Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

SUWI

Huidige tekst

Artikel 1 SUWI

Geldt sinds 1 juli 2026

Algemene begrippen 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b.Raad voor werk en inkomen: de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 zoals dat luidde op 30 juni 2012; c.Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5; d.Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6; e.Nederlandse Arbeidsinspectie: de Nederlandse Arbeidsinspectie, voor zover belast met de taken, genoemd in hoofdstuk 7; f.Raad van bestuur: een Raad van bestuur als bedoeld in artikel 3; g.uitvoeringskosten: de kosten ten behoeve van de uitvoering van wetten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank; h.vervallen; i.werknemersverzekeringen: de verplichte verzekeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; j.volksverzekeringen: de verzekeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet langdurige zorg; k.werknemer: werknemer in de zin van de werknemersverzekeringen of een werknemer, artiest, beroepssporter, lid van een buitenlands gezelschap of een aangewezen andere natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964; l.uitkeringsgerechtigde: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van: 1°. de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of 2°. de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; m.het Bureau Informatiediensten Nederland: de als zodanig door Onze Minister aangewezen instelling die is belast met de coördinatie en dienstverlening ten behoeve van de gemeenten bij de verwerking van gegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van taken op het gebied van sociale zekerheid; n.doeltreffendheid: de mate waarin de doelstellingen van de bij of krachtens de wet gestelde regels werden bereikt; o.re-integratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert; p.burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; q.vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht; r.ondersteunende instantie: 1° een aanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1., eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; of 2° partijen, bestaande uit publieke instellingen, als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdeel f, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming en wordt onder verwerking, verwerkingsverantwoordelijke en verwerker verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, onderdelen 2, 7 en 8, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2007:AZ8783Hoge Raad, 24 april 2007 (strafrecht)

    De opvatting dat het opzet ook op het niet naleven van de in de bewezenverklaringen bedoelde wettelijke verplichtingen (in de ordeningswetgeving) dient te zijn gericht, is onjuist (HR NJ 1952, 314).…

  • ECLI:NL:PHR:2007:AZ8783Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2007 (strafrecht)

    De opvatting dat het opzet ook op het niet naleven van de in de bewezenverklaringen bedoelde wettelijke verplichtingen (in de ordeningswetgeving) dient te zijn gericht, is onjuist (HR NJ 1952, 314).…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:16599Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2023 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank is van oordeel dat de besluiten waartegen de zeven beroepen zijn gericht in stand blijven en dat het Uwv geen dwangsommen aan eiser is verschuldigd. Het beroep tegen het niet tijdig…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:714Centrale Raad van Beroep, 13 april 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Bij uitspraak van 29 september 2022 is afwijzend beslist op betrokkenes verzoek om een voorlopige voorziening, ECLI:NL:CRVB:2022:2153. De afwijzing door Uwv om met ingang van het studiejaar 2019-2020…

  • ECLI:NL:RBOBR:2021:1569Rechtbank Oost-Brabant, 7 april 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Gegrond beroep voorziening schoolvervoer. POTS/CVS. De rechtbank vindt dat het UWV onvoldoende heeft gekeken naar de combinatie van het reizen met het OV en het volgen van onderwijs. Bij gebrek aan…

  • ECLI:NL:RBOBR:2016:1290Rechtbank Oost-Brabant, 23 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Geen aanleiding om artikel 19a van de Wet Overige OCW-subsidies (WOOS) wegens strijd met enigerlei internationale verdragsbepaling of strijd met het recht van de Europese Unie buiten toepassing te…

  • ECLI:NL:GHARN:2010:BL8938Gerechtshof Arnhem, 25 maart 2010 (strafrecht)

    Verdachte wordt ter zake van medeplegen van overtreding van artikel 10 van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen, te weten het niet opgeven van het door zijn werknemers genoten loon aan de…

  • ECLI:NL:RBSHE:2006:AV1430Rechtbank 's-Hertogenbosch, 9 februari 2006 (socialezekerheidsrecht)

    Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder terecht en op goede gronden heeft besloten dat de fictieve opzegtermijn loopt van 1 augustus 2003 tot en met 31 augustus 2003, dat eiser over de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.