Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Wpbr

Huidige tekst

Artikel 5 Wpbr

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Bestuursorganen verrichten geen beveiligingswerkzaamheden voor derden, tenzij dit bij of krachtens de wet is toegestaan.

  2. 2

    Een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 141 onderscheidenlijk 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering verricht geen werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau en houdt, hetzij alleen, hetzij met andere personen, geen beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand.

  3. 3

    Het tweede lid is niet van toepassing op buitengewoon opsporingsambtenaren die behoren tot een particuliere beveiligingsorganisatie die, of een onderdeel daarvan dat door Onze Minister is aangewezen als een categorie of eenheid als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.

  4. 4

    Van het verbod, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.

  5. 5

    Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kwaliteitseisen waaraan personen in dienst van een bestuursorgaan moeten voldoen indien zij in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten.

  6. 6

    Van de regels, bedoeld in het vijfde lid, kan Onze Minister in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2018:2105Raad van State, 27 juni 2018 (bestuursrecht)

    Op 1 april 2016 heeft de staatssecretaris geweigerd een besluit te nemen op een verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:1987Centrale Raad van Beroep, 1 juni 2017 (ambtenarenrecht)

    Strafontslag wegens toerekenbaar plichtsverzuim. Appellante heeft -niet gemelde-onderzoekswerkzaamheden voor een recherchebureau verricht. Gelet op haar status van executief ambtenaar heeft zij met…

  • ECLI:NL:RBNNE:2016:3077Rechtbank Noord-Nederland, 30 juni 2016 (ambtenarenrecht)

    De opgelegde disciplinaire straf van ontslag is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig aan de aard en de ernst van het plichtsverzuim. Aan een politieambtenaar mogen en moeten hoge…

  • ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ9611Rechtbank Haarlem, 21 juni 2011 (civiel recht)

    Voorovereenkomst. Nul-urencontract. Rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW. Bedoeling van partijen bij het aangaan van de overeenkomst. Invulling van de arbeidsrelatie. Eiser heeft als oproepkracht…

  • ECLI:NL:RBMAA:2005:AU6536Rechtbank Maastricht, 21 november 2005 (strafrecht)

    Politieambtenaar veroordeeld voor het plegen van diverse strafbare feiten. De rechtbank overweegt dat een politieambtenaar, gelet op diens taak en functie, een bijzondere plaats inneemt in de…

  • ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9348Rechtbank 's-Gravenhage, 12 mei 2004 (strafrecht)

    (...) Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van vertrouwelijke politiedocumenten, omkoping van politieambtenaren en schending van zijn ambtsgeheim als voormalig politieambtenaar.…

  • ECLI:NL:RBLEE:2001:AD6777Rechtbank Leeuwarden, 7 december 2001 (ambtenarenrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.