Aanhef
De burgemeester van de gemeente Bergen,
gelet op:
-artikel 4:81, eerste lid en artikel 4:83, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht;
-artikel 2:78 van de Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023;
overwegende:
dat in de Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023 (hierna: Apv) de grondslag is opgenomen voor het opleggen van een gebiedsontzegging aan personen in verband met het verstoren van de openbare orde of veiligheid;
dat overlast in de openbare ruimte voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door personen wiens gedrag zich als volgt laat kenschetsen: samenscholen, intimiderend groepsgedrag, handel in drugs, openlijk drugsgebruik, geweldpleging, doelloos ophouden, belemmeren van de vrije doorgang, schreeuwen, urineren, onvoorspelbare agressiviteit en het op een andere manier lastigvallen van bewoners en bezoekers. Dit gedrag brengt bij bewoners en bezoekers reële en concrete gevoelens van onveiligheid teweeg en laat zich naar blijkt niet veranderen door politieoptreden op basis van strafrechtelijke bepalingen of de Apv;
dat daarom in artikel 2:78, eerste lid, van de Apv is bepaald dat de burgemeester bevoegd is om in het belang van de openbare orde of veiligheid aan personen die de openbare orde of veiligheid verstoren, een verbod op te leggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen (gebiedsontzegging);
dat in deze beleidsregels de burgemeester bepaalt hoe hij of de door hem gemandateerde ambtenaren van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2:78, eerste lid, van de Apv gebruik maken;
dat het Driehoeksoverleg als bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012 op 25 juni 2024 kennis heeft genomen van de manier waarop de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt uitgeoefend en met de omschrijvingen van overtredingen die tot een gebiedsontzegging kunnen leiden;
dat het opleggen van een gebiedsontzegging niet inhoudt dat er geen strafrechtelijke vervolging door de officier van justitie plaatsvindt tegen de strafbare feiten;
besluit:
vast te stellen de navolgende Beleidsregels gebiedsontzegging Bergen 2024;
Artikel 1 Gebiedsontzegging
1De gedragingen waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd, zijn opgenomen in artikel 9.
2Voordat een gebiedsontzegging wordt opgelegd, ontvangt de betrokkene die zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan een gedraging als genoemd in artikel 9, een schriftelijke waarschuwing. De waarschuwing wordt één keer gegeven. De waarschuwing en het bekendmaken daarvan worden door de politie en het team Toezicht, Handhaving en Veiligheid vastgelegd in hun registratiesystemen.
3Het gebied waarvoor de waarschuwing of gebiedsontzegging geldt wordt bij de waarschuwing of het besluit aangegeven.
4Afhankelijk van de ernst van de in artikel 9 opgenomen feiten of de combinatie daarvan kan van een waarschuwing worden afgezien.
5In afwijking van het tweede lid kan de burgemeester bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak direct een gebiedsontzegging voor de duur van 12 weken opleggen. Onder agressie en geweld wordt verstaan: lichamelijke en verbale geweldplegingen, belaging, intimidatie of bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met het uitvoeren van de publieke taak (wel of niet door of gepaard gaande met beschadiging van goederen). Functionarissen met een publieke taak zijn onder andere politieambtenaren, ambulancepersoneel, brandweerpersoneel en medewerkers van gemeentelijke diensten.
6Als ten aanzien van de betrokkenen binnen één jaar na de waarschuwing voor de tweede maal een gedraging als bedoel in artikel 9 wordt geconstateerd, dan wordt een verbod als bedoeld in artikel 2:78, eerste lid, van de Apv opgelegd. Bij het overtreden van het verbod wordt een proces-verbaal op grond van artikel 2:78, tweede lid, opgemaakt in samenhang gelezen met artikel 6:1 van de Apv.
7De betrokkene die zich binnen 6 maanden na het opleggen van een gebiedsontzegging in hetzelfde gebied voor een volgende maal schuldig maakt aan een gedraging als genoemd in artikel 9 wordt, op grond van artikel 2, tweede lid, een verbod opgelegd als bedoeld in artikel 2:78, eerste lid, van de Apv. Bij het overtreden van het verbod wordt een proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 2:78, tweede lid, in samenhang gelezen met artikel 6:1 van de Algemene plaatselijke verordening.
Artikel 2 Duur van de gebiedsontzegging
1In de onderstaande tabel is de duur van de op te leggen gebiedsontzegging opgenomen:
Constatering
Tijdvak
Tweede constatering
Ten hoogste twee weken
Derde constatering
Ten hoogste vier weken
Vierde constatering
Ten hoogste acht weken
Vijfde constatering en volgende constateringen
Ten hoogste twaalf weken
2Afhankelijk van de ernst van de in artikel 9 opgenomen feiten of de combinatie daarvan kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.
3Als een gebiedsontzegging wordt bekendgemaakt terwijl al een gebiedsontzegging geldt, dan gaat de termijn van de nieuwe gebiedsontzegging in na afloop van de eerder opgelegde gebiedsontzegging.
Artikel 3 Waarschuwen.
Tot het maken en bekendmaken van de waarschuwing zijn bevoegd:
a.de ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid en onder d, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
b.de buitengewoon opsporingsambtenaren van het team Toezicht, Handhaving en Veiligheid.
Artikel 4 Gebiedsontzegging tot en met twee weken.
Tot het maken en bekendmaken van een gebiedsontzegging voor de duur van maximaal twee weken namens de burgemeester – één en ander in overeenstemming met het Mandaatbesluit gebiedsontzegging Bergen 2024– zijn bevoegd:
a.de ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid en onder d, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
Artikel 5 Gebiedsontzegging vanaf vier weken
Een gebiedsontzegging met een duur van ten hoogste vier, acht of twaalf weken, wordt door de burgemeester opgelegd.
Artikel 6 Zienswijze
1De betrokkene aan wie een voornemen tot een gebiedsontzegging wordt opgelegd, kan binnen drie dagen na het bekendmaken daarvan een zienswijze indienen bij de burgemeester.
2De betrokkene aan wie een voornemen tot een gebiedsontzegging in persoon wordt uitgereikt, wordt direct gewezen op de mogelijkheid om mondeling een zienswijze kenbaar te maken. Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dan wordt de zienswijze in een proces-verbaal vastgelegd.
Artikel 7 Besluit
1Het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt door dan wel namens de burgemeester genomen en ondertekend.
2Het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging is gemotiveerd en bevat de volgende informatie:
a.De bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging;
b.De feiten (beschrijving van de gedragingen en de datum en locatie daarvan) die aanleiding geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging;
c.Eventuele eerdere waarschuwingen of gebiedsontzeggingen;
d.Eventueel kenbaar gemaakte zienswijze en de reactie daarop;
e.Verzenddatum en/of datum van uitreiking waarschuwingsbrief;
f.Voor welk gebied en voor welk tijdvak de gebiedsontzegging geldt;
g.Bezwaarmogelijkheid;
h.Kaart van het betreffende gebied als bijlage;
i.Overige feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn.
3Een gebiedsontzegging wordt in persoon door de politie aan de betrokkene uitgereikt.
Artikel 8 Zwaarwegende belangen
Als de betrokkene kan aantonen dat er een zwaarwegend belang is om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, dan wordt in de gebiedsontzegging een looproute opgenomen. Het is de betrokkene in dat geval alleen toegestaan om die locatie via de aangegeven looproute te bereiken. Het gaat hierbij om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, het bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstantie.
Artikel 9 Strafbare feiten en openbare verstorende handelingen
Bij het constateren van de volgende openbare orde verstorende handelingen of strafbare feiten kan in het belang van de openbare orde en veiligheid een gebiedsontzegging worden opgelegd:
Artikel 2:1 Apv
samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:41 Apv
betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:47 Apv
hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:47a Apv
messen en andere voorwerpen als wapen
Artikel 2:48 Apv
verboden drankgebruik
Artikel 2:48a Apv
verboden lachgasgebruik
Artikel 2:50 Apv
hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:65 Apv
bedelarij
Artikel 2:74 Apv
drugshandel op straat
Artikel 2:74a Apv
openlijk drugsgebruik
Artikel 3:19 Apv
straatprostitutie
Artikel 4:8 Apv
natuurlijke behoefte doen
Artikel 5.15 Apv
ventverbod
Artikel 2 Opiumwet
1Bij alleen het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet kan slechts een gebiedsontzegging worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast.
verkopen enz. van harddrugs
Artikel 3 Opiumwet
verkopen enz. van softdrugs
Artikel 131 Wetboek van Strafrecht
opruiing
Artikel 137c Wetboek van Strafrecht
belediging van groep mensen
Artikel 138 Wetboek van Strafrecht
huisvredebreuk
Artikel 141 Wetboek van Strafrecht
openlijke geweldpleging
Artikel 180 Wetboek van Strafrecht
wederspannigheid tegen een ambtenaar
Artikel 182 Wetboek van Strafrecht
ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging
Artikel 184 Wetboek van Strafrecht
negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Artikel 239 Wetboek van Strafrecht
schennis van de eerbaarheid
Artikel 246 Wetboek van Strafrecht
feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Artikel 267 Wetboek van Strafrecht
belediging van ambtenaar in functie
Artikel 285 Wetboek van Strafrecht
bedreiging
Artikel 300 Wetboek van Strafrecht
eenvoudige mishandeling
Artikel 301 Wetboek van Strafrecht
mishandeling met voorbedachten rade
Artikel 302 Wetboek van Strafrecht
zware mishandeling
Artikel 303 Wetboek van Strafrecht
zware mishandeling met voorbedachten rade
Artikel 306 Wetboek van Strafrecht
deelneming aan aanval of vechtpartij
Artikel 317 Wetboek van Strafrecht
afpersing
Artikel 318 Wetboek van Strafrecht
bedreiging
Artikel 350 Wetboek van Strafrecht
vernieling
Artikel 424 Wetboek van Strafrecht
straatschenderij
Artikel 426 Wetboek van Strafrecht
verkeersbelemmering in staat van dronkenschap
Artikel 431 Wetboek van Strafrecht
rumoer/burengerucht
Artikel 453 Wetboek van Strafrecht
openbare dronkenschap
Artikel 461 Wetboek van Strafrecht
verboden toegang onbevoegdheden
Artikel 13, 26 of 27 Wet wapens en munitie
vervaardigen, voorhanden hebben of dragen verboden wapens
De bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging houdt een beperking in van de bewegingsvrijheid van de betrokkene. Een juiste toepassing van de bevoegdheid moet daarom zijn gewaarborgd. Dit betekent dat bij het opleggen van de maatregel telkens moet worden voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Artikel 10 Overgangsrecht
Als binnen een termijn van zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregels één of meerdere gebiedsontzeggingen aan een persoon zijn opgelegd, dan is de duur van de volgende gebiedsontzeggingen afhankelijk van de langstdurende opgelegde gebiedsontzegging binnen die zes maanden.
Artikel 11 Slotbepalingen
1Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking daarvan.
2Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels gebiedsontzegging Bergen 2024.