Wet politiegegevens

Wpg

Huidige tekst

Artikel 46 Wpg

Toepassing op gegevensverwerking door bijzondere opsporingsdiensten

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Het bij of krachtens de Wet politiegegevens bepaalde met betrekking tot de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid onder a, en 12, is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een ambtenaar, werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. Op voordracht van Onze Ministers en Onze Minister wie het mede aangaat worden bij algemene maatregel van bestuur ook andere onderdelen van het bij of krachtens deze wet bepaalde van overeenkomstige toepassing verklaard op de verwerking van persoonsgegevens door een ambtenaar, werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, of een buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

  2. 2

    Voor zover toepassing is gegeven aan het eerste lid: a.stelt de verwerkingsverantwoordelijke politiegegevens voor verdere verwerking ter beschikking aan opsporingsambtenaren, als bedoeld in de artikelen 141, onderdeel d, en 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak; b.stelt de verwerkingsverantwoordelijke van de bijzondere opsporingsdienst of van de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gegevens waarop het bepaalde bij of krachtens deze wet van toepassing of van overeenkomstige toepassing is ter beschikking aan personen die overeenkomstig artikel 6, tweede lid, zijn geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak. Artikel 15, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de ambtenaren die werkzaam zijn bij een bijzondere opsporingsdienst, die tot het verwerken van politiegegevens als bedoeld in het eerste lid kunnen worden geautoriseerd, alsmede over het beheer en de organisatie van de bijzondere opsporingsdienst waar zij werkzaam zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2018:2389Hoge Raad, 21 december 2018 (belastingrecht)

    Gebruik strafvorderlijke gegevens door inspecteur. Toestemming officier van justitie benodigd?

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2461Gerechtshof Den Haag, 16 juli 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbende exploiteert een schip waarmee hij plantaardige olie (spijsolie) vervoert. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Het met…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:825Rechtbank Den Haag, 23 januari 2024 (belastingrecht)

    Contante omzet uit (rest)lading spijsolie verkocht als afval (slops) van motortankschip. Verweerder heeft het bewijsvermoeden geleverd dat eiser contante betalingen heeft ontvangen die niet in zijn…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3779Gerechtshof Amsterdam, 8 augustus 2023 (belastingrecht)

    Verzoek ambtshalve vermindering navorderingsaanslag IB/PVV; omvang beroepsprocedure.

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:9061Rechtbank Noord-Holland, 15 oktober 2021 (belastingrecht)

    Met dagtekening 8 februari 2019 is aan eiser de aanslag IB voor het jaar 2015 opgelegd. Na een boekenonderzoek wordt aan eiser met dagtekening 13 april 2019 een navorderingsaanslag opgelegd. Op 25…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.