Gemeentelijke regelgeving

Integraal handhavingsbeleid 2023 Gemeente Hilvarenbeek

Gemeente Hilvarenbeek · geldt sinds 1 januari 2023

Aanhef

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 17 januari 2023

1. Inleiding

1.1 Wat is handhaving?

Aan het maken van wet en regelgeving ligt de veronderstelling ten grondslag dat degenen voor wie de overheid de regels stelt, zich ook aan die regels houden. Dit blijkt echter geen vanzelfsprekendheid. Vrijwel iedereen heeft weleens een rood voetgangerslicht genegeerd, terwijl toch algemeen bekend is dat de Wegenverkeerswet dit verbiedt. Foutief parkeren, bouwen zonder of in afwijking van de vereiste vergunning en het negeren van de sluitingstijden zijn een aantal andere voorbeelden van overtredingen die in de praktijk geen uitzondering vormen. Blijkbaar zijn er dus ook andere factoren dan de inhoud van wet- en regelgeving die het door rechtsregels bestreken gedrag van mensen bepalen. Te denken valt aan de pakkans, de zwaarte van een mogelijke sanctie, de acceptatie van de inhoud van een wettelijke regel, de (on)duidelijkheid van de regel en niet te vergeten het voordeel dat overtreders kunnen behalen met het handelen in strijd met de wet. Het gaat er dus om dat er niet alleen regels worden gesteld, maar dat er tevens voor wordt gezorgd dat de regels ook worden nageleefd. Het doen naleven van de regels heet handhaven. Dat de handhaving van regels van groot (maatschappelijk) belang is, blijkt wel uit de rampen die zich hebben voorgedaan in bijvoorbeeld Moerdijk en bij het instorten van de parkeergarage in Eindhoven. Het houden van toezicht en het handhaven van overtredingen is om die reden onmisbaar voor de effectiviteit (naleving) van de wet en regelgeving. Een gebrek aan toezicht en handhaving kan er immers toe leiden dat zowel de geloofwaardigheid van regels, als de legitimiteit van het openbaar bestuur worden aangetast.

1.2 Aanleiding

Op grond van het Besluit omgevingsrecht bestaat er een verplichting tot het vaststellen van het handhavingsbeleid en moet in dit beleid gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld en welke activiteiten worden uitgevoerd om deze doelen te bereiken (art. 7.2 lid 1).

Daarnaast bestaat op grond van dit besluit de verplichting om het handhavingsbeleid minstens eenmaal per jaar te evalueren en zo nodig aan te passen (art. 7.7 lid 2). Hieronder valt ook de afstemming met en op het handhavingsbeleid van andere betrokken bestuursorganen en de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. Andere verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien zijn:

•dat het handhavingsbeleid gebaseerd moet zijn op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de wet en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegde gezag is (art. 7.2 lid 2);

•dat er inzicht moet worden gegeven in de prioriteitenstelling en de uitvoeringsmethodiek (art. 7.2 lid 3);

•dat er inzicht moet worden gegeven in de strategie die wordt gehanteerd met betrekking tot de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend, de rapportage van de bevindingen van dit toezicht en het vervolg dat daaraan wordt gegeven, de wijze waarop bestuurlijke sancties en de daarin opgenomen termijnen worden gehanteerd, de onderlinge afstemming van de strafrechtelijke handhaving en de wijze waarop wordt omgegaan met overtredingen, die door of in naam van het eigen bestuursorgaan of door andere organen behorende tot de overheid, zijn begaan (art. 7.2 lid 4).

•om in het handhavingsbeleid tevens inzicht te geven in de afspraken die zijn gemaakt (samenwerking en afstemming) met de andere betrokken bestuursorganen en de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden (art. 7.2 lid 5).

•dat het college van burgemeester en wethouders het handhavingsbeleid bekend maakt aan de gemeenteraad (art. 7.2 lid 6).

1.3 Doel nota

De gemeente Hilvarenbeek streeft naar een veilige samenleving. Om deze doelstelling te realiseren is het dus niet alleen van belang om regels te stellen, maar vooral ook om erop toe te zien en ervoor te zorgen dat die regels worden nageleefd. Op grond van het hiervoor gestelde kent de gemeente Hilvarenbeek een behoorlijk belang toe aan het houden van toezicht op de regels, alsook aan een adequate en rechtvaardige handhaving van de regels. De onderliggende nota bevat de voorgestelde beleidsdoelen op het gebied van toezicht en handhaving. Hiermee wordt zoals gezegd getracht om een veilige en leefbare samenleving te creëren en de belangrijkste handhavingsthema’s integraal en programmatisch aan te pakken en hiervoor de juiste prioriteiten te bepalen. Verder wordt inzicht gegeven in de wijze van handhaving waarmee transparantie wordt beoogd. Zoals hiervoor reeds opgemerkt wordt het beleid normaal gesproken voor een periode van vier jaar vastgesteld, maar vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb in juli 2023 en de verwachte wijzigingen ten aanzien van toezicht en handhaving wordt vanaf het kalenderjaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van de Omgevingswet nieuw beleid gehanteerd. Door middel van de onderliggende nota wil de gemeente komen tot een transparante, effectieve en efficiënte inzet van de beschikbare middelen. Door kennis te nemen van deze nota is het voor een ieder mogelijk om inzicht te krijgen in de wijze waarop de gemeente haar middelen inzet om naleving van de regels te bereiken en/of te bevorderen.

Onderliggende nota schept duidelijkheid over wat de burgers van de gemeente mogen verwachten ten aanzien van toezicht op en handhaving van wetten en regels in de fysieke leefomgeving, en wat de gemeente van haar burgers en ondernemers verwacht. De gemeente houdt toezicht en handhaaft waar nodig. De burgers en ondernemers verwachten in dit opzicht bescherming en daadkracht van de overheid. In algemene zin richt de grootste kritiek van burgers en ondernemers zich op inconsequent gedrag en slecht voorbeeldgedrag van de gemeente. Anderzijds hebben burgers en ondernemers ook hun eigen verantwoordelijkheid waar het gaat om de naleving van wetten en andere regelgeving. Dit aspect verdient extra aandacht, omdat de neiging bestaat om de overheid overal verantwoordelijk voor te stellen. Reden temeer voor de gemeente om toezicht- en handhavingsbeleid vast te stellen waardoor een gestructureerde, consequente en transparante aanpak in toezicht en handhaving daadwerkelijk wordt bewerkstelligd. Dit is ook een vereiste voor de rechtmatigheidtoetsing van bestuurlijke handhaving door de rechter. Daarnaast draagt dit bij tot een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering op het taakveld van toezicht en handhaving. De gemeente Hilvarenbeek realiseert zich dat het een veilige en duurzame samenleving, waar naleving van de regels de norm is, nooit alleen kan realiseren. De samenleving zelf blijft een eigen verantwoordelijkheid houden als het gaat om naleving van de regels.

Het gemeentebestuur van de gemeente Hilvarenbeek nodigt met de vaststelling van deze nota de samenleving dan ook nadrukkelijk uit om gezamenlijk werk te maken van een veilige samenleving.

Deze nota is afgestemd met de relevante partners. Het handhavingsbeleid is de basis voor een programmatische en cyclische uitvoering van de toezicht- en handhavingstaken in de vorm van een jaarlijks terugkerend uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, waarbij het college rekening houdt met de vastgestelde prioriteiten. Elk jaar wordt het uitvoeringsprogramma geëvalueerd en indien nodig worden doelen en prioriteiten bijgesteld.

1.4 Reikwijdte

Deze notitie heeft betrekking op toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Hierbij te denken aan toezicht en handhaving op het gebied van bouwen, milieu en ruimtelijk gebruik. Maar ook openbare orde regelgeving uit de Algemene Plaatselijke Verordening valt (nog) onder de reikwijdte van dit plan. In dit plan worden de taken beschreven die uitgevoerd worden door medewerkers van het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving. Handhavingstaken op het gebied van bijvoorbeeld belastingen en kinderopvang maken geen onderdeel uit van deze nota.

1.5 De gemeente Hilvarenbeek

De gemeente Hilvarenbeek bestaat uit een zestal kernen en een omvangrijk buitengebied. De gemeente telt in totaal circa 16.000 inwoners en heeft een oppervlakte van 97 km². De grootste kern, Hilvarenbeek, heeft circa 8.000 inwoners en kent een historisch centrum (omgeving Vrijthof) dat is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Naast de hoofdkernen Hilvarenbeek en Diessen kent de gemeente de kernen Esbeek, Biest-Houtakker, Haghorst en Baarschot, die het karakter hebben van een buurtschap. Het buitengebied wordt gekenmerkt door agrarische bedrijven en de landgoederen 'De Utrecht', 'Gorp en Rovert' en 'Groenendael'. Het buitengebied is onderdeel van 'De Hilver', waar een aantal jaren terug een ruilverkavelingsproces heeft plaatsgevonden op grond waarvan het een blijvende gedaanteverandering heeft ondergaan. Verder is de aanwezigheid van het recreatie- en safaripark de Beekse Bergen kenmerkend voor de gemeente.

1.5.1 Ruimtelijke ordening

Ruimtelijke ordening is van groot belang voor de inrichting van de gemeente. De gemeente kent diverse bestemmingsplannen. In het kader van de nieuwe Omgevingswet, die later in deze nota toegelicht wordt, is het van belang dat alle plannen met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden geactualiseerd en worden opgenomen in omgevingsplannen.

1.5.2 Milieu en natuur

Het beleidsveld milieu kan onderscheiden worden in de inrichting gebonden en de niet-inrichting gebonden milieutaak. Voor wat betreft de inrichting gebonden milieutaak kent de gemeente Hilvarenbeek een groot aantal meldings- of vergunningsplichtige inrichtingen. Hiervan is het overgrote deel agrarisch van aard. De inrichtingen zijn ingedeeld in typen. Afhankelijk van onder andere de aard van de inrichting, de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, de omgeving en het naleefgedrag wordt een inrichting tot een van de typen gerekend. Aan de hand van het type inrichting en de eventuele risico’s die aanwezig zijn binnen een inrichting, wordt een controlefrequentie bepaald en de planning van de reguliere controles vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met de prioriteitstelling van de gemeente. De gemeente Hilvarenbeek acht het van groot belang dat er adequaat op wordt toegezien zodat de overlast van de agrarische bedrijven tot een minimum wordt beperkt en zij voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Het is tevens van belang dat klachten, met name over geluid en geur, worden voorkomen dan wel beperkt. Dit speerpunt wordt later in deze nota verder besproken. Bij de niet-inrichting gebonden milieutaak gaat het om zaken als (zwerf-)afval, geluidsoverlast, bodembedreigende activiteiten, asbest en andere zaken, die geen directe relatie hebben met een inrichting. Kenmerkend voor niet-inrichting gebonden milieutaken, is dat deze van te voren moeilijk zijn in te plannen. De aanleiding voor handhavend optreden komt meestal voort uit klachten en meldingen.

De natuurregelgeving neemt een steeds belangrijkere plaats in bij ontwikkelingen waarbij de gemeente een rol heeft. Met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet Natuurbescherming is de gemeente in een aantal situaties zelfs het bevoegd gezag voor vergunningverlening en handhaving op het gebied van de natuurregelgeving. De gemeentelijke handhavingstaken zijn hiervoor direct gekoppeld aan andere taken zoals bouwen, slopen of milieu. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal gewerkt worden met milieubelastende activiteiten. Dat kan betekenen dat binnen 1 bedrijf sprake is van meerdere milieubelastende activiteiten waarop wordt toegezien. Dat kan betekenen dat binnen 1 bedrijf zowel een vergunningsplicht als meldingsplicht van toepassing is, waarop separaat moet worden gecontroleerd.

1.5.3 Bouwen en gebruik

Een belangrijke handhavingstaak is weggelegd ten aanzien van bouwen en strijdig gebruik op grond van bestemmingsplannen. Ten aanzien van bouwen is onder andere de volgende wet en regelgeving relevant:

•de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,

•het Besluit omgevingsrecht,

•de Woningwet,

•het Bouwbesluit 2012

•de Wet op de ruimtelijke ordening

•en de bestemmingsplannen.

Deze uitgebreide regelgeving dient ervoor te zorgen dat bouwwerken, alsmede sloopwerken (werkzaamheden), voldoende veilig zijn, geen gevaar voor de volksgezondheid opleveren en passen binnen de redelijke eisen van welstand. Daarnaast bevatten de bestemmingsplannen bepalingen die bijvoorbeeld de situering en het gebruik van bouwwerken en percelen reguleren.

Naast het toezicht op nieuwe bouwwerken bestaat er tevens een taak tot toezicht op bestaande bouwwerken. Toezicht op bestaande bouw bestaat voornamelijk uit constateringen van gebreken of constructieve onvolkomenheden die vanaf buiten waarneembaar zijn. Indien dergelijke gebreken of onvolkomenheden (zullen gaan) lijden tot een gevaarlijke situatie voor de omgeving en de gebruikers van die omgeving zal worden ingegrepen. Het belang van deze taak is als gevolg van de regelgeving omtrent vergunningsvrij bouwen toegenomen. Het betekent namelijk dat de gemeente in veel gevallen niet meer (vooraf) wordt geïnformeerd, waardoor eventuele gebreken of constructieve onvolkomenheden pas na de realisatie van het bouwwerk zichtbaar worden. De gevolgen van invoering van WKB zullen naar verwachting groot zijn voor team VTH. Immers, veel van de bouwtaken zullen in de toekomst door een private partij worden uitgevoerd en de beoordelingstaken (bouwmeldingen) zullen door medewerkers van team VTH worden uitgevoerd.

1.5.4 Openbare orde en veiligheid

De gemeente Hilvarenbeek kan als een relatief veilige gemeente worden beschouwd. Om deze kwalificatie te behouden neemt veiligheid op de politieke agenda een voorname plaats in. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de bedrijventerreinen en het buitengebied. Het afgelegen karakter van deze gebieden en beperkt toezicht kan bijvoorbeeld een aantrekkende werking hebben. De nabijheid van enkele stedelijke gebieden, vormt hierbij een extra bedreiging voor de veiligheid in deze streek. Bijzondere aandachtspunten voor de gemeente zijn de veiligheid van het buitengebied en de bedrijventerreinen, woning- en auto-inbraken, de illegale hennepteelt, de productie van XTC en het dumpen van XTC-afval. Daarnaast is er aandacht voor de overlast van groepen of individuen.

Binnen het vastgestelde het Integraal Veiligheidsplan 2022-2023 worden de volgende prioriteiten weergegeven:

•Ondermijnende criminaliteit

•Zorg en Veiligheid

•Digitale Veiligheid

•Evenementenveiligheid

•Brandveilig leven

Deze hebben een directe relatie met het handhavingsbeleid. In dit handhavingsbeleid wordt dan ook zoveel mogelijk gezocht naar afstemmingsmogelijkheden met integrale veiligheid.

2. Beleidsinstrumenten

2.1 Toezicht en handhaving

Zoals in de inleiding al werd aangegeven is handhaving, simpel gezegd, niets anders dan het doen naleven van de regels. Om het naleefgedrag te verbeteren houdt de gemeente toezicht en treedt het waar nodig handhavend op.

Toezicht houdt in: het verzamelen van informatie om na te gaan of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. Het toezicht is gericht op burgers, ondernemers en instellingen.

Handhaving houdt in het zo nodig afdwingen van de naleving van door de overheid gestelde regels.

Beginselplicht tot handhaving

Wanneer een toezichthouder constateert dat er sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift (bijvoorbeeld strijdig gebruik van gronden of bouwwerken, bouwen zonder vergunning), dan heeft het bevoegde bestuursorgaan, vanwege het algemeen belang dat is gediend met handhaving, de beginselplicht om handhavend op te treden. De mogelijkheid bestaat dat het bestuursorgaan ambtshalve uit eigen beweging overgaat tot handhaving of dat er een handhavingstraject wordt opgestart naar aanleiding van een klacht of een verzoek tot handhaving.

Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren handhavend op te treden. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Toezicht

Als de overheid regels stelt moet zij daarop ook toezien. De gemeente is voor veel regels, waaronder de Wabo, het bevoegde gezag. Dit betekent dat de gemeente dus ook toezicht uit moet oefenen op veel verschillende regels.

De handhaving start altijd met het uitvoeren van een controle. Uit de controle blijkt of er al dan niet conform de regels wordt gehandeld. Wanneer er een overtreding wordt geconstateerd zal overeenkomstig de beginselplicht in de regel een sanctietraject in gang worden gezet. Voor het kiezen van de interventie wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) gevolgd.

In het bestuursrechtelijke traject moet de overtreder in de gelegenheid worden gesteld om de overtreding zelf te beëindigen. Hiertoe wordt aan de overtreder een begunstigingstermijn verleend. Deze begunstigingstermijn moet redelijk zijn en wordt tevens bepaald op basis van de aard en ernst van de overtreding. In sommige gevallen mag of moet er zelfs worden afgezien van het geven van een begunstigingstermijn. Te denken valt hierbij aan overtredingen van zeer ernstige aard en/of waarbij sprake is van acuut gevaar of een acute bedreiging van het milieu.

In uitzonderlijke gevallen is het zelfs mogelijk om bestuursrechtelijk op te treden zonder dat eerst een overtreding is geconstateerd. In dit geval wordt gesproken van preventief handhaven.

Preventief handhaven is alleen toegestaan wanneer redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zonder ingrijpen een overtreding van wet en regelgeving zal plaatsvinden. Er moet dan sprake zijn van een “klaarblijkelijk gevaar” dat op zeer korte termijn een overtreding zal ontstaan.

2.2 Aanwijzing en bevoegdheden toezichthouders

Ten behoeve van de toezichthoudende taak kunnen op grond van art. 5.10 (lid3) van de Wabo jo. artikel 5:11 Awb ambtenaren aangewezen worden. In afdeling 5.2 Awb worden aan de toezichthoudende ambtenaren onder andere de volgende bevoegdheden toegekend:

•Het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen zonder toestemming (artikel 5:15 Awb);

•Het vorderen van inlichtingen (artikel 5:16 Awb);

•Het inzien en kopiëren van zakelijke gegevens en bescheiden (artikel 5:17 Awb);

•Het onderzoeken van zaken, aan opneming onderwerpen en daarvan monsters nemen (artikel 5:18 Awb);

•Het onderzoeken van vervoermiddelen en hun lading (artikel 5:19 Awb).

Overeenkomstig artikel 5:20 Awb is een ieder verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Indien iemand niet meewerkt in het kader van toezicht is er sprake van een strafbaar feit.

2.3 Het handhavingsinstrumentarium

Het bevoegd gezag heeft op grond van de Awb en de Wabo diverse handhavingsinstrumenten. Daarnaast heeft de gemeente als bevoegd gezag ook alternatieve instrumenten tot haar beschikking. In deze paragraaf worden de verschillende handhavingsinstrumenten nader toegelicht.

3. Beleidscyclus

3.1 Dubbele regelkring

Handhaving is een dynamisch proces, waarbij vanuit die dynamiek moet worden bezien of de achtergrond en de kaders, gevormd door het beleid, nog van toepassing zijn. Het gaat er niet alleen om dat de gestelde doelen worden gevolgd en wordt nagegaan of deze ook zijn gehaald, maar ook om het volgen van het beleid zelf. Het is immers mogelijk dat het beleid aanpassing behoeft. Als een bepaalde methodiek of strategie niet goed of onvoldoende blijkt te werken, zal een andere moeten worden gekozen en zal het beleid hierop (moeten) worden aangepast.

Om handhaving gestructureerd plaats te laten vinden is het van belang om het strategisch beleid goed aan te laten sluiten bij de uitvoering. De koppeling tussen dit strategisch beleid en de uitvoering kan worden weergegeven aan de hand van onderstaand schema van de handhavingsbeleids-cyclus.

Deze beleidscyclus wordt ook wel de dubbele regelkring of “big eight” genoemd. De verschillende stappen, die hierin zijn terug te vinden, moeten elk zelf in een document zijn neergelegd en zijn uitgewerkt. Zij vormen samen het beleid (bovenste kring) en het uitvoeringsprogramma (onderste kring) en kennen als gemeenschappelijke deler het programma en de organisatie. In de volgende paragraaf wordt een korte beschrijving gegeven van de verschillende stappen uit de cyclus.

3.2 Stappen

In de beleidscyclus worden de volgende stappen onderscheiden:

•Prioriteiten en doelen

Het programma en de organisatie vormen het middelpunt van dit stroomschema. Voordat de stroming op gang kan komen, moet eerst helder zijn waar de prioriteiten liggen en wat de te bereiken doelstellingen zijn. In hoofdstuk 5 en 6 zijn de doelstellingen geformuleerd.

•Strategie

Om het gewenste resultaat te bereiken, wordt een strategie bepaald, die neergelegd is in dit integrale handhavingsbeleid.

•Programma en organisatie

Uit de gekozen strategie volgt een programma, waarin de jaarlijkse aanpak wordt vermeld. Het programma wordt jaarlijks door het college vastgesteld, rekening houdende met de uitgangspunten van het beleid. Het college brengt het programma ter kennis van de gemeenteraad. Naast het programma staat de organisatie. De organisatie bestaat uit mensen, die zich met handhaving bezig houden. Daarbij gaat het om de mensen die het beleid opstellen en vaststellen en de mensen, die handhavingsacties uitvoeren. Programma en organisatie moeten op elkaar zijn afgestemd, wil het resultaat zo optimaal mogelijk zijn.

•Werkwijze

Het programma moet natuurlijk ook worden uitgevoerd. Voordat hieraan wordt toegekomen, moet de werkwijze helder zijn om te komen tot die uitvoering. Deze moet voor iedereen duidelijk en transparant zijn. Daarom wordt de werkwijze vastgelegd is protocollen en werkmethodes.

•Uitvoering

Het programma wordt in de loop van het jaar door de organisatie uitgevoerd volgens de vastgelegde werkwijze. Hiervoor wordt het jaarlijkse handhavingsuitvoeringsprogramma uitgevoerd.

•Monitoring

Om uiteindelijk te kunnen beoordelen of de gestelde doelen zijn gehaald en wat hiervoor nodig is geweest, moet de uitvoering worden gevolgd (monitoring). Hiermee wordt inzicht verkregen in hoe het verloop van de handhavingsacties is, welke resultaten worden geboekt en in welke mate de doelen worden bereikt. Voor zover daartoe aanleiding is, kan het programma tussentijds worden bijgesteld. Hierover wordt jaarlijks aan de gemeenteraad gerapporteerd.

•Evaluatie

Aan het einde van de eerste cyclus wordt het hele proces geëvalueerd. Daarbij is de belangrijkste vraag: “zijn de gestelde doelen gehaald?”.

Verder is het belangrijk om onder meer te weten wat goed is gegaan, wat minder goed of fout is gegaan, wat beter zou kunnen en of het mogelijk is om efficiënter te werken. Een mogelijke uitkomst van de evaluatie is dat een deel van de prioriteiten en doelen moeten worden bijgesteld. Dit kan ook gevolgen hebben voor de te kiezen strategie, hetgeen zijn weerslag kan hebben op het nieuwe programma en de organisatie. Het nieuwe programma zal weer moeten worden uitgevoerd en zo begint de volgende cyclus.

4. Probleem/ Risicoanalyse

4.1 Algemeen

Iedere handhavingsorganisatie is wettelijk verplicht om aan de hand van een risicoanalyse prioriteiten voor handhaving vast te stellen. De vastgestelde prioriteiten zijn vervolgens weer de grondslag voor de programmatische handhaving, waarin wordt bepaald welke middelen voor welke handhavingstaken worden ingezet. In het handhavingsbeleid worden de handhavingsprioriteiten voor de komende periode vastgesteld. De handhavingsprioriteiten worden na elke beleidsperiode geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Door deze periodieke check wordt geborgd dat de beschikbare capaciteit daar wordt ingezet waar deze het meest noodzakelijk zijn.

4.2 Systematiek

Voor het vaststellen van prioriteiten is een model gehanteerd, te weten het programmatisch handhaven. Kern van deze systematiek is dat risico’s worden vastgesteld door handhavingstaken en onderwerpen te beoordelen op de kans op regelovertreding en de ongewenste effecten aan de hand van de formule: risico = kans x effect. Hierbij neemt het risico toe naarmate het belang van regelnaleving en de kans op regelovertreding groter wordt. In totaal worden een zestal mogelijke negatieve effecten onderscheiden, die kunnen optreden als regels worden overtreden:

•Fysieke veiligheid (letsel, al dan niet dodelijk);

•Kwaliteit van het maatschappelijk leven (waaronder gevoelens van onveiligheid);

•Financieel-economische schade;

•Verlies van of schade aan natuurschoon (vermindering biodiversiteit);

•Schade aan de (volks)gezondheid, anders dan fysiek letsel;

•Schade aan het bestuurlijke of gemeentelijke imago.

De kans op regelovertreding wordt berekend op basis van de verwachte overtredingskans, zonder enige handhavingsinspanning. Hoe groter de spontane naleving is, des te kleiner de overtredingskans is en des te kleiner de handhavingsbehoefte wordt. De kans voor regelovertreding wordt bepaald aan de hand van:

•Expertervaring;

•De Tafel van Elf* ;

•Klachtenpatronen uit het verleden

*De tafel van Elf betreft een theoretisch model op basis waarvan een inschatting gemaakt kan worden van spontane regelnaleving.

Het risico wordt bepaald door het gemiddelde effect te vermenigvuldigen met de kans op regelovertreding. Zowel het negatief effect als de kans op regelovertreding is daarbij berekend op basis van een schaal van 0 t/m 5. Handhavingstaken kunnen zodoende een maximale score van 25 en een minimale score van 0 krijgen.

4.3 Probleemanalyse

Om tot een volledig overzicht te komen van de meest relevante taken en thema’s bij toezicht en handhaving en de problemen die niet handhaven op deze taken/thema’s kunnen opleveren, is op basis van de klachten van de afgelopen periode, de evaluatie van het vorige handhavingsbeleid en de bestuurlijke wensen een overzicht gecreëerd van de problemen die op het gebied van toezicht en handhaving aan de orde zijn. Hieruit is een overzicht met potentiële problemen met de daarbij behorende taken en thema’s opgesteld. Dit overzicht is vervolgens onderworpen aan een risico analyse die hierna verder wordt toegelicht. Van daaruit is bepaald welke prioriteit bepaalde taken en thema’s krijgen bij de uitvoering van toezicht en handhaving. In hoofdstuk 6 van deze nota zijn de problemen per taak/thema weergegeven en zijn daaraan doelstellingen gekoppeld om deze problemen te voorkomen dan wel de ongewenste effecten zoveel mogelijk te beperken.

4.4 Relevante thema’s

Drie belangrijkste thema’s die aparte toelichting verdienen en die veel aandacht hebben gekregen in de vorige beleidsperiode, betreffen de controle bij veehouderijen, evenementen en de handhaving op recreatieverblijven. Deze zullen hieronder kort worden toegelicht.

Controle bij veehouderijen

De omgevingsdienst Midden- en West-Brabant voert toezicht en handhaving uit met betrekking tot de veehouderijen. Daarbij richten zij zich op verschillende facetten van het milieu, zoals geluid- en geurhinder. De controles worden gecontinueerd.

C-evenementen

Tijdens C-evenementen is continu handhaving beschikbaar / aanwezig. Hierbij wordt – in samenwerking met de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant – gecontroleerd op geluiduitstoot. Daarnaast worden de andere vergunningsvoorschriften gehandhaafd.

Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging

Naar verwachting zullen de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging in 2023 in werking treden. In 2022 zijn de processen voor wat betreft toezicht en handhaving WKB uitgewerkt. In 2023 zullen deze verder geïmplementeerd worden. Dan krijgen we ook een beter beeld van de gevolgen voor de werkzaamheden binnen toezicht en handhaving.

Permanente bewoning recreatieverblijven

Toezicht en handhaving bij recreatieparken is een onderwerp wat al enkele jaren aandacht heeft van het bestuur van Hilvarenbeek. De afgelopen periode is inzichtelijk gemaakt welke recreatiewoningen worden gebruikt ten behoeve van permanente bewoning. Een aantal zaken is gelegaliseerd. Er rest echter nog een aantal zaken die niet voor legalisering in aanmerking komen. Deze vormen van illegale bewoning dienen zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Naast het illegale wonen op recreatieparken spelen er nog meer zaken die niet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving. Hierbij een overzicht van een aantal zaken:

•Brandonveilige situaties (door niet gekeurde verblijven, illegale aan- uitbouwen, gasflessen e.d.)

•Criminaliteit (hennepkweek, mensenhandel etc.)

•Overlast (alcoholmisbruik, geluidsoverlast etc.)

•Uitkeringsfraude

Er is een pilot gestart waarbij de hierboven genoemde onderwerpen op recreatiepark Kempenbos en Duc de Brabant nader zijn onderzocht. Naar aanleiding daarvan zijn revitaliseringsafspraken gemaakt om een recreatiepark te creëren dat kwalitatief op orde is. De aankomende periode zal de uitwerking daarvan nader uitgevoerd worden. Verder worden de controles en de daarmee gepaarde handhaving op deze parken gecontinueerd om permanente bewoning tegen te gaan.

Naast bovengenoemde thema’s is in bijlage E een overzicht opgenomen van de relevante problemen die zijn toegepast bij de risico-inventarisatie.

4.5 Prioriteiten/Risicoanalyse

In onderstaande tabel zijn de risico’s van de verschillende handhavingstaken/thema’s, zoals die zijn bepaald met de geschetste analysesystematiek, aangegeven. Hierbij moet worden opgemerkt dat de berekende score niet alles zegt over de prioritering van de handhavingstaak. Het bestuur stelt, naar aanleiding van de uitgevoerde risicoanalyse, de prioriteiten vast. Het bestuur kan daarbij natuurlijk meer zaken dan alleen de risico’s van regelovertreding meewegen. Als voorbeeld kan het volgende dienen: als het bestuur de gemeente verder toeristisch wil ontwikkelen kan dit een hoge prioriteit krijgen, zonder dat hieraan hoge risico’s zijn verbonden. De resultaten van de risicoanalyse en een toelichting hierop zijn in bijlage E weergegeven. Aan de hand van de risicoanalyse zijn door het bestuur prioriteitenlijst vastgesteld.

Activiteit

risico

prioriteit

OOV/ Milieu: XTC-dumpingen

18,3

prioriteit 1

Milieu: sloopmelding (asbest)

15,8

prioriteit 1

OOV/ BWT: Drugsproductie / hennepkwekerijen

12

prioriteit 1

OOV/ Milieu: Evenementen C

11,33

prioriteit 1

Milieu(keten): Bouwstoffen / grond / bodem

11,33

prioriteit 1

BWT: Verbouw/sloop (gemeentelijk monument)

11,33

prioriteit 1

BWT Bijzondere projecten (grote projecten)

10,67

prioriteit 1

BWT Illegaal bouwen (gebiedstoezicht)

10,67

prioriteit 1

Milieu: Bedrijven type: D/ BRZO+

10,5

prioriteit 1

BWT; Omgevingsvergunning brandveilig gebruik

10,5

prioriteit 1

BWT: Bewoning van recreatieverblijven

10

prioriteit 1

BWT: Bedrijven agrarisch regulier

10

prioriteit 1

BWT: Maatschappelijk economisch (publiekstoegankelijke gebouwen)

10

prioriteit 1

OOV: Aanpak / ondermijning criminaliteit

10

prioriteit 1

OOV: Horeca / alcoholgebruik

9,333

prioriteit 2

BWT: Vergunningsvrij bouwen

9,333

prioriteit 2

OOV/Milieu: Evenementen B

8,667

prioriteit 2

OOV: Bruikbaarheid van de weg (APV)

8,67

prioriteit 2

OOV/Milieu: Wildcrossen

8,333

prioriteit 2

Milieu: Bedrijven C

7,5

prioriteit 2

OOV/ Milieu: Zwerfafval/illegaal afval

7,333

prioriteit 2

BWT: Huisvesting arbeidsmigranten

6,5

prioriteit 2

BWT: Bedrijven industrie / kantoor regulier Utiliteitsbouw

6,5

prioriteit 2

RO: Strijdig gebruik RO / milieu nieuw

6,5

prioriteit 2

Milieu/BWT: Vuurwerkopslag

5,333

prioriteit 2

OOV: Kleine ergernissen

6

prioriteit 3

OOV: Parkeren / verkeersoverlast

6

prioriteit 3

BWT: Sloopmelding (regulier)

6

prioriteit 3

BWT: Reclame

6

prioriteit 3

BWT: Nieuwbouw

5,5

prioriteit 3

BWT: Seriematig

5,5

prioriteit 3

Milieu/BWT: Vuurwerkopslag

5,333

prioriteit 2

RO: Strijdig gebruik RO / milieu bestaand

5

prioriteit 3

Milieu: Geluid(overlast)

4,5

prioriteit 3

OOV: Uitwegvergunning

4

prioriteit 3

RO: Tijdelijke omgevingsvergunningen RO

3,333

prioriteit 3

Milieu Bedrijven type B

3,333

prioriteit 3

BWT/RO: Bewoning van bedrijfsgebouwen

3

prioriteit 3

OOV: Kapvergunning /kappen

7,5

prioriteit 2

RO: Strijdig gebruik RO / milieu nieuw

6,5

prioriteit 3

RO: Aanlegvergunningen

2,667

prioriteit 4

BWT: Bestaande bouw

2,333

prioriteit 4

OOV/Milieu: Stoken

2

prioriteit 4

OOV/Milieu: Diftar / aanbieden afvalinzameling

2

prioriteit 4

Milieu: Bedrijven type A

2

prioriteit 4

OOV: Nachtrecreatie

1,167

prioriteit 4

OOV: Evenementen A

1

prioriteit 4

OOV: Markten

1

prioriteit 4

BWT: Verbouw

6

prioriteit 4

De betekenis van de prioriteiten is als volgt:

Prioriteit 1:

Taken met prioriteit 1 hebben een groot effect en een grote kans op overtreding. Deze taken worden in beginsel altijd uitgevoerd. Dit betekent dat de capaciteit wordt ingezet die nodig is om deze taken uit te voeren.

Prioriteit 2:

Taken met prioriteit 2 hebben een groot effect en een relatief kleine kans op overtreding. Taken met prioriteit 2 worden zoveel mogelijk uitgevoerd. De capaciteit die hiervoor nodig is wordt zoveel mogelijk vrij gemaakt.

Prioriteit 3:

Taken met prioriteit 3 hebben een relatief klein effect en een grote kans op overtreding. Deze taken worden uitgevoerd als hiervoor capaciteit beschikbaar is. Als er capaciteitstekort ontstaat wordt capaciteit gezocht door deze taken niet of minder uit te voeren. Er wordt echter naar gestreefd om tenminste 50% van de noodzakelijke taken uit te voeren.

Prioriteit 4:

Taken met prioriteit 4 hebben een relatief klein effect en een kleine kans op overtreding. Deze taken worden alleen uitgevoerd als hiervoor capaciteit beschikbaar is. Als er capaciteitstekort ontstaat wordt capaciteit gezocht door deze taken niet of minder uit te voeren. Bij deze taken wordt zoveel mogelijk gewerkt met een “meldsysteem”.

Taken met een lagere prioriteit kunnen worden uitgevoerd door het te combineren met taken van een hogere prioriteit. Hierdoor kunnen zonder veel extra capaciteitsinzet toch veel taken worden uitgevoerd en relevante thema’s worden aangepakt.

5. Doelstellingen en uitgangspunten

5.1 Algemene doelstellingen

Het meest in het oog springende algemene handhavingsdoel is preventie. Preventie is voorkomen dat er problemen ontstaan door van tevoren in te grijpen en voorlichting te geven. Door middel van preventie worden de volgende algemene doelstellingen nagestreefd:

•Waarborgen veiligheid

Het voorkomen van (dodelijke) slachtoffers op de korte en langere termijn. Oftewel: zorgen dat bouwwerken voldoen aan constructieve en brandveiligheidseisen en dat voorschriften met betrekking tot gebruik of opslag van gevaarlijke stoffen, en potentieel gevaarlijke handelingen of situaties, in acht worden genomen.

•Waarborgen gezondheid

Het voorkomen van (dodelijke) slachtoffers op de langere termijn. Oftewel: zorgen dat gebouwen aan gezondheidsvoorschriften voldoen en voorschriften met betrekking tot gebruik of opslag van gevaarlijke stoffen in acht worden genomen. Daarnaast dat voorschriften, bijvoorbeeld van evenementen en milieu-inrichtingen worden nageleefd.

•Het voorkomen en/of beperken van overlast

Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van aantasting van de kwaliteit van de woon, werk- en leefomgeving. Oftewel: zorgen dat bouwvoorschriften (hoogte, situering) en voorschriften met betrekking tot geluid, geur en openbare orde in acht worden genomen. Het geheel voorkomen van hinder zou overigens van een te hoog ambitieniveau getuigen en zou te kort doen aan de vele ondernemers binnen de gemeente die voldoen aan de geldende voorschriften, maar toch hinder kunnen veroorzaken.

•Het voorkomen van rechtsongelijkheid

Zelfs zonder dat de woon- , werk- en leefomgeving direct wordt aangetast, is het noodzakelijk voor een ieder gelijke rechten te hanteren. Oftewel: zorgen dat voor iedereen gelijke regels gelden en deze regels op gelijke wijze worden gehandhaafd.

•Herstel op kosten van de wetsovertreder

In geval van een last onder bestuursdwang zal de gemeente op kosten van de overtreder de onrechtmatige situatie (laten) herstellen. Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt een financiële prikkel gegeven met als doel de overtreding te doen beëindigen. De kosten van bestuursdwang en verbeurde dwangsommen worden altijd geïnd.

De hiervoor genoemde doelstellingen sluiten aan bij de speerpunten van het veiligheidsbeleid.

Deze doelstellingen komen terug in de risicoanalyse zoals die in hoofdstuk 4 is beschreven. Daarmee streeft de gemeente Hilvarenbeek ernaar om vooral op die taken capaciteit in te zetten, waarbij deze doelen het meest aan de orde zijn.

5.2 Beleidsdoelstellingen

Het belangrijkste doel dat de gemeente Hilvarenbeek wil bereiken is het verbeteren van het naleefgedrag in de gemeente. Om deze hoofddoelstelling te bereiken worden per handhavingstaak doelstellingen geformuleerd, waarbij tevens de huidige stand van zaken wordt aangegeven en welke acties nodig zijn om de doelstellingen te bereiken. Voor alle handhavingstaken geldt dat voor het uitvoeringsniveau wordt aangehaakt bij het beschreven adequate niveau (zie bijlage C). De in deze paragraaf geformuleerde doelstellingen zullen uiteindelijk moeten leiden tot een afname van het aantal overtredingen.

6. Taakuitvoering

6.1 Inleiding

De gemeente heeft een groot aantal toezicht- en handhavingstaken. In dit hoofdstuk worden de verschillende taakgebieden besproken. Hierbij is per taakgebied aangeven wat hierin de doelstelling voor de komende periode is en wat hierbij als adequaat niveau wordt gezien. Dit wordt afgezet tegen de huidige situatie.

6.2 Uitgangspunten

Bij het nastreven van de beschreven algemene en beleidsdoelstellingen worden de volgende uitgangspunten in acht genomen.

•Handhavingsbeleid is collegebeleid

Het college van burgemeester en wethouders stelt periodiek het handhavingsbeleid, met de daarin opgenomen doelen en prioriteiten, vast. Om na te kunnen gaan of het vastgestelde beleid door het college van burgemeester en wethouders op een adequate manier wordt uitgevoerd en/of om indien nodig te kunnen bijsturen, wordt jaarlijks via een jaarrapportage verantwoording afgelegd.

•Zorg voor goede en handhaafbare regelgeving

Aan handhaving gaat regelgeving vooraf. Het is daarom van belang dat bestemmingsplannen, verordeningen, vergunningen en ontheffingen actueel en duidelijk zijn. Het handhaven van niet actuele en/of onduidelijke regels is erg lastig, tijdsintensief en in veel gevallen niet effectief. Voor een effectieve en efficiënte handhaving moeten regels zodanig worden geformuleerd dat deze uitvoerbaar en handhaafbaar. Om dit te kunnen bereiken zal er integraal gedacht en gewerkt moeten worden tussen de verschillende disciplines.

•Scheiding vergunningverlening en handhaving

Uitgangspunt is een strikte scheiding van vergunningverlening en handhaving op persoonsniveau. Deze scheiding op persoonsniveau houdt in dat een persoon met betrekking tot een zaak geen combinatiefunctie mag vervullen in de zin van handhaving en vergunningverlening. Een medewerker die heeft meegewerkt aan de vergunningverlening, mag zich – ook niet in het kader van het zogenaamde vierogen principe - vervolgens niet bezighouden met de handhavingsprocedure die voortkomt uit het niet voldoen aan deze vergunning. Door deze scheiding te borgen worden conflicterende belangen of de schijn hiervan voorkomen.

•Eigen verantwoordelijkheid samenleving

Uitgangspunt is dat burgers en bedrijven ook zelf een verantwoordelijkheid hebben als het gaat om de naleving van wet en regelgeving. Niet voor niets wordt een ieder geacht de wet te kennen en zich er aan te houden. Ten aanzien van de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven is voor de gemeente een ondersteunende en voorlichtende taak weggelegd. Het initiatief ligt echter voor een groot gedeelte bij de burger en bedrijven zelf. Bij de inzet van handhavingsinstrumenten vormt de eigen verantwoordelijkheid van de burger het uitgangspunt. Dit betekent dat waar het mogelijk en verantwoord is, er gekozen wordt voor het opleggen van een last onder dwangsom, in plaats van een last onder bestuursdwang.

Naast de hierboven nader uitgewerkte uitgangspunten worden ook de volgende uitgangspunten in acht genomen:

•Programmatisch: er wordt gehandhaafd volgens een opgesteld programma;

•Cyclisch: handhaving vindt plaats via consequente uitvoering van samenhangende procestappen;

•Resultaatgericht: het uiteindelijke resultaat is bepalend;

•Integraal: er vindt zowel interne als externe afstemming plaats. Daarnaast is van belang dat verschillende handhavingstaken –thema’s zoveel mogelijk integraal worden opgepakt;

•Proactief: er wordt niet alleen reagerend gehandeld, maar ook anticiperend;

•Klantgericht: er wordt in duidelijke taal met de burger gecommuniceerd;

•Deskundig: de handhavers bezitten afdoende kennis van zaken;

•Onwillekeurig: gelijke gevallen, worden zoveel mogelijk gelijk behandeld;

•Betrouwbaar: er wordt geen misbruik gemaakt van bevoegdheden;

•Transparant: het handhavingsproces is helder en voor iedereen te begrijpen.

6.3 Toezicht ruimtelijke regelgeving

6.3.4 Doelstelling voor de komende periode

6.4 Milieutoezicht

6.4.4 Doelstelling voor de komende periode

6.5 Bouwtoezicht

6.5.4 Doelstelling voor de komende periode

6.6 Toezicht bestaande gebouwen

6.6.4 Doelstelling voor de komende periode

6.7 Toezicht Openbare Orde en Veiligheid (o.a. evenementen en festiviteiten)

6.7.4 Doelstelling voor de komende periode

6.8 Integrale handhaving

6.8.4 Doelstelling voor de komende periode

6.9 Bestuursrechtelijke handhaving

7. Strategie en werkwijze

7.1 Nalevingsstrategie

Het handhavingsbeleid dient op grond van het bepaalde in artikel 7.2 lid 4 van het Bor en artikel 10.3 van de Regeling omgevingsrecht (Mor) in samenhang met de procescriteria voor VTH-kwaliteit onder meer inzicht te geven in de gehanteerde strategie en werkwijze. Dit inzicht wordt in de onderhavige beleidsnota gegeven in de nalevingsstrategie. De nalevingsstrategie omvat alles wat nodig is om te komen tot verbetering van de naleving van wet en regelgeving. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan het klassieke bestuursrechtelijke handhavingsinstrumentarium, maar ook aan middelen zoals voorlichting en samenwerking(preventie). De nalevingsstrategie vormt daarmee een verzamelvat voor alle aspecten die ingezet kunnen worden om de naleving van wet en regelgeving te verbeteren.

Hierbij moet gedacht worden aan:

•de toezichtstrategie,

•de handhaving- en sanctiestrategie,

•de gedoogstrategie en

•de overig in te zetten middelen.

Bij de handhaving wordt gewerkt overeenkomstig de Landelijke Handhavingsstrategie. In de volgende paragrafen zullen de diverse strategieën, werkwijzen en overige in te zetten middelen worden besproken.

7.2 Toezichtstrategie

Een toezichtstrategie geeft aan welke activiteiten worden ondernomen om te zien of wet en regelgeving worden nageleefd. Illegale activiteiten zijn vaak moeilijk systematisch op te sporen. Het is daarom noodzakelijk om programmatisch en risicogericht controles te blijven uitvoeren. Daarnaast is het nodig om capaciteit te reserveren voor steekproefsgewijze controles en surveillance. De gemeente Hilvarenbeek voert zoveel mogelijk controles integraal uit. Integraal wil zeggen dat tijdens het bezoek aandacht wordt besteed aan alle relevante wetgeving. Dit zal daar waar mogelijk door één toezichthouder worden uitgevoerd. In complexere gevallen zal een team van toezichthouders/specialisten worden samengesteld. Het streven is wel om het aantal toezichthouders in een team tot een minimum te beperken. Bij de planning van het toezicht wordt de prioritering zoals volgt uit de risicoanalyse als uitgangspunt gehanteerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.

Er is een aantal verschillende handhavingstaken waarop de toezichtstrategie van toepassing is. Deze taken zijn:

•Toezicht op verleende vergunningen en meldingen;

•Objectgebonden toezicht;

•Gebiedsgericht toezicht / toezicht buitengebied;

•Controle op illegale activiteiten;

•Verzoeken tot handhaving;

•Klachten en meldingen;

•Projecten.

Bij het integraal toezicht worden drie levensfasen van een object onderkend, te weten de realisatie- of bouwfase, de gebruiksfase en de sloopfase.

7.2.8 Uitvoering en rapportage van toezicht

7.3 Landelijke Handhavingsstrategie

Het college van Hilvarenbeek heeft besloten de LHSO vast te stellen en te hanteren als uitvoeringskader bij toezicht en handhaving. De inmiddels vastgestelde LHSO is in plaats getreden van de voormalige Brabantse Handhavingsstrategie. Door de LHSO vast te stellen verplichten wij onszelf om te werken overeenkomstig deze strategieën. De OMWB dient ook te werken conform de strategie. Vaststelling van de LHSO draagt bij aan de uitgesproken wens van alle betrokkenen om de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren. Dit omwille van een ‘gelijk speelveld' voor natuurlijke of rechtspersonen voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. En ook omwille van een maatschappij die ervan uit mag gaan dat handhavers zodanig optreden dat haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. De bestuurlijke risico’s bij een niet adequate handhaving van overtredingen zijn groot. Het werken conform de LHSO geeft een duidelijk kader en borgt daarmee de rechtsgelijkheid. Een beschrijving van de LHSO en daarbij behorende lijst van instrumenten is opgenomen in Bijlage C.

7.4 Gedoogstrategie

Het uitgangspunt van de gemeente Hilvarenbeek is dat regels nageleefd moeten worden. Wanneer niet adequaat tegen regelovertreding wordt opgetreden, bestaat immers het gevaar dat regels minder rechtszeker worden door het risico op precedentwerking. Het systematisch achterwege laten van handhavend optreden heeft om die reden het onwenselijke effect dat de geloofwaardigheid en de legitimiteit van de overheid wordt aangetast. Toch komen er in de praktijk situaties voor waarbij het niet wenselijk is om handhavend op te treden en zelfs situaties waarin zelfs van handhaving behoort te worden afgezien. Wanneer tegen een overtreding niet wordt opgetreden, wordt deze gedoogd.

Met het oog op de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid heeft het college beleidsregels voor het gedogen vastgesteld. Deze beleidsregels sluiten aan bij de gedoogkaders die landelijk geldend zijn. Korts geschetst, wordt slechts tot gedogen overgegaan indien:

•het gedogen verantwoord is uit oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving;

•er concreet zicht op legalisatie van de te gedogen activiteit bestaat;

•er sprake is van een overmachtsituatie of van bijzondere omstandigheden.

In bijlage D is de regeling gedogen gemeente Hilvarenbeek toegevoegd inclusief de bijbehorende Memorie van Toelichting.

7.5 Handhaving bij overtredingen door de eigen of andere overheid

Het komt voor dat er overtredingen worden begaan door de gemeente als rechterpersoon of andere overheidsinstanties. Hilvarenbeek maakt geen onderscheid tussen derden, de eigen rechtspersoon of andere overheden. Wij handelen in alle gevallen overeenkomstig de vastgestelde LHSO en de daarin genoemde interventiemethodes. In de praktijk zal een vorm van aanspreken/ informeren worden gehanteerd, dat in de praktijk direct tot resultaat en het ongedaan maken van de overtreding leidt. Het belangrijkste doel is uiteindelijk om overtredingen te voorkomen of, indien zij toch zijn ontstaan, deze direct ongedaan te maken.

7.6 Afstemming en samenwerking

Voor een effectieve en efficiënte handhaving is interne en externe samenwerking en afstemming erg belangrijk. Door dit goed te regelen kan gewaarborgd worden dat er op een heldere en uniforme wijze wordt gehandhaafd.

8. Uitvoering

8.1 Inbedding in de organisatie

In onderstaand organogram is de organisatiestructuur van de gemeente Hilvarenbeek weergegeven. In het organogram zijn tevens anders organisatieonderdelen weergegeven die een directe relatie hebben met handhaving. Hierbij de denken aan team Ruimtelijke Ontwikkeling en Vergunningen (ROV), Buitendienst etc. Indien een overtreding wordt geconstateerd door de vakinhoudelijke afdeling dan verzorgt het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving de eerste aanschrijving. Andere afdelingen en teams binnen de gemeentelijke organisatie vervullen wel een oog- en oorfunctie voor wat betreft het constateren van overtredingen.

Vergunningverlening is ondergebracht in de afdeling Ruimte, team ROV. Op deze wijze wordt een strikte scheiding tussen vergunningverlening en handhaving op persoonsniveau geborgd. Deze scheiding op persoonsniveau houdt in dat een persoon met betrekking tot een zaak geen combinatiefunctie mag vervullen in de zin van handhaving en vergunningverlening. Een medewerker die heeft meegewerkt aan de vergunningverlening, mag zich vervolgens niet bezighouden met de handhavingsprocedure die voortkomt uit het niet voldoen aan deze vergunning.

8.1.3 Buitengewoon opsporingsambtenaren

8.2 Programmatisch /risicogericht handhaven

Vanwege de grote hoeveelheid aan wetten en regels die kunnen worden gehandhaafd en de beperkte capaciteit die beschikbaar is voor handhaving, is het nodig om een programma te maken voor de uitvoering van de handhavingstaken. Door het maken van dit programma kan het bestuur vooraf en weloverwogen bepalen waar de prioriteiten liggen bij de handhaving. Het doel van het maken van een handhavingsprogramma is dat de handhaving niet door incidenten wordt bepaald, maar dat bewuste afwegingen worden gemaakt op welke terreinen handhaving het meest gewenst is. Om deze afwegingen te kunnen maken, maakt het bestuur eerst een inventarisatie van alle handhavingstaken. Vervolgens bepaalt het bestuur door een risicoanalyse op welke handhavings-thema’s de risico’s, in het geval van het niet naleven van de regels door burger en ondernemer het grootst zijn. Op basis van deze risicoanalyse stelt het bestuur vast op welke terreinen handhaving prioriteit krijgt.

Vervolgens worden voor deze prioriteiten de handhavingsinstrumenten bepaald die het meest bijdragen aan het vergroten van het naleefgedrag van de doelgroep. Op basis van deze uitgangspunten gaan de handhavers aan de slag. Achteraf toetst het bestuur of de beoogde prestaties zijn geleverd en of de handhavingsinspanningen het gewenste effect opleveren hetgeen tot bijstelling kan leiden van de gestelde prioriteiten.

8.3 Ondersteunende systemen

De gemeente Hilvarenbeek beschikt ter ondersteuning van de uitvoering van handhaving over het pakket OVX van het bedrijf Centric. Dit pakket bestaat bijvoorbeeld uit het programma BWT (bouwhandhaving). Echter, op korte termijn zullen wij overgaan op een geheel nieuw systeem voor de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. De OMWB werkt daarnaast met eigen systemen met betrekking tot de milieutaken. Voor het opstellen van de controleverslagen wordt gewerkt met het systeem “Digitale checklisten” en met het bijgevoegde format voor de analoge verslagen.

8.4 Uitvoeringsprotocollen

Ten behoeve van een standaardisering van werkprocessen is verplicht gesteld om ten behoeve van de uitvoering van handhaving protocollen vast te stellen. Onder andere dient iedere handhavingsorganisatie te beschikken over protocollen voor:

•het uitvoeren van een controle;

•communicatie en informatie-uitwisseling;

•informatiebeheer;

•interne en externe afstemming;

•het afhandelen van klacht en meldingen.

De betreffende protocollen zijn opgenomen in bijlage A en worden met deze nota bestuurlijk vastgesteld.

Daarnaast zijn in deze notitie tevens de volgende protocollen opgenomen:

•het toepassen van de landelijke handhavingsstrategie en de daarbij behorende sanctiestrategie (bijlage B en C);

•het toepassen van de gedoogstrategie (bijlage D).

Omdat de protocollen een dynamisch karakter kennen, kunnen ze desgewenst en indien noodzakelijk tussentijds (tijdens de looptijd van deze beleidsnota) worden aangepast.

9. Beleidsevaluatie

9.1 Monitoring & registratie

Monitoring heeft betrekking op het systematisch en periodiek meten van dezelfde parameters of indicatoren. Monitoring vereist dat ten behoeve van handhavingstaken doelstellingen worden gesteld. Het is vereist dat er monitoring plaatsvindt op de doelstellingen die zijn gesteld voor de verschillende handhavingstaken. Als typen doelstellingen kunnen onderscheiden worden:

•inputdoelstellingen;

•prestatiedoelstellingen;

•naleefdoelstellingen;

•milieudoelstellingen.

De eerste twee doelstellingen zeggen iets over de organisatie zelf: de inzet, in termen van mensuren en middelen, en de geleverde prestaties, in termen van uitgevoerde controles of opgelegde sancties. De laatste twee zeggen iets over de beleidseffectiviteit van handhaving op de doelgroep, in termen van naleefgedrag, of op bijvoorbeeld het milieu, in termen van milieueffecten. Afhankelijk van het type handhavingstaak en de mate van nauwkeurigheid waarop de handhavingstaak is omschreven, kunnen hieraan de doelstellingen worden gekoppeld. Daarbij geldt dat des te nauwkeuriger de handhavingstaak is omschreven des te nauwkeuriger doelstellingen geformuleerd kunnen worden. In het verlengde gaat dan tevens op dat naarmate doelstellingen nauwkeuriger zijn geformuleerd, dit ook doorwerkt in de

De registratie van de aantallen uitgevoerde controles door de individuele medewerkers en door eventuele externe bureaus, geschiedt via de registratiesystemen, Digitale Checklisten en OneGOV. Uiteindelijk worden de individuele registraties verwerkt in één digitaal bestand, dat gebruikt wordt voor verantwoording en rapportage richting het management en het bestuur. Registratie van de bestede uren te bespreken in combinatie met de werkzaamheden geven inzicht in de benodigde capaciteit.

9.2 Planning & Control

Al aan het begin van deze nota is vermeld dat het onmogelijk is om alle gemeentelijke handhavingstaken volledig uit te voeren en er daarom keuzes moeten worden gemaakt. Het hebben van een juiste planning en programmering is daarom onontbeerlijk voor een adequate aanpak van handhaving. In de planning wordt inzichtelijk welke handhavingstaken worden uitgevoerd met de beschikbare capaciteit. Ten behoeve van een goede planning dient de organisatie te beschikken over goede kengetallen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat het handhavingsprogramma geen statisch document wordt. Gedurende het lopende jaar dient adequaat ingespeeld te kunnen worden op nieuwe of onverwachte ontwikkelingen. Naast een goed instrument ten behoeve van planning dient de organisatie tevens te beschikken over een geschikt instrument voor de controlefunctie. Thans wordt hierin voorzien door het in paragraaf 9.1 beschreven systeem voor monitoring. Middels deze systematiek is het mogelijk om periodiek inzicht te verkrijgen in de voortgang van het programma.

9.3 Kwaliteitsborging

Naast de borging van de voortgang van het programma dient er eveneens een (interne) kwaliteitsborging plaats te vinden van de wijze waarop handhavers hun werkzaamheden uitvoeren. Om deze kwaliteit te borgen zijn de reeds eerdere genoemde uitvoeringsprotocollen opgesteld (zie bijlage A). Daarnaast is het van belang om het kennisniveau van de werknemers op peil te houden of te brengen. Hiertoe kan het voor de organisatie wenselijk en/of noodzakelijk zijn om werknemers cursussen, seminars of opleidingen te laten volgen. Ook kunnen er van de werknemer uit wensen zijn om cursussen of opleidingen te volgen in het kader van de persoonlijke ontwikkeling. Om hier invulling aan te kunnen geven, vinden er jaarlijks met iedere werknemer een resultaat- en ontwikkelgesprek plaats. Op basis van het gesprek kan een Persoonlijk Ontwikkeling Plan (POP) worden opgesteld. Voor deze plannen worden jaarlijks middelen ter beschikking gesteld waarmee de gestelde doelen in het POP gerealiseerd kunnen worden.

9.4 Rapportage & verantwoording

De bovengenoemde instrumenten monitoring & registratie en planning & control vormen belangrijke hulpmiddelen bij de verantwoording van de doelstellingen en de daarvoor ingezette middelen. De documenten die geschreven worden ten behoeve van de begrotingscyclus zijn bij uitstek de plek om in deze verantwoording te voorzien. Jaarlijks wordt daarnaast een evaluatieverslag opgesteld met daarin een cijfermatige weergave van de werkzaamheden in een eerder jaar. Daarnaast wordt bekeken welke van de voorgenomen doelstelling op dat moment zijn behaald.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.