Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945

WUBO

Huidige tekst

Artikel 2 WUBO

Geldt sinds 1 maart 2002

  1. 1

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder burger-oorlogsslachtoffer verstaan: a.degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen bij met de krijgsverrichtingen direct verbonden handelingen of omstandigheden, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden; b.degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen door of in verband met handelingen of maatregelen welke door of namens de vijandelijke bezettende machten tegen hem werden gericht, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden; c.degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk letsel heeft opgelopen bij handelingen, welke door of namens de vijandelijke bezettende machten werden gericht tegen derden, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden; d.degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger op jeugdige leeftijd psychisch letsel heeft opgelopen door de confrontatie met doodslag, executie of zware mishandeling van derden, door of namens de vijandelijke bezettende macht, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden; e.degene, die in de na-oorlogse jaren als burger lichamelijk letsel heeft opgelopen bij het ontploffen van munitie of ander oorlogstuig afkomstig uit de oorlogsjaren 1940-1945, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden, tenzij het letsel is te wijten aan onvoorzichtigheid van de betrokkene; f.degene, die in de na-oorlogse jaren in het voormalige Nederlands-Indië als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen bij ongeregeldheden die zich nauw aansluitend aan de oorlog tot 27 december 1949 aldaar hebben voorgedaan en die naar aard en gevolgen vergelijkbaar zijn met de omstandigheden bedoeld onder a, b, c of d, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden.

  2. 2

    Indien het letsel, bedoeld in het eerste lid, niet duidelijk door andere oorzaken dan het oorlogsgeweld als bedoeld in het eerste lid is ontstaan, wordt dit geacht zijn oorzaak te hebben in het oorlogsgeweld, dan wel in omstandigheden daarmee verband houdende. Daarbij wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen het oorlogsgeweld en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2014:4175Centrale Raad van Beroep, 11 december 2014 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en als zodanig in aanmerking te worden gebracht voor onder meer een toeslag als bedoeld in artikel 19 van de…

  • ECLI:NL:CRVB:2014:2808Centrale Raad van Beroep, 21 augustus 2014 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en als zodanig in aanmerking te worden gebracht voor onder meer een periodieke uitkering. Ten aanzien van de…

  • ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1918Centrale Raad van Beroep, 21 februari 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en weigering WUBO-uitkering. In onvoldoende mate aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in de…

  • ECLI:NL:CRVB:2013:BY9383Centrale Raad van Beroep, 24 januari 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer omdat niet is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in de Wubo.

  • ECLI:NL:RBMAA:2011:BT6577Rechtbank Maastricht, 7 september 2011 (socialezekerheidsrecht)

    'Het CAK heeft betrokkene terecht niet in aanmerking gebrachtr voor vrijstelling van de eigen buijdrage voor zorg met verblijf omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BN2337Centrale Raad van Beroep, 8 juli 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad stelt vast dat het onderhavige verzoek om herziening er uitsluitend op is gericht om opnieuw een discussie te voeren…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BL3054Centrale Raad van Beroep, 28 januari 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering WUV- en WUBO-uitkering. Niet aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellant vervolging in de zin van de WUV heeft ondergaan. In onvoldoende mate aangetoond of aannemelijk gemaakt dat…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BI8020Centrale Raad van Beroep, 4 juni 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag voor erkenning als vervolgde in de zin van de WUV respectievelijk erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de WUBO. Op grond van de gedingstukken (...) heeft ook de…

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.