Wet op het onderwijstoezicht

WOT

Huidige tekst

Artikel 3 WOT

Geldt sinds 1 augustus 2026

Taken 1 De inspectie heeft de volgende taken: a.het toezien op: 1°. de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften, 2°. de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschriften, voor zover het betreft de voorschoolse educatie op kindercentra, b.het bevorderen van: 1°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in artikel 12a, derde lid, 2°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de samenwerkingsverbanden, 3°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, en 4°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het stelsel van hoger onderwijs, met inbegrip van het stelsel van accreditatie, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. c. het toezien op en bevorderen van de financiële rechtmatigheid door in ieder geval het verrichten van onderzoek naar de rechtmatige verkrijging van de bekostiging, naar de controlerapporten van de door het bestuur aangewezen accountant, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de rechtmatigheid van het financieel beheer, alsmede het toezien op en bevorderen van de financiële doelmatigheid en de financiële continuïteit van de bekostigde instellingen, de samenwerkingsverbanden en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, d. het rapporteren over de ontwikkeling van, in bijzonder van de kwaliteit van, het onderwijs en over de uitoefening van de taken door de instellingen, de samenwerkingsverbanden en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan, e. het toezien op de naleving van de artikelen 4.1 en 4.2 van de Wet NLQF, en f. het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken. 2 Onze Minister kan de inspectie mandaat verlenen om: a.de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 123 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 133 van de Wet op de expertisecentra, artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 10.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen; b.een subsidie lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de afdelingen 4.2.5 tot en met 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht; c.bij of krachtens de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging; d.voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft, een waarschuwing als bedoeld in de artikelen 6.1.5, 6.1.5b, 6.3.2 in samenhang met artikel 11.1.22, eerste lid, 6a.1.3, 6a.2.1 en 11.1.22 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 6.2.2, 6.2.2a, 6.2.3, 6.2.4 en 6.3.1 in samenhang met artikel 6.2.4, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES te geven, of een besluit tot ontneming van rechten als bedoeld in de artikelen 6.1.4, 6.1.5b, 6.3.2 in samenhang met de artikelen 11.1.18 en 11.1.19, 6.4.2, 6a.1.2, 6a.1.4, en 6a.2.1, 11.1.18, 11.1.19, 11.1.20 en 11.1.21 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 6.2.1, 6.2.2, 6.2.2a, 6.2.4, 6.2.6 en 6.3.1 in samenhang met de artikelen 6.2.4, eerste lid, en 6.2.6, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES te nemen; e.de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in artikel 27 van de Leerplichtwet 1969, artikel 39 van de Leerplichtwet BES, artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 10.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of artikel 15.7 tot en met 15.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; f.de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in artikel 4.3 van de Wet NLQF; of g.te beslissen op een tegen een besluit als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingediend bezwaarschrift.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:1219Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/00356, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/00357. In geschil is of belanghebbende in de jaren 2008 tot en met 2011 terecht…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1367Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/00356, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/00357. In geschil is of belanghebbende in de jaren 2008 tot en met 2011 terecht…

  • ECLI:NL:PHR:2017:372Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2017 (belastingrecht)

    Het geschil in cassatie betreft primair de vraag of de Inspecteur bevoegd is, onder meer een beroepsopleiding, te toetsen aan de voorwaarden van de WEB. Belanghebbende exploiteert een onderneming…

  • ECLI:NL:PHR:2017:331Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2017 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 16/05615, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 16/05616, inzake de afdrachtvermindering loonbelasting. In 2010 stonden in totaal…

  • ECLI:NL:RVS:2024:5246Raad van State, 18 december 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvraag van de SIEKC voor bekostiging van een nieuwe bijzondere basisschool afgewezen. Op 27 oktober…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:367Gerechtshof Den Haag, 19 maart 2024 (verbintenissenrecht)

    Afwijzing schadevordering wegens onrechtmatige daad Staat (vernietiging belastingaanslagen). Schending goede procesorde: overweging ten overvloede.

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:226Rechtbank Amsterdam, 20 januari 2020 (bestuursrecht)

    De rechtbank vernietigt de door de minister aan het Haga Lyceum gegeven aanwijzing tot vervanging van het bestuur. De school heeft niet in strijd gehandeld met de burgerschapsopdracht. Er zijn wel…

  • ECLI:NL:GHARL:2018:4408Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 mei 2018 (belastingrecht)

    Afdrachtvermindering onderwijs is ook van toepassing op de periode dat de praktijkovereenkomst voor beroepsopleidingen (POK) nog niet door alle partijen was ondertekend.

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.