Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945

WUV

Huidige tekst

Artikel 3 WUV

Geldt sinds 1 maart 2002

  1. 1

    Onder vervolgde wordt verstaan: a.de Nederlander, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 Nederlander zijnde dan wel Nederlands onderdaan in de zin van de toenmalige Wet van 10 februari 1910 ( Stb. 55), vervolging onderging; b.1. de Nederlander, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vreemdeling zijnde, vervolging onderging, indien hij sedert 9 mei 1940 tot aan het tijdstip van zijn naturalisatie onafgebroken in Nederland gevestigd is geweest; 2. de Nederlander, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vreemdeling zijnde, vervolging onderging, indien hij sedert 7 december 1941 tot het tijdstip van zijn naturalisatie onafgebroken in het voormalige Nederlands-Indië, in Indonesië of in het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea gevestigd is geweest, dan wel sedert 7 december 1941 onafgebroken in het voormalige Nederlands-Indië, in Indonesië of in het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea was gevestigd en aansluitend daaraan vóór 1 april 1964 in Nederland is gekomen of vóór genoemde datum een verzoek om toestemming tot vestiging in Nederland heeft ingediend, waarop gunstig is beslist, en sedert zijn aankomst tot aan het tijdstip van zijn naturalisatie onafgebroken hier te lande gevestigd is geweest. 3. de Nederlander, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vreemdeling zijnde, vervolging onderging, indien hij zich niet later dan 15 augustus 1955 in Nederland heeft gevestigd en tot de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, dan wel tot zijn overlijden onafgebroken in Nederland gevestigd is geweest; c.de vreemdeling, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vervolging onderging, indien hij sedert 9 mei 1940 onafgebroken in Nederland is gevestigd, dan wel tot zijn overlijden is geweest; d.1. de vreemdeling, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vervolging onderging, indien hij sedert 7 december 1941 tot zijn overlijden, mits dit plaats vond vóór 1 april 1964, onafgebroken in het voormalig Nederlands-Indië, in Indonesië of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, was gevestigd; 2. de vreemdeling, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vervolging onderging, indien hij sedert 7 december 1941 onafgebroken in het voormalig Nederlands-Indië, in Indonesië of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, was gevestigd en aansluitend daaraan vóór 1 april 1964 in Nederland is gekomen of vóór genoemde datum een verzoek om toestemming tot vestiging in Nederland heeft ingediend, waarop gunstig is beslist, en sedert zijn aankomst onafgebroken hier te lande gevestigd is, dan wel tot zijn overlijden is geweest; e.de vreemdeling, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 Nederlander zijnde vervolging onderging; f.de vreemdeling, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 Nederlands onderdaan zijnde in de zin van de Wet van 10 februari 1910 ( Stb. 55) vervolging onderging en nadien het Nederlanderschap heeft bezeten.

  2. 2

    De Raad kan de persoon die vervolging heeft ondergaan, maar niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, dan wel de persoon die voldoet aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, en tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 in omstandigheden verkeerde welke overeenkomst vertonen met vervolging, met de vervolgde gelijkstellen indien het niet toepassen van deze wet ten aanzien van deze persoon een klaarblijkelijke hardheid zou zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2015:1025Centrale Raad van Beroep, 2 april 2015 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing Wuv- en Wubo- aanvraag. 1) Wuv. Onvoldoende aanwijzingen zijn dat appellant vervolging in de zin van de Wuv heeft ondergaan. Geen gelijkstelling met vervolgde. Zoals door de Raad in…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM2320Centrale Raad van Beroep, 15 april 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing verzoek tot herziening van een eerdere aanvraag tot erkenning als vervolgde. Met nader besluit niet tegemoetgekomen. De in het bestreden besluit II vervatte weigering van verweerster om de…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BI2183Centrale Raad van Beroep, 16 april 2009 (socialezekerheidsrecht)

    1. Afwijzing aanvraag WUV. Het begrip vervolging uitleggen overeenkomstig de door de Duitse bezetter van Nederland - van wie immers de vervolging uitging - op dat punt vastgestelde regels. Uit die…

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BE9205Centrale Raad van Beroep, 7 augustus 2008 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag: weliswaar is betrokkene getroffen door oorlogsgeweld maar er is geen sprake van lichamelijk of psychisch letsel dat heeft geleid tot blijvende invaliditeit.

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BD2770Centrale Raad van Beroep, 22 mei 2008 (socialezekerheidsrecht)

    Omvang van medische advisering.

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BC2694Centrale Raad van Beroep, 17 januari 2008 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering betrokkene gelijk te stellen met vervolgde. Verplichting medisch onderzoek te doen.

  • ECLI:NL:CRVB:2007:BB8458Centrale Raad van Beroep, 8 november 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering gelijkstelling met de vervolgde, nu op basis van de causale psychische klachten geen grondslag bestaat voor een materiële toekenning

  • ECLI:NL:CRVB:2007:BA5294Centrale Raad van Beroep, 3 mei 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing tweede verzoek om herziening. Tweede generatie oorlogsslachtoffer?

30 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.