Aanhef
De burgemeester van Alkmaar,
overweegt;
dat in de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Alkmaar (Apv) de grondslag voor het opleggen van een verblijfsontzegging aan personen in verband met het verstoren van de openbare orde of veiligheid is opgenomen;
dat overlast in de openbare ruimte voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door personen wiens gedrag zich als volgt laat kenschetsen: samenscholen, intimiderend groepsgedrag, handel in drugs, openlijk drugsgebruik, geweldpleging, doelloos ophouden in portieken van woningen, winkels of parkeergarages, belemmeren van de vrije doorgang, schreeuwen, urineren, gebruiken van de wijk als afwerkplek, onvoorspelbare agressiviteit en het op een andere manier lastigvallen van bewoners en passanten. Dit gedrag brengt bij bewoners en passanten reële en concrete gevoelens van onveiligheid teweeg en laat zich naar blijkt niet veranderen door politieoptreden op basis van strafrechtelijke bepalingen of de Apv;
dat daarom in artikel 2:2, eerste lid, van de Apv is bepaald dat de burgemeester bevoegd is om, in het belang van de openbare orde of veiligheid, aan personen die de openbare orde of veiligheid verstoren een verbod op te leggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen (verblijfsontzegging);
dat in deze beleidsregel de burgemeester bepaalt hoe zij of de door of namens haar gemandateerde ambtenaren van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, van de Apv gebruik maken;
dat het driehoeksoverleg als bedoeld in 13 van de Politiewet 2012 op 19 september 2022 heeft ingestemd met de manier waarop de bevoegdheid tot het opleggen van een verblijfsontzegging wordt uitgeoefend en met de omschrijvingen van overtredingen die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden;
dat het opleggen van een verblijfsontzegging niet inhoudt dat er geen strafrechtelijke vervolging door de officier van justitie plaatsvindt tegen de gepleegde strafbare feiten;
gelet op het bepaalde in artikel 2:2, vierde lid, van de Apv;
besluit:
Vast te stellen de navolgende beleidsregel verblijfsontzegging Alkmaar;
Beleidsregel verblijfsontzegging Alkmaar
Artikel 1 Verblijfsontzegging
1De gedragingen waarvoor een verblijfsontzegging binnen en buiten de aangewezen gebieden binnen de gemeente Alkmaar kan worden opgelegd, zijn opgenomen in artikel 8.
2Voordat een verblijfsontzegging wordt opgelegd, ontvangt de betrokkene die zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan een gedraging als genoemd in artikel 8, een schriftelijke waarschuwing. De waarschuwing wordt één keer gegeven en geldt alleen voor de aangewezen gebieden binnen de gemeente Alkmaar. De waarschuwing en het bekendmaken daarvan worden door de politie en de unit Veiligheid, team Handhaving vastgelegd in hun registratiesystemen.
3Afhankelijk van de ernst van de in artikel 8 opgenomen feiten of de combinatie daarvan kan van een waarschuwing worden afgezien.
4In afwijking van het tweede lid legt de burgemeester bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak direct een verblijfsontzegging voor de duur van 12 weken op. Deze verblijfsontzegging kan ook worden opgelegd voor een gebied buiten de aangewezen gebieden binnen de gemeente Alkmaar. Onder agressie en geweld wordt verstaan: lichamelijke en verbale geweldplegingen, belaging, intimidatie of bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met het uitvoeren van de publieke taak (wel of niet door of gepaard gaande met beschadiging van goederen). Functionarissen met een publieke taak zijn onder andere politieambtenaren, ambulancepersoneel, brandweerpersoneel en medewerkers van gemeentelijke diensten.
5Als ten aanzien van de betrokkene binnen één jaar na de waarschuwing voor de tweede maal een gedraging als bedoeld in artikel 8 wordt geconstateerd, dan wordt een verbod als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening opgelegd. Bij het overtreden van het verbod wordt een proces-verbaal op grond van artikel 2:2, tweede lid, in samenhang gelezen met artikel 5:1 van de Algemene plaatselijke verordening opgemaakt.
6De betrokkene die zich binnen zes maanden na het opleggen van een verblijfsontzegging in het zelfde gebied voor een volgende maal schuldig maakt aan een gedraging als genoemd in artikel 8 wordt, op grond van artikel 2, eerste lid, een verbod als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening opgelegd. Bij het overtreden van het verbod wordt een proces-verbaal op grond van artikel 2:2, tweede lid, in samenhang gelezen met artikel 5:1 van de Algemene plaatselijke verordening opgemaakt.
Artikel 2 Duur van de verblijfsontzegging
1In de onderstaande tabel is de duur van de op te leggen verblijfsontzegging opgenomen:
Constatering
Tijdvak
tweede constatering
ten hoogste twee weken
derde constatering
ten hoogste vier weken
vierde constatering
ten hoogste acht weken
vijfde constatering en volgende constateringen
ten hoogste twaalf weken
2Afhankelijk van de ernst van de in artikel 8 opgenomen feiten of de combinatie daarvan kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.
3Als een verblijfsontzegging wordt bekendgemaakt terwijl al een verblijfsontzegging geldt, dan gaat de termijn van de nieuwe verblijfsontzegging in na afloop van de eerder opgelegde verblijfsontzegging.
Artikel 3 Waarschuwen en verblijfsontzegging tot en met twee weken
Tot het maken en bekendmaken van de waarschuwing en ook het opleggen en bekendmaken van een verblijfsontzegging voor de duur van maximaal twee weken namens de burgemeester – één en ander in overeenstemming met het Mandaatbesluit verblijfsontzegging Alkmaar – zijn bevoegd:
a.de ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid en onder d, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
b.de buitengewoon opsporingsambtenaren van de unit Veiligheid, team Handhaving.
Artikel 4 Verblijfsontzegging vanaf vier weken
Een verblijfsontzegging met een duur van ten hoogste vier, acht of twaalf weken, wordt door de burgemeester opgelegd.
Artikel 5 Zienswijze
1De betrokkene aan wie een voornemen tot een verblijfsontzegging wordt opgelegd, kan binnen drie dagen na het bekendmaken daarvan een zienswijze indienen bij de burgemeester.
2De betrokkene aan wie een voornemen tot een verblijfsontzegging in persoon wordt uitgereikt, wordt direct gewezen op de mogelijkheid om mondeling een zienswijze kenbaar te maken. Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dan wordt de zienswijze in een proces-verbaal vastgelegd.
Artikel 6 Zwaarwegende belangen
Als de betrokkene kan aantonen dat er een zwaarwegend belang is om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, dan wordt in de verblijfsontzegging een looproute opgenomen. Het is de betrokkene in dat geval alleen toegestaan om die locatie via de aangegeven looproute te bereiken. Het gaat hierbij om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, het bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstantie.
Artikel 7 Informatieplicht
1De burgemeester informeert de driehoek bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012 door een jaarrapportage over het aantal uitgereikte verblijfsontzeggingen.
2De burgemeester informeert het openbaar ministerie en de politie over ingestelde rechtsmiddelen en de beslissing daarop.
Artikel 8 Strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen
Bij het constateren van de volgende openbare orde verstorende handelingen of strafbare feiten kan in het belang van de openbare orde en veiligheid een verblijfsontzegging worden opgelegd:
artikel 2:1 Algemene plaatselijke verordening (Apv)
samenscholing en ongeregeldheden
artikel 2:18 Apv
ordeverstoring
artikel 2:32 Apv
betreden gesloten woning, openbare inrichting of lokaal
artikel 2:36 Apv
hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen
artikel 2:37 Apv
verboden gebruik van drank
artikel 2:38 Apv
verboden gebruik lachgas
artikel 2:39 Apv
hinderlijk gedrag bij of in gebouwen en voor publiek toegankelijke ruimten
artikel 2:40 Apv
doen van natuurlijke behoefte
artikel 2:45 Apv
bedelarij
artikel 2:51 Apv
(drugs)handel en openlijk (drugs)gebruik
artikel 3:15 Apv
straatprostitutie
artikel 4:2 Apv
ventverbod
artikel 2 Opiumwet
1Bij alleen het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet kan slechts een verblijfsontzegging worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast.
verkopen enz. van harddrugs
artikel 3 Opiumwet
1Bij alleen het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet kan slechts een verblijfsontzegging worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast.
verkopen enz. van softdrugs
artikel 131 Wetboek van Strafrecht
opruiing
artikel 137c Wetboek van Strafrecht
belediging van groep mensen
artikel 138 Wetboek van Strafrecht
huisvredebreuk
artikel 141 Wetboek van Strafrecht
openlijke geweldpleging
artikel 180 Wetboek van Strafrecht
wederspannigheid tegen een ambtenaar
artikel 182 Wetboek van Strafrecht
ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging
artikel 184 Wetboek van Strafrecht
negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
artikel 239 Wetboek van Strafrecht
schennis van de eerbaarheid
artikel 246 Wetboek van Strafrecht
feitelijke aanranding van de eerbaarheid
artikel 267 Wetboek van Strafrecht
belediging van ambtenaar in functie
artikel 285 Wetboek van Strafrecht
bedreiging
artikel 300 Wetboek van Strafrecht
eenvoudige mishandeling
artikel 301 Wetboek van Strafrecht
mishandeling met voorbedachten rade
artikel 302 Wetboek van Strafrecht
zware mishandeling
artikel 303 Wetboek van Strafrecht
zware mishandeling met voordachten rade
artikel 306 Wetboek van Strafrecht
deelneming aan aanval of vechtpartij
artikel 317 Wetboek van Strafrecht
afpersing
artikel 318 Wetboek van Strafrecht
bedreiging
artikel 350 Wetboek van Strafrecht
vernieling
artikel 424 Wetboek van Strafrecht
straatschenderij
artikel 426 Wetboek van Strafrecht
verkeersbelemmering in staat van dronkenschap
artikel 431 Wetboek van Strafrecht
rumoer/burengerucht
artikel 453 Wetboek van Strafrecht
openbare dronkenschap
artikel 461 Wetboek van Strafrecht
verboden toegang onbevoegdheden
artikel 13, 26 of 27 Wet wapens en munitie
vervaardigen, voorhanden hebben of dragen verboden wapens
Artikel 9 Overgangsrecht
Als binnen een termijn van zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel één of meerdere verblijfsontzeggingen aan een persoon zijn opgelegd, dan is de duur van de volgende verblijfsontzeggingen afhankelijk van de langstdurende opgelegde verblijfsontzegging binnen die zes maanden.
Artikel 10 Slotbepalingen
1De Beleidsregel verblijfsontzegging Alkmaar, zoals het laatst gewijzigd bij besluit van 3 maart 2020, wordt ingetrokken.
2Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na het bekendmaken daarvan.
3Deze beleidsregel worden aangehaald als: Beleidsregel verblijfsontzegging Alkmaar.