de onafhankelijke positie die de beheerder moet kunnen innemen ten opzichte van de zorgverlener.
Het pgb budget moet volledig ten goede komen aan de ondersteuning zelf en mag niet wegvloeien naar bemiddelingskosten en administratiekosten. Dit beperkt de mogelijkheid voor derden om via de (kwetsbare) pgb-houder een deel van het budget weg te sluizen. Dit legt tevens de verantwoordelijkheid voor het beheren en besteden van het pgb waar deze moet liggen, bij de budgethouder of zijn wettelijke vertegenwoordiger. De vertegenwoordiger of beheerder van het pgb is niet alleen verantwoordelijk voor de besteding van het budget, maar voor alle taken en verantwoordelijkheden die verbonden zijn aan een pgb. Daarmee is de vertegenwoordiger of beheerder tevens verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geboden ondersteuning.
Maximale inzet van hulpverlener
Borgen van de kwaliteit van de ondersteuning is ook de reden dat een hulpverlener (professioneel en informeel) die via een pgb ingehuurd wordt nooit meer dan 48 uur ondersteuning per week mag leveren. Ondersteuners die structureel meer uren beschikbaar moeten zijn, raken overbelast. Dat geldt ook voor informele ondersteuners. Daarmee komt niet alleen de kwaliteit en de veiligheid van de ondersteuning in het geding, maar ook de gezondheid van de ondersteuner.
Bij de beoordeling van het maximale aantal uren dat een hulpverlener nog ingehuurd mag worden, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen en ook de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden.
Voor specifiek pgb dat wordt voorgesteld in een jeugdhulpbepaling die is afgegeven door een GI, geldt wettelijk dat de GI inhoudelijk gaat over de in te zetten jeugdhulp, maar dat de gemeente gaat over de leveringsvorm. Concreet betekent dit als de gemeente niet akkoord gaat met de leveringsvorm, de GI een alternatief zal moeten formuleren.
Vakantie
Onder voorwaarden en na expliciete toestemming van de gemeente is het mogelijk het pgb in te zetten tijdens een vakantie buiten de gemeente. Voorwaarde is dat geïndiceerde ondersteuning noodzakelijk is om tijdens de vakantie te kunnen functioneren. Denk hierbij aan ondersteuning bij het maken van een transfer van de rolstoel naar het bed in het vakantieverblijf. Het pgb mag niet worden ingezet voor het (deels) financieren van de vakantie. Een pgb dat naar zijn aard bedoeld is om in te zetten in en rond de woning van betrokkene kan niet tijdens een vakantie worden ingezet. Bijvoorbeeld het pgb voor hulp bij het huishouden richt zich specifiek op het voeren van een huishouden in de gemeente Lopik.
Indien betrokkene het pgb nodig heeft om tijdens de vakantie te kunnen functioneren is de maximale vakantietermijn 13 weken per toekenningsperiode van 12 maanden. Echter hiervan mag maximaal 6 weken aaneengesloten worden opgenomen. Deze termijn is bepaald om aan te kunnen sluiten op de lengte van de zomervakantie van basisscholen. Indien het pgb voor een kortere periode wordt toegekend, wordt het aantal van 13 weken naar rato berekend.
Trekkingsrecht
Conform de eisen van het rijk kan de inwoner pgb alleen verzilveren via het trekkingsrecht. Alleen eenmalige pgb’s zijn hier (voorlopig) van vrijgesteld. Het rijk heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aangewezen als de uitvoerder van dit trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de inwoner stort, maar op rekening van het servicecentrum PGB van de SVB.
De inwoner moet aan de SVB een zogenoemde zorgovereenkomst overleggen en deze moet zijn geaccordeerd door de gemeente. De inwoner laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede pgb bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
Meer informatie over dit proces is te vinden op de website van de SVB (www.svb.nl).
Criteria PGB jeugdhulpaanbieders
De gemeente stemt slechts in met een pgb bij een specifieke jeugdhulpaanbieder wanneer hij of zij:
•niet door toezichthouders zijn gesignaleerd wegens het verlenen van ondeskundige zorg, handelen in strijd met de wet, misleiding, fraude of uitbuiting van het personeel;
•zijn geregistreerd in het beroepsregister jeugd (SKJ) of BIG of werkt volgens de criteria zoals opgenomen in de Norm Verantwoorde Werktoedeling;
•een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van niet ouder dan 3 maanden overleggen;
•een duidelijke regeling voor hulpverlening in periode van ziekte of vakantie hanteren;
•beschikken over een inschrijving in de Kamer van Koophandel als zorgaanbieder gericht op jeugdhulp;
•in afdoende mate verzekerd zijn voor beroepsaansprakelijkheid/bedrijfsaansprakelijkheid;
•voldoen aan specifieke opleidingseisen gericht op het verlenen van jeugdhulp;
•beschikken over een adequate klachtenregistratie;
•zich richting de belastingdienst gedragen als een zelfstandig ondernemer.
Bijlage 4 Bezwaarprocedure
Bijgaande beschikking is tot stand gekomen met inachtneming van hoofdstuk 3 en 4 van de Algemene wet bestuursrecht. Indien u zich niet kunt verenigen met deze beslissing kunt u daartegen als volgt bezwaar maken:
•U dient binnen 6 weken na de dag van uitreiking of verzending van deze beschikking een gemotiveerd bezwaarschrift in bij burgemeester en wethouders van Lopik en de heffings- en invorderingsambtenaar, Postbus 50, 3410 CB Lopik. Het bezwaarschrift voorziet u van een dagtekening, van de redenen waarom u zich niet kunt vinden in de beschikking en van een ondertekening; Tevens zendt u zo mogelijk een afschrift van de beschikking en van eventuele overige stukken mee. Te laat ingediend door overmacht
Hebt u uw bezwaar niet binnen zes weken kunnen indienen door ziekte, verblijf in het ziekenhuis of een andere zwaarwegende omstandigheid? Zet dat in uw bezwaar. De gemeente kan in zo’n geval besluiten dat het niet aan u ligt dat het bezwaar te laat was. Dan kan uw bezwaar toch inhoudelijk worden behandeld.
Pro forma bezwaar maken
Lukt het niet om binnen 6 weken onder woorden te brengen waarom u bezwaar maakt? Zet dat dan in uw bezwaar. Op die manier maakt u pro forma bezwaar: u houdt zich aan de termijn van zes weken en legt later uit waarom u bezwaar maakt. Als u pro forma bezwaar maakt, krijgt u een brief van de gemeente. Daarin staat dat u binnen 2 weken alsnog een brief moet sturen met de reden van uw bezwaar. Alleen dan neemt de gemeente uw bezwaar in behandeling.
Ontvangstbevestiging en afhandeling
U ontvangt binnen 1 week een ontvangstbevestiging met uitleg over de behandeling van uw bezwaar. Ook neemt de behandelend ambtenaar of secretaris van de commissie bezwaar- en beroepsschriften contact met u op. Als er nog stukken nodig zijn dan zal dit naar u gecommuniceerd worden. Een hoorzitting op kantoor is ook mogelijk.
Hoe lang duurt het?
Het streven is om uw bezwaarschrift binnen 12 weken na ontvangst van uw bezwaar af te handelen. Soms duurt het langer. Dit hangt onder andere af van:
•het soort bezwaar
•of de stukken volledig zijn
•of er nieuw medisch advies nodig is
•of de vereiste toestemming er is om medische gegevens op te vragen
•het tijdstip van de hoorzitting
Uiterste datum
In een nader aanvullend bericht op de ontvangstbevestiging staat de uiterste datum waarop de gemeente een besluit moet nemen. Is deze datum voorbij en hebt u nog niks gehoord? Dan kunt u het telefoonnummer bellen dat in het bericht staat.
Wachten met terugbetalen pgb
Als u bezwaar hebt gemaakt tegen de eindbeschikking van uw PGB kunt u wachten met terug betalen. Pas als het bezwaar ongegrond is verklaard, moet u gaan betalen. Als uw bezwaar gegrond is verklaard, ontvangt u een nieuwe eindbeschikking. Krijgt u toch een herinnering voor terugbetaling, dan kunt u deze negeren. Uw bezwaarschrift en de herinneringsbrief hebben elkaar dan gekruist.
Beroep bij de rechtbank tegen beslissing Wmo
Bent u het niet eens met de beslissing van de gemeente op uw bezwaarschrift? Dan kunt u in beroep gaan bij de rechtbank. U heeft hiervoor 6 weken de tijd. De termijn geldt vanaf het moment dat u het besluit op uw bezwaarschrift kreeg. Voor een beroepsprocedure betaalt u vaak griffierechten.
In hoger beroep tegen beslissing Wmo
Bent u het niet eens met het besluit van de rechtbank? Dan kunt u in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep. Ook hiervoor geldt een termijn van 6 weken. U moet voor zo’n procedure altijd griffierechten betalen. Tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep
is geen verder hoger beroep mogelijk.
Wenst u een vergoeding van kosten, die u in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, dan dient u daarom te verzoeken bij het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, vóórdat op het bezwaar is beslist. U heeft slechts recht op vergoeding van deze kosten, wanneer het bestuursorgaan zijn besluit moet herroepen en dit aan het bestuursorgaan zelf te wijten is.
•Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van een besluit niet op. Gelijktijdig met of na indiening van het bezwaarschrift kunt u daarom de Rechtbank Midden-Nederland, o.v.v. voorlopige voorzieningen, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht (tel. 030-2233000) schriftelijk verzoeken de beslissing te schorsen of daarvoor een voorlopige voorziening te treffen. U geeft daarbij aan waarom u meent onevenredig in uw belangen getroffen te zijn, wanneer tot onmiddellijke uitvoering van de beschikking wordt overgegaan. Bij deze procedure wordt griffierecht geheven. Wilt u weten hoeveel het griffierecht bedraagt, dan is het raadzaam om contact op te nemen met de griffie van de rechtbank. Griffierecht dient u te voldoen door middel van een acceptgiro, die u door de rechtbank wordt toegezonden.
•Indien u meent het bedrag niet te kunnen betalen, dan kunt u om vrijstelling dan wel vermindering verzoeken. Bij dit verzoek moet u een door de burgemeester van uw gemeente ondertekende verklaring omtrent inkomen en vermogen als bedoeld in artikel 25 van de Wet op de rechtsbijstand meezenden.
Ingeval u vragen heeft over de beschikking dan kunt u desgewenst contact opnemen met de Afdeling Bedrijfsvoering, telefoon 0348-559955. Bij vragen over de procedure en het indienen van een bezwaarschrift kunt u contact opnemen met de secretaris van de commissie bezwaar- en beroepschriften, telefoon 0348-559955.
Bijlage 5 Richtlijnen gebruikelijke hulp (Jeugdwet)
Gebruikelijke zorg
Voor jeugdigen met een normale ontwikkeling in verschillende leeftijdsfases valt onder gebruikelijke zorg:
Jeugdigen van 0 tot 3 jaar
•Jeugdigen hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig.
•Jeugdigen hebben toezicht in de nabijheid nodig.
•Jeugdigen zijn in toenemende matig zelfstandig in bewegen en verplaatsen.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
•Jeugdigen hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 3 tot 5 jaar
•Jeugdigen kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
•Jeugdigen kunnen zelfstandig zitten en op vlakke ondergronden staan en lopen.
•Jeugdigen hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen.
•Jeugdigen hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding.
•Jeugdigen zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.
•Jeugdigen hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 5 tot 12 jaar:
•Jeugdigen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week.
•Jeugdigen kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand.
•Jeugdigen hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals wassen en tanden poetsen.
•Jeugdigen hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie.
•Jeugdigen zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook, en ontvangen indien nodig zindelijkheidstraining van ouders.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
•Jeugdigen hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan.
•Jeugdigen hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 12 tot 18 jaar:
•Jeugdigen hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen.
•Jeugdigen kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden.
•Jeugdigen kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of nacht alleen gelaten worden.
•Jeugdigen kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen.
•Jeugdigen hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp nodig en maar weinig toezicht nodig.
•Jeugdigen hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig.
•Jeugdigen hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling.
•Jeugdigen hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
•Jeugdigen hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Bijlage 6 Werkwijze aanvraag dyslexiezorg
Bij de aanvraag dienen de volgende documenten te worden meegestuurd:
•Intakelijst basisschool dyslexie, inclusief handtekening;
•Intakelijst ouder, inclusief handtekening;
•Handelingsplan voor Technisch Lezen en Spelling van het afgelopen jaar, zowel individueel als het groepsoverzicht.
•LOVS (scores DMT, Spelling en Rekenen)
De school kan alle vier de documenten sturen naar lekstroom@zienindeklas.nl. Indien alle documenten compleet zijn wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Bijlage 7 Richtlijnen gebruikelijke hulp (Wmo)
Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor gebruikelijke hulp wordt als regel geen maatschappelijke ondersteuning verleend. In onze samenleving wordt het normaal geacht dat de inwonende partner, ouders, kinderen of andere huisgenoten waar nodig en mogelijk hun rol nemen in het huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid. Inwonendheid en het voeren van een gezamenlijke huishouding wordt beoordeeld op basis van de concrete feitelijke situatie.
Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die – ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze – één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot kan een inwonend kind zijn, inwonende ouders of een meerderjarig persoon met wie de aanvrager een duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont. Ook Of er sprake is van inwonendheid zal naar concrete feiten beoordeeld moeten worden. Daarbij staat inwonendheid tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur etc. door elkaar lopen. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot.
Toeval en willekeur voorkomen
Bij het beoordelen of er sprake is van gebruikelijke hulp is het van belang om toeval en willekeur te voorkomen. Het hangt af van de sociaal relatie welke zorg mensen elkaar moeten bieden, Hoe intiemer de relatie, des te meer zorg mensen elkaar geacht worden te geven. Als het gebruikelijk is dat mensen elkaar in een bepaalde situatie zorg bieden, bijvoorbeeld ouders aan hun kinderen, is dat niet vrijblijvend met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Waarbij uiteraard ook naar de eventuele beperkingen van de huisgenoten wordt gekeken. Per situatie zal dan ook beoordeeld moeten worden in hoeverre de persoon waarmee de persoon met beperking een huishouden voert, daadwerkelijk in staat is tot het verlenen van gebruikelijke hulp. Als er sprake is van een zeer korte levensverwachting, zal dit een reden kunnen zijn om geen gebruikelijke hulp van toepassing te achten.
Bij de beoordeling of wel of niet sprake is van gebruikelijke hulp, wordt onderscheid gemaakt tussen echtgenoten, ouders of andere huisgenoten en kinderen. Hieronder volgt wat in het algemeen van voornoemde personen mag worden verwacht.
Echtgenoten/ouders/huisgenoten
Van echtgenoten, ouders en andere huisgenoten (18+) mag in beginsel worden verwacht dat zij naast bezigheden zoals een fulltime baan of fulltime studie, in staat worden geacht tot het verrichten van gebruikelijke hulp. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden, maar ook om het bieden van begeleidingshandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse begeleiding van bijvoorbeeld ouders aan een kind, of partners onderling. Het gaat hierbij om activiteiten als:
•het maken van afspraken;
•het voeren van de administratie;
•het regelen van bankzaken;
•het onderhouden van contacten met instanties;
•het bezoeken van instanties;
•het verschijnen op afspraken;
•wandelingen maken;
•boodschappen doen;
•medisch noodzakelijke begeleiding (ook (deels) als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt).
Voorkomen van (dreigende) overbelasting
Door gezondheidsproblemen of een combinatie met werk (uitzonderlijke gevallen zoals militaire uitzending of werk op een boorplatform) kan het voorkomen dat een huisgenoot niet de gebruikelijke hulp kan leveren die nodig is om de huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren.
Als er overbelasting dreigt in de leefeenheid vanwege een combinatie van werk en huishouden en een zieke huisgenoot, kan er een tijdelijke indicatie worden gesteld waarbinnen de leefeenheid de gelegenheid krijgt om de onderlinge taakverdeling aan te passen. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden. Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die iemand (aan partner, ouder of kind) biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk.
ADL-activiteiten
Als het gaat om begeleiding bij ADL-activiteiten bij volwassenen dient gelet te worden op de hoeveelheid activiteiten verspreid over de hele dag, in combinatie met de leeftijd van de inwoner. Begeleiding bij ADL-activiteiten bij volwassenen is niet zonder meer gebruikelijk.
Kinderen
Wanneer het gebruikelijke hulp door een inwonend kind betreft, is het van belang dat acht wordt geslagen op het vermogen van het desbetreffende kind wat betreft het verrichten van licht huishoudelijk werk. Er is een zorgvuldige afweging vereist, waarbij rekening wordt gehouden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind verwacht mag worden, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van het desbetreffende kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties.
Van kinderen onder de 18 jaar kan echter geen volwaardige bijdrage aan het huishouden worden verwacht. Afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind wordt bekeken of er eventueel een bijdrage kan worden geleverd, of dat er juist extra ondersteuning nodig is. Globaal kan worden uitgegaan van het volgende:
Kinderen tot 5 jaar
•Van kinderen tot 5 jaar kan geen bijdrage aan de huishouding worden verwacht.
Kinderen vanaf 5 tot 12 jaar
•Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij licht huishoudelijke werkzaamheden zoals tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een lichte boodschap doen (zoals een brood halen), eigen speelgoed opruimen, kleding in de wasmand gooien.
Kinderen vanaf 13 jaar
•Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden, dat wil zeggen daar de rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen.
Voorkomen van (dreigende) overbelasting
Voorkomen moet worden dat kinderen overbelast worden, doordat zij te veel verantwoordelijkheid op zich nemen. In die zin zal een kind in een gezin met een ouder met belemmeringen in het voeren van het huishouden niet meer belast mogen worden dan een kind met gezonde ouders en mag het bijvoorbeeld niet ten koste gaan van de prestaties op school en het als ieder ander kind kunnen spelen, vrienden ontmoeten, sporten, lid zijn van een club etc.
Voorbeelden:
Indien een inwoner als gevolg van zijn of haar beperkingen niet langer in staat is tot het uitvoeren van de huishoudelijke werkzaamheden, wordt van de leefeenheid - de persoon met wie de persoon met beperkingen een huishouden deelt - verwacht om de huishoudelijke werkzaamheden voor haar rekening te nemen. Het niet gewend zijn om bepaalde taken uit te voeren, doet hier niet aan af.
Als de inwoner begeleiding vraagt bij het beheren van de administratie, of het wassen van kleding, wordt eerst beoordeeld in hoeverre de huisgenoten hiertoe in staat zijn.
Factoren die geen reden zijn om van gebruikelijke hulp af te zien:
Fysieke afwezigheid
•Als er sprake is van fysieke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen of nachten per week en de huisgenoot is op die momenten dus niet in staat om gebruikelijke hulp te verlenen, kan de gemeente ondersteuning inzetten voor de niet uitstelbare taken. Bij het overnemen van huishoudelijke taken betekent dit dat schoonmaakwerkzaamheden die niet kunnen blijven liggen overgenomen kunnen worden. Van de huisgenoot wordt vervolgens verwacht om de uitstelbare taken te verrichten zodra hij niet langer afwezig is.
Culturele diversiteit
•Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van de gezamenlijke huishouding wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of de persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke hulp.
Niet gewend zijn om huishoudelijke hulp en/of zorgtaken te verrichten
•Redenen als ‘niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijk werk en/of zorgtaken willen en/of kunnen verrichten’, zijn geen redenen om af te wijken van de Beleidsregels.
Een hoge leeftijd
•Als ouderen in staat zijn hulp te bieden als het gaat om huishoudelijke ondersteuning of zorgtaken, dan valt dan onder gebruikelijke hulp. Mogelijk zijn zij in staat om deze hulp te verstrekken. Uiteraard zal tijdens het onderzoek bekeken moeten worden in hoeverre een oudere in staat is dit te doen of nieuwe taken aan te leren.
Bijlage 8 Uitwerking producten, doel en kwaliteit
Screening en consultatie
Product
Toelichting
Screening & consultatie regulier
(post)HBO; 2 tot 8 uur. Alleenverwijzing via hetlokale team.
Screening & consultatie zwaar
WO(plus); 2 tot 8 uur. Alleenverwijzing via het lokale team.
Doelgroep
Lokale teams: zij kunnen in een aantal gevallen behoefte hebben om kennis en advies van specialisten in te huren:
•In gezinnen waar nog niet helder is wat de best passende aanpak is, kan het goed zijn om met één of meerdere aanbieders, iemand van het lokale team en het gezin in gesprek te gaan. In één of meerdere gesprekken met het gezin wordt dan gezamenlijk een ondersteuningsplan opgesteld.
•Lokale teams kunnen een aantal vragen opsparen en periodiek een serie vragen voorleggen aan een specialist.
•Tijdens een overdrachtsperiode waarin de zorg voor een jeugdige is beëindigd, maar het lokale team nog wel iets wil afstemmen.
Doel/resultaat
Resultaat is dat er het lokale team gericht kennis en advies krijgt op de vraag die zij hebben, en eventueel ook een ondersteuningsplan is opgesteld.
Aanpak
Medewerkers van het lokaal team kunnen aanbieder gratis consulteren, indien (specialistische) kennis vereist is die niet voorhanden is in het lokaal team. Uitgangspunt hierbij is dat lokale teams hier in alle redelijkheid gebruik van maken. Indien blijkt dat de consultatie onevenredig veel tijd vraagt van aanbieder, treedt aanbieder hierover in overleg met het lokale team. Er is dan de mogelijkheid om het product ‘screening & consultatie’ in te zetten.
Het lokale team neemt contact op met de specialist(en), en spreken af of deze consultatie in rekening kan worden gebracht. Ook wordt afgesproken of er een ondersteuningsplan moet worden opgesteld door de aanbieder, en wordt een globale tijdsinschatting afgesproken. Hierbij kan ook gedacht worden aan de inhuur van deskundigen om korte trainingen te geven.
Kwaliteitseisen
Voor kennis en consultatie worden professionals gevraagd, bijvoorbeeld jeugdhulpwerkers, (post)HBO of WO(-plus) opgeleid, met relevante ervaring.
Uitwerking producten Begeleiding individueel
Begeleiding individueel
Bij zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de jeugdige in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren (communiceren, dagelijkse routine handelingen, persoonlijke verzorging, onderhouden contacten). Het kan dan gaan om zaken als het helpen (leren) plannen van activiteiten, (leren) regelen van dagelijkse zaken, het (leren) nemen van besluiten en het (leren)structureren van de dag. Maar ook om het bieden van praktische hulp en ondersteuning bij het (leren) uitvoeren van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid tot doel hebben.
Product
Toelichting
Begeleiding individueel - licht
Denk o.a. aanbegeleiding thuis, oefenenin reizen metOV en persoonlijke verzorging.
Begeleiding individueel - midden
Denk aan maatschappelijk werk, individuele begeleiding van autistische kinderen en aanvullende individuele begeleiding voor bepaalde
jeugdigen die in een groepbegeleid worden.
Begeleiding individueel – zwaar
Denk aan inzetintensief ambulante begeleiding in gezinnen met complexe problematiek (ter voorkoming vanresidentiële opvang).
Persoonlijke verzorging
Via productcodes Wmo Individuele begeleiding.
De Zorgverzekeringswet is verantwoordelijk voor alle zorg die bepaald wordt door de behoefte aan geneeskundige hulp (95%) De Jeugdwet is zorg met de handen op de rug en beperkt zich tot het aansporen tot (5%). Bijvoorbeeld een verslaafde die je aanspoort om te gaan douchen, of een jeugdige die van de sondevoeding af is, maarnog zelf moet lereneten.
De verwijzing naar Wmo Individuele begeleiding kan alleen via het lokale team.
Begeleiding individueel licht
Doelgroep
Jeugdigen (en ouders) met enkelvoudig ondersteuningsvragen rondom opvoeden en opgroeien. Een jeugdige is over het algemeen al op de rails, maar heeft langdurig een bepaalde mate van begeleiding nodig, met ondersteuning vanuit het sociaal netwerk.
Doel
Jeugdigen en ouders met vragen rondom opvoeden en opgroeien begeleiden vanuit het perspectief dat zij zoveel mogelijk leren om de opvoeding en het opgroeien weer zelfstandig en zonder professionele ondersteuning uit te voeren.
Aanpak
Het lokale team bepaalt samen met het gezin en de aanbieder welke ondersteuning nodig is, en legt dit vast in een ondersteuningsplan. Hierin staan ook de te behalen doelen, op welke wijze wordt gewerkt naar zelfstandigheid. Daarnaast wordt aangegeven wat de omvang en duur van de individuele begeleiding is. Elementen die dat bepalen zijn:
•Mate van verzorging, begeleiding en behandeling die een jeugdige nodig heeft
•Mate van zelfredzaamheid: toets eigen mogelijkheden en die van het eigen netwerk
•Mate van functioneren in een groep
•Groepsgrootte
Persoonlijke verzorging
Een klein deel van de doelgroep die nu persoonlijke verzorging ontvangt wordt vergoed door de gemeente. Het gaat om de volgende omschrijving in de wet: ‘activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging in verband met een psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid’. In de brief aan de Kamer blijkt: “dat verzorging ook kan samenhangen met begeleiding in plaats van met verpleging. Verzorging wordt dan meer in het verlengde van begeleiding geleverd. Voor deze mensen geldt dat er over het algemeen geen sprake is van een somatische aandoening en/of primaire medische problematiek, maar in de regel behoefte aan ondersteuning bij ADL, in plaats van het overnemen er van. Dit komt met name voor bij mensen met een verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking en psychiatrische problematiek. Deze ondersteuning bij ADL positioneer ik onder de Wmo. Deze vorm van persoonlijke verzorging hangt dus samen met de begeleiding. Om deze reden is het logisch om deze vorm van persoonlijke verzorging onder te brengen in de maatwerkvoorziening individuele begeleiding. Het gaat om ondersteuning bij de ADL en niet om het overnemen ervan.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Opstellen ondersteuningsplan: MBO
Uitvoering van de ondersteuning: MBO
Begeleiding individueel midden
Doelgroep
Jeugdigen en ouders met ondersteuningsvragen/problemen rondom opvoeden en opgroeien. Hierbij kan gedacht worden aan school- en maatschappelijk werk en specialistische begeleiding.
Doel
Jeugdigen en ouders met vragen rondom opvoeden en opgroeien begeleiden vanuit het perspectief dat zij zoveel mogelijk leren om de opvoeding weer zelfstandig en zonder professionele ondersteuning uit te voeren.
Aanpak
Jeugdigen en/of ouders met vragen rondom opvoeden en opgroeien begeleiden vanuit het perspectief dat men zoveel mogelijk leert om de opvoeding weer zelfstandig en zonder professionele ondersteuning uit te voeren. Dit wordt in het ondersteuningsplan vastgelegd, waarbij ook het toekomstperspectief is vastgelegd, en de mogelijkheden voor ‘afschaling’. Afgesproken wordt ook wat de duur en omvang van de begeleiding is.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Opstellen ondersteuningsplan: HBO Uitvoering van de ondersteuning: MBO/HBO
Begeleiding individueel zwaar
Doelgroep
Jeugdigen en ouders met complexe ondersteuningsvragen en problemen rondom opvoeden en opgroeien.
Doel
Jeugdigen en ouders met complexe vragen rondom opvoeden en opgroeien begeleiden vanuit het perspectief dat men zoveel mogelijk leert om de opvoeding weer zelfstandig en zonder professionele ondersteuning uit te voeren. Doel is hier het voorkomen van residentiële hulp, of het bieden van nazorg na afloop van residentiële opvang.
Aanpak
Het lokale team bepaalt samen met het gezin en de aanbieder welke ondersteuning nodig is, en legt dit vast in een ondersteuningsplan. Hierin staan ook de te behalen doelen en op welke wijze gewerkt wordt aan afbouw van begeleiding of vermindering van de begeleiding (bijvoorbeeld op afroep – vinger aan de pols houden of overstappen naar begeleiding midden of licht). Men kan hierbij denken begeleiding door gespecialiseerde jeugdhulpwerkers, pedagogen, psychologen, orthopedagogen. De begeleiding kan plaatsvinden in het gezin, maar ook op locatie.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Opstellen ondersteuningsplan: HBO+/WO (o.a. gedragsdeskundige A =post Master)
Uitvoering van de ondersteuning: Post HBO
Ondersteuning maatschappelijke deelname (voorheen begeleiding groep en behandeling groep bij J&O)
Product
Toelichting
Ondersteuning maatschappelijke deelname licht
Denk aan begeleiding/dagbesteding groepkinderen met een beperking. 1 à 2 begeleiders/stagiair op ca 7-10jeugdigen.
Ondersteuning maatschappelijke deelname midden
Denk hierbij aan begeleiding groep voor bijvoorbeeld autistische kinderen (incl. naschoolse begeleiding).
Ondersteuning
maatschappelijke deelname zwaar
Groepsbegeleiding bij J&O instellingen, 1 à 2 kinderen per begeleider.
Vervoer
Tarief voorrolstoelvervoer. Uitgangspunt is lokaal maatwerk, maar in overleg met het lokale team kan deze code worden gebruikt. Alleen verwijzing via het lokaleteam.
De kerntaak van ondersteuning maatschappelijke deelname is het bieden van een tijdelijk dagverblijf aan jeugdigen, gekoppeld aan zorg, behandeling en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. Bij dagbehandeling wordt gezorgd voor het “in” trainen van gedrag en het is voorwaarde scheppend tot participatie.
Het betreft ondersteuning in groepsverband voor cliënten die vanwege hun beperking, stoornis of gedrag niet maatschappelijk kunnen participeren binnen de algemene voorzieningen in de buurt. Ten aanzien van vervoer van en naar de dagbesteding is het uitgangspunt dat de cliënt/zijn netwerk het zelf regelt. Indien dit niet mogelijk is wordt een vervoerscomponent mee geïndiceerd door het lokale team. We vragen van aanbieders hun openingstijden zo in te stellen dat het voor ouders mogelijk wordt om jeugdigen zelf te brengen en op te halen.
Voor dit onderdeel zal per keer de afstemming met passend onderwijs moeten worden gezocht, om te zorgen dat jeugdigen die binnen het passend onderwijs vallen, daar worden behandeld. Wel is het mogelijk dat lokale teams ter ondersteuning van het passend onderwijs aanvullend ‘individuele begeleiding’ toekennen.
Begeleiding groep deelname licht
Doelgroep
•Jeugdigen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, of jGGZ stoornis, die vanwege hun beperking geen passend onderwijs kunnen volgen. Qua begeleiding 1 à 2 begeleider/stagiair op ca 7-10 jeugdigen.
•Jeugdigen met een beperking of jGGZ stoornis, die niet naar de reguliere naschoolse opvang kunnen.
Doel
De jeugdigen hebben een zinvolle dagbesteding, en er zijn leerdoelen geformuleerd, passend bij de jeugdige en zijn/haar beperking. De (pleeg)ouders van de jeugdige worden ontlast.
Jeugdigen met een jGGZ stoornis (ADHD, autisme) kunnen na school worden opgevangen in een situatie waarin rekening wordt gehouden met hun stoornis.
Aanpak
Het lokale team bepaalt samen met het gezin en de aanbieder welke ondersteuning nodig is, en legt dit vast in een ondersteuningsplan. Hierin staan ook de te behalen doelen, en de wijze waarop wordt afgestemd met passend onderwijs.
Deze vorm van ondersteuning wordt onderdeel van de ontwikkelagenda 2016. De gemeente gaat onderzoeken of het mogelijk is dat ouders zelf de reguliere bijdrage voor naschoolse opvang betalen, en dat de gemeente alleen de aanvullende kosten betaalt.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Opstellen ondersteuningsplan: HBO
Ondersteuning bieden bij maatschappelijke deelname licht: MBO
Begeleiding groep midden
Doelgroep
•Jeugdigen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, jeugdigen met een jGGZ stoornis en/ of jeugdigen met opvoedproblemen, die vanwege hun beperking geen passend onderwijs kunnen volgen. Qua begeleiding 2 begeleiders op ca 3-6 jeugdigen.
•Jeugdigen met een beperking, een jGGZ stoornis of opvoedproblemen, die niet naar de reguliere naschoolse opvang kunnen.
Doel
De jeugdigen hebben een zinvolle dagbesteding, en er zijn leerdoelen geformuleerd, passend bij de jeugdige en zijn/haar beperking. De (pleeg)ouders van de jeugdige worden ontlast.
Jeugdigen met een jGGZ stoornis (ADD, autisme) en/of opvoedproblemen kunnen na school worden begeleid in een situatie waarin rekening wordt gehouden met hun stoornis, of tijdelijk ook tijdens schooluren. Doel is dat het jeugdige zo snel mogelijk terugkeert naar (passend) onderwijs. Verschil met ondersteuning maatschappelijke deelname licht is dat er een leerdoel is.
Aanpak
Het lokale team bepaalt samen met het gezin en de aanbieder welke ondersteuning nodig is, en legt dit vast in een ondersteuningsplan. Hierin staan ook de te behalen doelen, en de wijze waarop wordt afgestemd met passend onderwijs. Naast ondersteuning maatschappelijke deelname, kan het nodig zijn om ‘behandeling’ in te zetten en/of ‘individuele begeleiding’. Dit wordt in het ondersteuningsplan vastgelegd, waarbij ook het toekomstperspectief is vastgelegd, en de mogelijkheden voor afschaling.
Deze vorm van ondersteuning wordt onderdeel van de ontwikkelagenda 2016. De gemeente gaat onderzoeken of het mogelijk is dat ouders zelf de reguliere bijdrage voor naschoolse opvang betalen, en dat de gemeente alleen de aanvullende kosten betaalt.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Opstellen ondersteuningsplan: HBO
Ondersteuning bieden bij maatschappelijke deelname midden: MBO/HBO
Begeleiding groep zwaar/dagbehandeling
Doelgroep
•Jeugdigen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, jeugdigen met een jGGZ stoornis en/ of jeugdigen met opvoedproblemen, 1 begeleider/stagiair op 1-2 jeugdigen
•Intensieve dagopvang/dagbehandeling
Doel
De jeugdigen hebben een zinvolle dagbesteding, en er zijn leerdoelen geformuleerd, passend bij de jeugdige en zijn/haar beperking. Jeugdigen met een jGGZ stoornis (ADD, autisme), en/of opvoedproblemen kunnen na school worden opgevangen in een situatie waarin rekening wordt gehouden met hun stoornis, of tijdelijk ook tijdens schooluren. Doel is dat het jeugdige zo snel mogelijk terugkeert naar (passend) onderwijs.
Aanpak
Het lokale team bepaalt samen met het gezin en de aanbieder welke ondersteuning nodig is, en legt dit vast in een ondersteuningsplan. Hierin staan ook de te behalen doelen, en de wijze waarop wordt afgestemd met passend onderwijs. Naast ondersteuning maatschappelijke deelname, kan het nodig zijn om ‘behandeling’ in te zetten en/of ‘individuele begeleiding’. Dit wordt in het ondersteuningsplan vastgelegd, waarbij ook het toekomstperspectief is vastgelegd, en de mogelijkheden voor afschaling.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Opstellen ondersteuningsplan: HBO
Ondersteuning bieden bij maatschappelijke deelname midden: MBO/HBO
Behandeling
Product
Toelichting
Dyslexie
Diagnostiek en behandeling van kinderen van 7 t/m 12 jaar met ernstige, enkelvoudige dyslexie.
Behandeling regulier
Diagnostiek en behandeling van lichte tot matige, nietcomplexe psychische stoornissen.
Behandeling specialistisch
Diagnostiek en behandeling van complexe en ernstige psychische/psychiatrische stoornissen
(co-morbiditeit).
Behandeling hoog specialistisch
Diagnostiek en behandeling van complexe en ernstige psychische/psychiatrische stoornissen (co-morbiditeit, in geval 100% kinderpsychiater wordt ingezet.
Behandeling overig lichten regulier
Behandeling van opvoedkundige en pedagogische vraagstukken en problemen
Behandeling ADHD door kinderartsen
Uitsluitend te gebruiken door kinderartsen.
Het onderscheid met individuele begeleiding:
Behandeling van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard, gericht op herstel of voorkoming van verergering van een lichamelijke of psychische aandoening of beperking of van gedragsproblemen in verband met zo’n aandoening. Behandeling verwijst naar de hulpactiviteiten waarbij de jeugdhulpverlener op een methodische wijze een hulpverleningsrelatie hanteert, waardoor bij de jeugdige een proces in beweging wordt gezet met het doel de problemen op te heffen of althans te verminderen. Deze activiteit wordt ook wel omschreven als frequent en systematisch werken aan gedragsverandering, oplossing van ernstige intra-psychische problemen of aan het verminderen van complexe gezinsproblemen. Het betreft hier intensieve pedagogische hulpverlening.
Bij individuele begeleiding gaat het om bestendigen van de vaardigheden die bij behandeling zijn geleerd.
Dyslexie (Ernstig Enkelvoudige Dyslexie)
Doelgroep
Jeugdigen in de leeftijd van 7 t/m 12 jaar uit regio Lekstroom met een vermoeden van dyslexie, waarbij de extra begeleiding op school niet heeft geholpen. Wanneer sprake is van comorbiditeit dan komt een jeugdige niet in aanmerking voor een Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) behandeling.
Doel
Jeugdigen met een vermoeden van dyslexie tijdig opsporen, zo nodig diagnosticeren en wanneer sprake is van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) behandelen om vervolgens zo goed als mogelijk de schoolloopbaan te vervolgen en af te maken.
Aanpak
De gemeenten in de regio Lekstroom hebben een routing voor onderwijs en aanbieders opgesteld. Deze routing beschrijft het proces en de eisen om in aanmerking te komen voor een EED traject (betreft een apart document ‘’Vergoede dyslexiezorg Regio Lekstroom’’, dat bekend is bij de EED aanbieders en het onderwijs). In tegenstelling tot andere jeugdzorgroutes loopt dit traject eerst via de scholen voor primair onderwijs, aanvullend via een onafhankelijke aanbieder die de screening verzorgd (Zien in de Klas), daarna via het lokale wijkteam. De aanbieders verzorgen de diagnostiek en de behandeling (hierbij worden de richtlijnen van de kwaliteitsinstituten dyslexie gevolgd, maar er is ook ruimte voor innovaties (deels groepsbehandeling, etc.) De modulair opgebouwde/ gestructureerde behandelmethode bestaat uit wekelijkse sessies met kinderen en ouders en dagelijkse oefeningen voor kind, ouder en school.
Een dyslexietraject duurt maximaal 68 uur per cliënt, het gemiddelde van alle trajecten duurt maximaal 59 uur per cliënt per aanbieder.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Een behandeling kan enkel uitgevoerd worden door een organisatie die is aangesloten bij het landelijk kwaliteitsinstituut dyslexie (NRD of ND) en een contract heeft met de regio Lekstroom. Diagnose en Behandeling: HBO+ of WO met aantekening voor dyslexie
Behandeling regulier (t/m 2017 Basis Geestelijke Gezondheidszorg Jeugd (GBGGZ))
Doelgroep
Jeugdigen tot achttien jaar met een lichte tot matige, niet complexe, zorgvraag rondom psychiatrische problematiek, waarbij een sprake is van (ernstig vermoeden van) een DSM-IV benoemde stoornis.
Het betreft een doelgroep waarbij er geen tot matig risico aanwezig is. Ouders, het gezinssysteem en het sociaal netwerk worden wanneer mogelijk altijd betrokken bij de behandeling. Het gaat ook om de groep jeugdigen met ernstige maar stabiele psychische problematiek (zoals angststoornis en depressie) die geen gespecialiseerde behandeling, maar wel een langdurige monitoring nodig hebben.
Doel
De behandeling regulier is erop gericht om diagnostiek en/of een passende behandeling op de juiste plaats aan te bieden. Jeugdigen met lichte klachten worden geholpen in de huisartsenzorg, algemene voorzieningen of lokale teams. Wanneer er sprake is van een vermoeden van een psychische stoornis vindt dit plaats in de GBGGZ.
Goede nazorg en of ondersteuning en terugvalpreventie te leveren bij jeugdigen die al behandeld zijn voor een psychische aandoening. Tevens gaat het om het versterken van eigen kracht en zelfredzaamheid en het normaliseren van problemen.
Aanpak
Wanneer een hulpvraag aanleiding geeft tot een vermoeden van een lichte of matige niet complexe en risicovolle zorgvraag rondom psychiatrische problematiek of stoornis, dan kan een lid van het lokaal team (geregistreerde professional), huisarts, jeugdarts en/of medisch specialist de jeugdige en zijn ouders doorverwijzen naar basis jeugd-GGZ.
Aanbieders mogen over alle cliënten samen gemiddeld maximaal 10 uur per cliënt declareren.
Er zijn vijf criteria op basis waarvan bepaald wordt waar de patiënt behandeld wordt:
1DSM-IV stoornis: is er sprake van een vermoeden van de DSM-IV stoornis?
2Ernst: wat is de ernst van de problematiek?
3Risico: Is er sprake van risico op ernstige zelfverwaarlozing, verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, huiselijk geweld ed.?
4Complexiteit
5Beloop van de klachten
De hoofdbehandelaar (regiebehandelaar) stelt de diagnose om de passende behandeling te formuleren en voert deze uit, samen met medebehandelaars. Wanneer nodig wordt de jeugdige in overleg met lokaal team/doorverwijzer doorverwezen naar passende andere aanbieder.
Een behandeling binnen de basis GGZ kan bijvoorbeeld bestaan:
-uit gesprekken met onder andere een psycholoog, psychotherapeut of psychiater;
-een vorm van e-health (e-health zijn onder andere programma’s op internet waarmee hulp wordt geleverd bij psychische problemen);
-een combinatie van gesprekken en e-health.
Indien er sprake is van klachten, maar niet van een stoornis, behoort begeleiding en behandeling tot het domein van de algemene voorzieningen, zoals huisartsenzorg en POH jeugd-GGZ, of lokale teams.
Voor het gehele proces is het van belang dat er goede samenwerkingsafspraken zijn met andere zorgaanbieders voor een goede flexibele en snelle op- en afschaling van zorg, waar het gaat om zorg die de zorgaanbieder zelf niet kan leveren.
Kwaliteitseisen
Hoofdbehandelaars (Regiebehandelaar), BIG-geregistreerde professionals WO: Hierbij wordt de CONO beroepentabel als basis gehanteerd. De aangewezen beroepen, zoals beschreven in de CONO, zijn:
•Beroepsbeoefenaren die zijn ingeschreven in het register Kinder- en Jeugdpsychologen van het Nederlands Instituut van Psychologen;
•Beroepsbeoefenaren die als Orthopedagoog-Generalist zijn ingeschreven in het register van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen;
•Beroepsbeoefenaren die als postmaster-orthopedagoog SKJ of als postmaster-psycholoog SKJ zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 5.2.1, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet;
•Beroepsbeoefenaren die als gezondheidszorgpsycholoog of als psychotherapeut zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Medebehandelaar, geregistreerde professionals HBO / WO:
De hoofdbehandelaar baseert zich op de CONO beroepentabel en heeft binnen de mogelijkheden van de CONO vrijheid om een deel van de behandeling uit te laten voeren door anderen, zolang hij zijn verantwoordelijkheid voor het gehele behandeltraject waarmaakt.
Behandeling specialistisch (voorheen specialistische Geestelijke Gezondheidszorg) en behandeling hoog specialistisch
Doelgroep
Jeugdigen tot 18 jaar (m.u.v. jeugdstrafrecht, tot 23 jaar) met een hoge mate van complexiteit van behandeling en een gediagnostiseerde (of een ernstig vermoeden van een) DSM-IV stoornis.
Specialistische GGZ Jeugd wordt ingezet bij een hoog risico en/of complexe psychische of psychiatrische klachten. Ouders, het gezinssysteem en het sociaal netwerk worden wanneer mogelijk altijd betrokken bij de behandeling.
Doel
De Specialistische jeugd-GGZ diagnosticeert en behandelt complexe en ernstige psychische/psychiatrische stoornissen. Doelstelling hierbij is dat de jeugdige zo veel als mogelijk in de thuissituatie aan te bieden. Bij verbetering en vooruitgang wordt opnieuw samen met de verwijzer geëvalueerd of afschaling mogelijk is. Denk hierbij aan het (deels) overdragen van zorg naar bijvoorbeeld GBGGZ jeugd, naar POH-GGZ, of naar algemene voorzieningen zoals het lokale team.
Aanpak
Verwijzers naar de specialistische jeugd-GGZ zijn lokale teams, huisarts/specialist ziekenhuis, kinder- en jeugdpsychiater, jeugdarts, jeugdbescherming en jeugdreclassering, SAVE/Veilig Thuis. De specialistische jeugd-GGZ is onderverdeeld in behandeling, verblijf en overige prestaties. Een multidisciplinair team behandelt veelal deze patiënten met complexe stoornissen met een duidelijk risico voor de patiënt of zijn omgeving. Het uitgangspunt is om de zorg zo mogelijk in de thuissituatie aan te bieden, al is opname niet altijd te voorkomen en soms zelfs aan te raden om een crisis fundamenteel te kunnen aanpakken.
Wanneer de problematiek afneemt en stabiliseert wordt overwogen om de zorg af te bouwen en over te dragen aan bijvoorbeeld de Generalistische Basis GGZ jeugd, algemene voorzieningen of het lokaal team.
Voor het gehele proces is het van belang dat er goede samenwerkingsafspraken zijn met andere zorgaanbieders voor een goede flexibele en snelle op- en afschaling van zorg, waar het gaat om zorg die de zorgaanbieder zelf niet kan leveren.
Kwaliteitseisen
Hoofdbehandelaars (Regiebehandelaar), BIG-geregistreerde professionals WO:
Hierbij wordt de CONO beroepentabel als basis gehanteerd. De aangewezen beroepen, zoals beschreven in de CONO, zijn: psychiater en klinisch psycholoog, psychotherapeut, klinisch neuropsycholoog. Dit mag in MDO verband.
Voor het product behandeling hoog specialistisch is 100% inzet kinderpsychiaters een eis.
Medebehandelaar, geregistreerde professionals HBO / WO:
De hoofdbehandelaar baseert zich op de CONO beroepentabel en heeft binnen de mogelijkheden van de CONO vrijheid om een deel van de behandeling uit te laten voeren door anderen, zolang hij zijn verantwoordelijkheid voor het gehele behandeltraject waarmaakt.
Behandeling overig (regulier of licht)
Behandeling van opvoedkundige, pedagogische vraagstukken in complexe gezinssituaties en behandeling van psychische problemen.
Doelgroep
Jeugdigen tot 18 jaar (m.u.v. jeugdstrafrecht, tot 23 jaar) met, meervoudige opgroei- of opvoedproblematiek van psychische of medische aard.
In geval van enkelvoudige problematiek, kan ook gekozen worden voor behandeling in de vorm van therapie: dit is uitsluitend toegestaan na verwijzing door het sociaal team.
Doel
Doel van de behandeling is het herstel of voorkomen van verergering van de lichamelijke of psychische aandoening of beperking, of van de gedragsproblemen in verband met zo’n aandoening.
Deze activiteit wordt ook wel omschreven als frequent en systematisch werken aan gedragsverandering, oplossing van ernstige intra-psychische problemen of aan het verminderen van complexe gezinsproblemen. Het betreft hier intensieve pedagogische hulpverlening.
Aanpak
De aanbieder maakt een ondersteuningsplan, waarin de behandeldoelen en -activiteiten staan. Ouders, het gezinssysteem en het sociaal netwerk worden wanneer mogelijk altijd betrokken bij de behandeling.
Kwaliteitseisen
Hoofdbehandelaars WO
Hierbij wordt de CONO beroepentabel als basis gehanteerd. De aangewezen beroepen, zoals beschreven in de CONO, zijn:
•Beroepsbeoefenaren die zijn ingeschreven in het register Kinder- en Jeugdpsychologen van het Nederlands Instituut van Psychologen;
•Beroepsbeoefenaren die als Orthopedagoog-Generalist zijn ingeschreven in het register van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen;
•Beroepsbeoefenaren die als postmaster-orthopedagoog SKJ of als postmaster-psycholoog SKJ zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 5.2.1, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet, of in het RBCZ;
•Beroepsbeoefenaren die als gezondheidszorgpsycholoog of als psychotherapeut zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
•Voor behandeling overig licht, kan na verwijzing door het sociaal team een HBO+ professional worden ingezet.
Medebehandelaar, geregistreerde professionals HBO / WO:
Geregistreerde (Kwaliteitsregister Jeugd) HBO+ professionals. De medebehandelaars mogen zelfstandig worden ingezet voor behandeling overig licht, maar dan kan de verwijzing alleen via het sociaal team.
Verblijf (gezinsvervangende opvang)
Verblijf is bedoeld voor jeugdigen voor wie wonen in een (veilige) thuissituatie tijdelijk of langdurig niet mogelijk is. Aanbieders en lokale teams streven ernaar om jeugdigen zoveel mogelijk thuis te laten wonen, met indien nodig intensief ambulante hulp. Indien verblijf noodzakelijk is, overlegt het lokale team met de aanbieder welke vorm van verblijf nodig is. De voorkeur gaat uit naar pleegzorg. Als dat niet mogelijk is kunnen zwaardere vormen van verblijf worden ingezet.
Pleegzorg
Doelgroep
Jeugdigen voor wie wonen in een (veilige) thuissituatie tijdelijk of langdurig niet mogelijk is. Het kan hierbij crisissituaties betreffen waarbij een acute plaatsing nodig is.
Doel/resultaat
Pleegzorg staat voor een combinatie van ‘zo gewoon mogelijk opgroeien’ en professionele hulp. Het bieden van een stabiele, veilige plek in een gezinssituatie, waar de jeugdige (tijdelijke) wordt verzorgd en opgevoed en waar de jeugdige contact kan onderhouden met het gezin van herkomst.
Aanpak en mogelijkheden voor transformatie
De mogelijkheden voor transformatie liggen met name in de begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de ouders van de jeugdige; het lokale team kan een deel van de begeleiding overnemen. Aanbieders onderzoeken samen met het lokale team naar de best passende oplossing voor de jeugdige.
De pleegzorgaanbieders zorgen voor:
•werven, voorbereiden en screenen van netwerkpleeggezinnen en aspirant pleegouders;
•matching en plaatsing van pleegkind en pleegouders.
Deeltijd pleegzorg
Deze vorm wordt in deeltijd aangeboden tijdens veelal één tot twee weekenden of dagen in de maand, of een deel van een vakantieperiode. Het doel is ontlasting van de (pleeg)ouders, uitbreiding van het netwerk van de jeugdige.
Reguliere pleegzorg
Deze pleegzorgvariant is in principe gericht op terugplaatsing van de jeugdige in het eigen gezin, binnen 6 tot 12 maanden. Doel is het verminderen of hanteren van de problematiek van ouders en/of de jeugdige en het verbeteren of herstellen van onderlinge relaties.
Wanneer blijkt dat de jeugdige niet op korte termijn terug naar huis kan en langdurige zorg nodig is, nemen pleegouders de rol van opvoeder over en bieden het pleegkind een stabiele en continue leefomgeving. Duur is voor onbepaalde tijd kan tot volwassenheid voortduren.
De kwaliteitseisen
Landelijke richtlijnen zijn van toepassing: het kwaliteitskader voorbereiding en screening aspirant pleegouders, het protocol netwerkpleegzorg en het kwaliteitskader voorkoming seksueel misbruik in de jeugdzorg.
Logeren / kortdurend verblijf
Doelgroep
Gezinnen waarvan met de ouders/verzorgers ontlast moeten worden. Het gaat hierbij vaak om jeugdigen met een beperking, opvoedproblemen of een jGGZ stoornis.
Doel/resultaat
(Pleeg)Ouders/verzorgers worden ontlast, voor gemiddeld 3 etmalen per week; de etmalen kunnen ook worden ingezet voor vakantieopvang. Door logeren is de draagkracht thuis groter en kan de jeugdige langer thuis blijven wonen. Indien de jeugdige en/of het gezin extra begeleiding nodig heeft tijdens het logeren, kan het lokale team aanvullend op het logeren individuele begeleiding of begeleiding groep toekennen.
Aanpak en mogelijkheden voor transformatie
Het lokale team maakt in samenwerking met de ouders een begeleidingsplan, waarin wordt vastgelegd welke mate van ondersteuning gewenst is. Er wordt uitgegaan van een modulair systeem voor de inkoop; het basisproduct is een etmaal logeren waarbij verzorging en begeleiding is opgenomen (80% van de jeugdigen moet hiervoor kunnen worden opgevangen zonder aanvullende verzorging of begeleiding). Indien extra verzorging of begeleiding nodig is, kan dat worden ingekocht via de andere producten in de deelovereenkomst (individuele begeleiding, persoonlijke verzorging of ondersteuning maatschappelijke deelname).
De kwaliteitseisen
Geen specifieke kwaliteitseisen, naast de wettelijke eisen uit de Basisovereenkomst.
Opstellen begeleidingsplan: MBO/HBO
Begeleiding zelf: MBO/HBO
Gezinsvervangende opvang
Gezinshuis/woongroep met gezinshuisouders
Doelgroep
Jeugdigen (met een beperking) die in hun ontwikkeling bedreigd worden, bijvoorbeeld door pedagogische onmacht van ouders of getuige waren van huiselijk geweld, of slachtoffer van seksueel misbruik. Dit zijn jeugdigen die vragen om professionele opvoeding in een kleinschalige gezinssituatie. Pleegzorg is voor deze jeugdigen over het algemeen niet mogelijk.
Doel
Het bieden van een stabiele, veilige plek in een gezinssituatie, waar de jeugdige wordt verzorgd en opgevoed en waar de jeugdige contact kan onderhouden met het gezin/familie van herkomst. Vanwege de problematiek of de gezinssituatie, is er weinig perspectief op terugkeer naar het gezin of (nog) weinig zicht op een vervolgperspectief.
Afhankelijk van de situatie en problematiek van de jeugdige kunnen de volgende doelen voor de jeugdige geformuleerd worden:
•Gedragsproblemen zijn afgenomen en de ontwikkeling van de jeugdige is verbeterd;
•Toekomstperspectief (op het gebied van wonen) is duidelijk;
•De jeugdige heeft een ondersteunend netwerk en een passende dagbesteding.
Aanpak
Opname van het kind in een kleinschalige vorm van residentiële hulpverlening in een gezinssetting. In een gezinshuis wonen meerdere jeugdigen, meestal drie tot zes, die worden opgenomen in het gezin van de gezinshuisouders. De gezinshuisouders bieden in een 'gewoon' huis, in een 'gewone' wijk, op professionele wijze 24 uur per dag, 7 dagen in de week verzorging, opvoeding en begeleiding. Minimaal één van beide ouders ontvangt hiervoor een inkomen.
In gezinshuizen krijgen jeugdigen een zo normaal mogelijke opvoeding, maar wordt zo nodig ook voor extra (ambulante) behandeling gezorgd. Gezinshuisouders worden gedurende de plaatsing begeleid door deskundigen op het gebied van gehechtheids- en/of traumaproblematiek en leveren een belangrijke bijdrage aan het herstel van de problemen van de kinderen. Tevens worden jeugdigen opgenomen waar de psychiatrische problematiek of de verstandelijke beperking dusdanige gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren dat professionele opvoeding nodig is.
Samen met het lokale team en het gezin wordt een ondersteuningsplan opgesteld. Hierin wordt vastgelegd of aanvullend individuele begeleiding of behandeling nodig is.
Kwaliteitseisen
Middels huisbezoeken van gezinsbegeleiders en gedragsdeskundigen is er zicht op de zorg die in de gezinsvormen geboden wordt.
Woongroep met professionele begeleiders
Doelgroep
Jeugdigen van 5-18 jaar met forse gedragsproblematiek, die in hun ontwikkeling bedreigd worden en die vanwege de ernst van de problematiek aangewezen zijn op een professionele, kleinschalige opvoedingssituatie. In het gezin van herkomst zijn al (meerdere) vormen van ambulante begeleiding ingezet, zonder dat dit tot het gewenste resultaat heeft geleid. De meeste jeugdigen hebben hiervoor in een pleeggezin of elders gewoond; vaak hebben ze meerdere overplaatsingen achter de rug.
Doel
Het bieden van een stabiele, veilige plek in een vervangende opvoedsituatie, waar het kind wordt verzorgd en opgevoed en waar het kind contact kan onderhouden met het gezin/familie van herkomst. Het gaat om kleinschalige opvang met meerdere jeugdigen (meestal 3 tot 6 jeugdigen).
Afhankelijk van de situatie en problematiek van het kind kunnen de volgende doelen voor het kind geformuleerd worden:
•Gedragsproblemen zijn afgenomen en de ontwikkeling van het kind is verbeterd;
•Toekomstperspectief (op het gebied van wonen) is duidelijk;
•Het kind heeft een ondersteunend netwerk en een passende dagbesteding.
Aanpak
Een team van professionele opvoeders die deskundig zijn op het gebied van gehechtheids- en/of traumaproblematiek leveren een zeer belangrijke bijdrage aan het herstel van de problemen van de kinderen. Tevens worden kinderen opgenomen waarbij de psychiatrische problematiek, de verstandelijke beperking en/of de gedragsproblemen dusdanige gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren dat (langdurige) professionele opvoeding nodig is.
Kwaliteitseisen
Geen specifieke kwaliteitseisen, naast de wettelijke eisen uit de Basisovereenkomst.
Residentiële behandeling – incl. deeltijd residentiële zorg
Doelgroep
Residentiële hulp is hulp waarbij een jeugdige voltijd of deeltijd verblijft (met overnachtingen) op locatie van de zorgaanbieder. De zorgvraag betreft één of meer van de volgende gebieden:
•complexe opvoed- en/of opgroeiproblematiek, incl. loverboy problematiek;
•psychiatrische stoornissen, incl. klinische jGGZ;
•beperkingen die vragen om specialistische kennis of praktische ondersteuning in de vorm van persoonlijke verzorging.
Doel
De zorg is gericht op het versterken of herstellen van de eigen regie en de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezin. De zorg kan ook gericht zijn op het ontlasten van het gezin, zodat een beroep op zwaardere zorg niet (meer) nodig is. Bij residentiële hulp is er perspectief op terugkeer naar het gezin of op een vervolgperspectief (perspectief cure).
Vanaf het begin worden de ouders betrokken en wordt gewerkt aan afbouw van de dagen residentieel door een gezinsplan te maken en integraal het hele gezin te begeleiden.
Aanpak en mogelijkheden voor transformatie
Jeugdigen leren om te gaan met hun problemen, en indien nodig het behandelen van jGGZ stoornissen. In de behandelgroep is altijd een begeleider aanwezig, zodat kan worden ingegrepen als zich problemen voordoen. Waar mogelijk wordt gestreefd naar deeltijd opvang, zodat jeugdigen ook een aantal nachten thuis zijn.
Vooraf wordt met het lokale team een ondersteuningsplan opgesteld, waarin is beschreven welke leerdoelen behaald moeten worden en op welke wijze afschaling mogelijk is, en welke ondersteuning en nazorg het lokale team hierbij kan bieden; de ouders en de jeugdigen worden betrokken. Het lokale team kan in overleg met de aanbieder en het gezin aanvullende uren voor behandeling en individuele begeleiding of ondersteuning maatschappelijke deelname indiceren, als dit nodig is voor de begeleiding van het gezin en ervoor zorgt dat de jeugdige sneller terug kan keren naar huis.
De klinische jGGZ is veelal landelijk ingekocht door de VNG, of bovenregionaal. Andere aanbieders voor klinische jGGZ vallen onder de residentiële behandeling.
Kwaliteitseisen
In de residentiële opvang wordt behandeld volgens de huidige richtlijnen die door de beroepsgroep (o.a. psychiaters, psychologen) zijn opgezet, dus zoveel mogelijk evidence based. Er wordt aan effect meting van de behandeling gedaan.
Voor 2016 is met de aanbieders overeengekomen dat er gezamenlijk wordt gewerkt aan de kwaliteitseisen en het meten van effecten en resultaten.
Zelfstandigheidstraining/kamertraining
Doelgroep
Residentiële hulp is hulp waarbij een jeugdige voltijd of deeltijd verblijft (met overnachtingen) op locatie van de zorgaanbieder. De zorgvraag betreft één of meer van de volgende gebieden:
•complexe opvoed- en/of opgroeiproblematiek, incl. loverboy problematiek;
•psychiatrische stoornissen;
•beperkingen die vragen om specialistische kennis of praktische ondersteuning in de vorm van persoonlijke verzorging.
Doel
De zorg is gericht op het versterken of herstellen van de eigen regie en de zelfredzaamheid van de jeugdige, met als doel dat de jeugdige daarna zelfstandig kan wonen.
Aanpak en mogelijkheden voor transformatie
Vooraf wordt met het lokale team een ondersteuningsplan opgesteld, waarin is beschreven welke leerdoelen behaald moeten worden en op welke wijze afschaling mogelijk is, en welke ondersteuning en nazorg het lokale team hierbij kan bieden. Met name interessant hierbij is op welke wijze de huisvesting van de jeugdige kan worden geregeld, na afloop van de kamertraining.
Kwaliteitseisen
Geen specifieke kwaliteitseisen, naast de wettelijke eisen uit de Basisovereenkomst.
Crisishulp
Product
Toelichting
Crisisdienst/Meldpunt en interventie (Veilig Thuistelnr. 0800 – 2000)
De plaats om crisissituaties rond jeugd en huiselijke geweldte melden en waar de ernst van de crisis wordt bepaald (afspraken rondom Veilig Thuis worden bovenregionale gemaakt)
Crisishulp ambulant
Intensieve (acute) hulp in het eigen huis/binnen
het gezin.In principe startbinnen 24 uur en duurt hetmaximaal 4 weken.
Crisis (netwerk) pleegzorg
Wordt geboden bij plaatsing jeugdige in een (netwerk) crisispleeggezin. Het gaat om 24-uurs plaatsing (dag en nacht). In principe voor 4 weken.
Crisis Residentiële crisiszorg
Wordt ingezet als plaatsing in een (netwerk)gezin niet mogelijk is. Plaatsing in residentiële crisisopvang is in principe voor de duurvan 4
weken.
Rondom crisis inkoop 2016 zijn er bovenregionaal een aantal afspraken, uitgangspunten en dilemma’s benoemd. Deze zijn vastgesteld in het Breed Wethouders Overleg 25 juni 2015. Belangrijke uitgangspunten zijn:
-Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor verantwoorde afbouw en ombouw van crisiszorg.
-Men wil toe naar een intersectorale crisisdienst en crisiszorg. Aanbieders krijgen de opdracht het crisisproces te herdefiniëren en te optimaliseren (d.m.v. een business case).
Crisisdienst/Meldpunt en interventie (Veilig Thuis telefoonnummer 0800 – 2000)
Doelgroep
Jeugdigen (en ouders) uit regio Lekstroom die in crisissituatie verkeren.
Doel
Doel van de crisisdienst is het verzorgen van 24 uurs bereikbaarheid voor alle crisissituaties van jeugdigen en hun ouders uit de regio Lekstroom (met name ten behoeve van professionals). De crisisdienst neemt de meldingen aan, maakt een inschatting van de ernst van de crisis, waarborgt de veiligheid en beslist welke maatregelen er genomen moeten worden om de situatie te stabiliseren en of er crisiszorg moet worden ingezet.
Aanpak
De crisisdienst wordt voor alle regio’s uitgevoerd door Veilig Thuis (is onderdeel van de organisatie Samen Veilig Midden Nederland). Ze verzorgen 7x24 uurs bereikbaarheid voor met name professionals, lokale teams, maar ook voor inwoners. De crisisdienst bepaalt in nauwe samenwerking met de aanbieders van de crisiszorg welke passende zorg wenselijk is (via digitale crisistool). Men werkt volgens de prioriteitsladder als het gaat om inzet crisiszorg, waarbij altijd geprobeerd wordt de meest lichte vorm van passende crisiszorg in te zetten. In principe zorgen de aanbieders met crisiszorg ervoor dat de crisiszorg binnen 24 uur start en maximaal 28 dagen duurt. De crisisdienst doet z.s.m. een melding naar het lokale team van de betreffende gemeente over de gemelde crisis (wanneer veiligheid in het geding is zal dat veelal gedaan worden via de SAVE teams – SAVE biedt geen crisiszorg).
Organisaties die crisisopvang bieden dienen aangesloten te zijn op de digitale crisistool van Veilig Thuis en Jeugd & Opvoedhulp aanbieders)
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
Triage wordt uitgevoerd door medewerkers die HBO+ of WO zijn opgeleid
Crisis hulp ambulant
Doelgroep
Jeugdigen (en ouders) in crisissituaties uit regio Lekstroom.
Doel
Doel van de ambulante crisiszorg is het oplossen van de acute problemen, het herstellen van het evenwicht in het gezin, betrekken eigen netwerk en het voorkomen van uithuisplaatsing van een of meerdere kinderen.
Aanpak
Ambulante crisiszorg start na melding binnen 24 uur (via melding van Veilig Thuis) en duurt maximaal 28 dagen. De ambulante hulp probeert de crisis te stabiliseren, maar ook de crisis te gebruiken om een verandering tot stand te brengen. Uitgangspunt is dat men zo spoedig mogelijk jeugdigen en gezinnen weer zelfstandig te laten functioneren met behulp van het (eigen) netwerk. De ambulante hulp betrekt z.s.m. (maar uiterlijk in week 2) het lokale wijkteam bij het vormgeven van vervolgzorg. Waar mogelijk wordt vervolgzorg/ondersteuning in eigen netwerk of lokaal gezocht.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
De ambulante crisishulp wordt uitgevoerd door medewerkers die HBO/HBO+ zijn opgeleid.
Crisis (netwerk) pleegzorg
Doelgroep
Jeugdigen in crisissituaties uit regio Lekstroom.
Doel
Doel van de plaatsing van een jeugdige in een (netwerk) pleeggezin plaatsen is bieden van rust, zorg voor opvang en verzorging door middel van structuur, stabiliteit en veiligheid. In principe voor de duur van maximaal vier weken. Mocht bij het begin al duidelijk zijn dat het om een langdurige plaatsing gaat dan zoekt men direct naar het juiste gezin waar het kind kan blijven ook na die 4 weken.
Aanpak
Wanneer een of meerdere kinderen niet thuis kan blijven dan wordt er eerst gezocht naar een (netwerk) pleeggezin in plaats van een residentiële plaatsing - zeker als het om kinderen onder de 12 jaar gaat.
Bij pleegzorg gaat het om 24 uurs zorg (dag en nacht).
Ook bij crisis (netwerk) pleegzorg neemt men contact op met het lokale team om gezamenlijk de juiste vervolgzorg te bepalen.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
De ambulante crisishulp wordt uitgevoerd door medewerkers die HBO/HBO+ zijn opgeleid.
Crisiszorg residentieel
Doelgroep
Jeugdigen in crisissituatie uit regio Lekstroom.
Doel
De crisisopvang in een residentiële voorziening biedt op zeer korte termijn opvang, verzorging en begeleiding voor het wonen, vrijetijdsbesteding en dagbesteding. Het is in principe voor maximaal 4 weken. Binnen die periode wordt onderzocht of de jeugdige terug kan keren naar het gezin of een andere juiste plaats.
Aanpak
De crisisopvang in een residentiële voorziening wordt ingezet als alle andere mogelijkheden niet van toepassing zijn. De uitvoerende organisatie neemt z.s.m. contact op met het wijkteam van de betreffende gemeente om met jeugdige en betrokkenen te bepalen wat de juiste vervolgondersteuning moet worden, waarbij zoveel mogelijk gezocht wordt naar ondersteuning met betrokkenheid van het eigen netwerk, en lokale inzet.
Kwaliteitseisen (naast de algemene eisen uit de Basisovereenkomst)
De ambulante crisishulp wordt uitgevoerd door medewerkers die HBO/HBO+ zijn opgeleid.
Bovenregionale afspraken (Cluster 1)
•Driemilieuvoorziening
•Jeugdzorg plus
•BOPZ
De teksten en tarieven voor G worden aangeleverd vanuit de bovenregionale werkgroep.
Bijlage 10 Financiële bijlage
Hieronder staan de tarieven van de producten vermeld in het jaar 2023. Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en opnieuw vastgesteld.
Tarieven Wmo
1-2 resultaatgebieden
3-4 resultaatgebieden
5-6 resultaatgebieden
Behouden
Ontwikkelen
Behouden
Ontwikkelen
Behouden
Ontwikkelen
Gemiddeld
€ 261,85
€ 392,78
€ 392,78
€ 591,78
€ 591,78
€ 885,05
Plus
€ 392,78
€ 591,78
€ 591,78
€ 885,05
€ 885,05
€ 1.324,96
Plusplus
€ 523,70
€ 785,55
€ 785,55
€ 1.183,56
€ 1.183,56
€ 1.995,30
Individuele begeleiding lichter dan: Behouden – 1 tot 2 resultaatgebieden – Gemiddeld (Lichter dan lichtste product met laagste maandtarief)
€ 66,00
Individuele begeleiding zwaarder dan: Ontwikkelen – 5 tot 6 resultaatgebieden – Ontwikkelen (Zwaarder dan zwaarste product met hoogste maandtarief)
€ 76,80
Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 1 (DB = Dagbesteding)
Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 2 (Begeleiding Groep)
Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 3 (Begeleiding Groep)
€ 34,61
€ 52,52
€ 68,03
dagdeel
dagdeel
dagdeel
Kortdurend Verblijf (KV)
Tijdelijk verblijf LVB met begeleiding volwassenen (LVB+)
Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks) intensieve specialistische begeleiding volwassenen. (LVB+)
€ 198,08
€ 146,92
€ 199.81
etmaal
etmaal
etmaal
Omschrijving
Eenheid
Frequentie* Tarief
Tarief 2023
Schoon en leefbaar huis
minuten
maand
€ 0,53
Wasverzorging
minuten
maand
€ 0,53
Boodschappen
minuten
maand
€ 0,53
Regie en organisatie
minuten
maand
€ 0,53
Advies, Instructie en Voorlichting (AIV)
minuten
Totaal binnen geldigheidsduur
€ 0,53
Maaltijden
minuten
maand
€ 0,53
Kindzorg
minuten
maand
€ 0,53
Tarieven jeugdhulp
Begeleiding individueel Licht
Begeleiding individueel Midden
Begeleiding individueel Zwaar (Opvoedhulp in complexe gezinssituaties)
€ 47,40
€ 65,40
€ 93,00
uur
uur
uur
Begeleiding groep licht / Ondersteuning maatschappelijke deelname
Begeleiding groep midden, bijdrage bovenop ouderbijdrage
Begeleiding groep midden / Ondersteuning maatschappelijke deelname
Begeleiding groep zwaar/ Ondersteuning maatschappelijke deelname
€ 47,67
€ 32,79
€ 59,59
€ 95,34
dagdeel
dagdeel
dagdeel
dagdee
Vervoer algemeen
Rolstoelvervoer
Vervoer maatwerk
€ 9,83
€ 23,72
Maatwerk
dag
dag
Behandeling Regulier (Basis jGGZ) (ad € 107,40 per uur)
Behandeling specifiek J&O
Behandeling Specialistische J&O en KmB (inzet WO plus BIG-geregistreerd
Behandeling specialistisch
(ad € 123,60 per uur)
€ 1,79
€ 107,40
€ 113,40
€ 2,06
minuut
uur
uur
minuut
Deeltijd Pleegzorg
Reguliere pleegzorg, inclusief netwerkpleegzorg
Logeren / kortdurend verblijf
Gezinshuis licht
Gezinshuis regulier
Woongroep
Residentiële behandeling, incl deeltijd residentieel
Zelfstandigheidstraining
€ 46,60
€ 46,60
€ 178,76
€ 148,97
€ 166,86
€ 238,35
€ 295,56
€ 195,45
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
etmaal
Crisis hulp ambulant
Crisis (netwerk) pleegzorg
Crisis Residentiële crisiszorg
€ 251,47
€ 64,16
€ 408,78
etmaal
etmaal
etmaal
De hoogte van het pgb voor:
1Een hulpmiddel, vervoersvoorziening, of woonvoorziening wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening indien deze in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;
2Diensten (jeugdhulp, individuele begeleiding, maatschappelijke deelname, kortdurend verblijf en, huishoudelijke ondersteuning) bedraagt maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners, te weten € 22,98 per uur, dagdeel of etmaal tot maximaal als de ondersteuning wordt geleverd door iemand vanuit het sociale netwerk of een niet-professionele aanbieder.
3Een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan voor op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning een tegemoetkoming van € 141,00 per kalendermaand worden betaald, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen.