Wet op het onderwijstoezicht

WOT

Huidige tekst

Artikel 6 WOT

Geldt sinds 28 juli 2018

Vertrouwensinspecteurs 1 Bij de inspectie zijn vertrouwensinspecteurs werkzaam voor: a.onderwijsdeelnemers die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling, b.ten behoeve van een instelling met taken belaste personen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling, en c.onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b. 2 Naast zijn taken, voortvloeiend uit artikel 3, heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken: a.het fungeren als aanspreekpunt, b.het adviseren over eventueel te nemen stappen, c.het bijstaan bij het nemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing, en d.het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte. 3 De vertrouwensinspecteur is, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in titel XIV van het Wetboek van Strafrecht of titel XIV van het Wetboek van Strafrecht BES jegens een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte als bedoeld in de artikelen 160, eerste lid, en 162, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering of de artikelen 198, eerste lid, en 200, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES. 4 De vertrouwensinspecteur is voorzover het betreft een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in de uitoefening van zijn functie is toevertrouwd door een onderwijsdeelnemer, de ouders van een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon. 5 De vertrouwensinspecteur is bevoegd bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming te verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid. 6 De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen. 7 In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering: a.in het belang van de onderwijsdeelnemers, b.in het belang van ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, of c.indien de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2021:1611Raad van State, 21 juli 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 21 november 2016 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media een verzoek van [appellant] en anderen om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1613Raad van State, 21 juli 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 21 november 2016 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media het verzoek van [appellant] en anderen om afschriften van documenten op grond van de Wet bescherming…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:6331Rechtbank Amsterdam, 29 augustus 2019 (bestuursrecht)

    AVG-zaak. Eisers hebben inzage gevraagd in (geheime) stukken. Dit is door verweerder geweigerd. De stukken zijn wat betreft weigeringsgrond ingedeeld in drie categorieën. Op categorie A is artikel 6…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:6332Rechtbank Amsterdam, 29 augustus 2019 (bestuursrecht)

    Wob-zaak waarin diverse vragen over de weigering van openbaarmaking zijn behandeld. Onder meer of de stukken juist zijn gekwalificeerd, in relatie tot artikel 6, vierde lid, van de Wet op het…

  • ECLI:NL:RBAMS:2003:AL8190Rechtbank Amsterdam, 9 oktober 2003 (civiel recht)

    Eiser vordert gedaagde te verbieden inhoudelijke mededelingen betreffende zijn zaak te doen aan derden, waaronder de pers. Tevens vordert hij een rectificatie met betrekking tot de in de pers…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.