Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Wpbr

Huidige tekst

Artikel 10 Wpbr

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend en die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder b, laat het plan voor de installatie, de installatie en het onderhoud van de alarmapparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door alarminstallateurs die voldoen aan de door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen eisen van vakbekwaamheid en die beschikken over een verklaring van betrouwbaarheid. Zij verleent uitsluitend diensten aan derden die deze werkzaamheden eveneens slechts laten verrichten door alarminstallateurs die aan de genoemde voorwaarden voldoen.

  2. 2

    Onze Minister kan bij ministeriële regeling voor bepaalde categorieën alarmapparatuur regels stellen met betrekking tot de eisen waaraan deze apparatuur dient te voldoen en de wijze waarop, alsmede de organisaties door welke, de apparatuur op grond van deze eisen kan worden goedgekeurd.

  3. 3

    Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid maakt van alarmapparatuur die behoort tot een categorie waarvoor Onze Minister regels heeft gesteld, uitsluitend gebruik indien deze overeenkomstig die regels is goedgekeurd. Zij verleent alleen diensten aan derden die eveneens aan deze voorwaarde voldoen.

  4. 4

    Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid draagt zorg dat zij over documenten beschikt betreffende de door haar en derden gebruikte apparatuur, waarmee aangetoond kan worden dat zij aan het eerste en derde lid voldoet.

  5. 5

    De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de korpschef, dan wel, indien de desbetreffende persoon niet woonachtig is in Nederland, de korpschef, de commandant van de Koninklijke marechaussee of Onze Minister, die ingevolge artikel 7, tweede of derde lid, aan een beveiligingsorganisatie waarvoor de alarminstallateur gaat werken toestemming kan geven.

  6. 6

    De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de verklaring niet zou zijn afgegeven, indien deze zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de verklaring werd afgegeven.

  7. 7

    Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een verklaring van betrouwbaarheid als bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2025:5317Raad van State, 5 november 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend om…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:7265Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 oktober 2025 (ambtenarenrecht)

    In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering van een verklaring van betrouwbaarheid als alarminstallateur op grond van de Wet particuliere…

  • ECLI:NL:RVS:2023:4787Raad van State, 27 december 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 september 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] om verlenging van een aan hen verleende vergunning voor het in…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:1814Rechtbank Noord-Holland, 16 februari 2023 (bestuursrecht)

    Besluit tot intrekking van de verklaring van betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wpbr. Verzoek om vovo afgewezen, omdat betrouwbaarheid en integriteit van verzoeker niet…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:5935Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 oktober 2022 (bestuursrecht)

    WET

  • ECLI:NL:RVS:2020:2230Raad van State, 16 september 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 27 juli 2018 heeft de korpschef van politie een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend om…

  • ECLI:NL:RVS:2018:4241Raad van State, 27 december 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 31 mei 2016 heeft de korpschef een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid afgewezen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2017:6039Rechtbank Gelderland, 22 november 2017 (bestuursrecht)

    Intrekking verklaring van betrouwbaarheid. Beoordelingsvrijheid korpschef. Belangenafweging: het algemeen belang van voldoende betrouwbaarheid bij een functie in de beveiligingsbranche wordt in…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.